Handhaving vetscheiders

Bij het plaatsen van nieuwe vetafscheiders moet deze aan de nieuwe NEN-EN voldoen. Bij eerder geplaatste vetafscheiders geldt dat deze aantoonbaar moeten voldoen aan de oude NEN. Dat is in de geest van de wet. Nieuwe vetafscheiders moeten voldoen aan de nieuwe NEN-EN-norm.

De tekst in het Activiteitenbesluit is zo dat ook de bestaande, eerder geplaatste, afscheiders kunnen blijven. Ook is maatwerk mogelijk, waardoor een bedrijf toch geen vetscheider nodig heeft.

CE-markering

Als de vetafscheider voldoet aan de NEN-EN 1825 heeft het ook een CE-markering. In de bijlage van de NEN-EN staat uitgelegd wat de CE-markering inhoudt.

Zonder CE-markering mag een leverancier een product niet verkopen. De verplichtingen over CE-markering staan in de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG). Op het contactpunt bouwproducten kunt u meer informatie vinden over de Europese Verordening Bouwproducten.

Bij de CE-markering hoort ook een prestatieverklaring. Deze legt uit wat het product doet en wat de eigenschappen zijn van het product. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet toe op de volledigheid en juistheid van deze gegeven informatie. Ook controleert ze de aanwezigheid van de CE-markering op bouwproducten. Ook een ander bevoegd gezag dan het ILT kan aan een leverancier of fabrikant vragen om gegevens over de CE-markering. Dat mag op basis van artikel 11, lid 8 van de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG).

Een ander bevoegd gezag dan ILT mag dus ook informatie opvragen bij de leverancier of fabrikant wanneer dit nodig is. Wanneer blijkt dat een bouwproduct niet voldoet aan de CE-markering en of prestatieverklaring kan men dit melden bij de ILT.

Het blijft de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer om een product op de juiste manier te gebruiken. Vanuit het Activiteitenbesluit kan een toezichthouder alleen tegen het gebruik van een bouwproduct door een initiatiefnemer handhaven. Alleen ILT neemt maatregelen tegen de leverancier of fabrikant van een bouwproduct, als dit niet voldoet aan de CE-markering.

Capaciteitsberekening

Voor 2008 gold voor vetafscheiders en slibvangputten de norm NEN 7087. Deze nationale norm heeft men vervangen door Europese norm NEN-EN 1825-1 en -2. Het verschil tussen deze normen zit in de berekeningsmethode van de benodigde inhoud van de vetafscheider.

Voor de benodigde inhoud van de vetscheider staan in Annex A van NEN-EN 1825-2 vier mogelijke methoden genoemd:

  1. meting van het debiet
  2. berekening gebaseerd op aanwezige keukenapparatuur
  3. berekening gebaseerd op de soort keuken of soort vleesverwerking
  4. een op maat berekende inhoud van de vetscheider. Deze berekening moet het bevoegde gezag wel accepteren

Voor de berekeningen onder 2 en 3 vindt u op onze site een rekenhulp. Kleine vetafscheiders met een NS van kleiner dan 2, mag men volgens de NEN-EN 1825 alleen vaststellen met methode 1.

De toepassing van de berekening gebaseerd op aanwezige keukenapparatuur heeft in de NEN-EN 1825 de voorkeur. Deze voorkeursmethode stond zo ook in NEN 7087. Het resultaat van de berekening op grond van NEN-EN 1825-2 wijkt vaak wel af van NEN 7087. De NEN-EN 1825-2 geeft meestal een grotere benodigde inhoud van de vetafscheider.

Het bevoegd gezag past de berekeningsmethode ook toe bij het handhaven. Daarbij moet ze ook kijken naar de werkelijke uitvoering van de activiteiten waarbij vethoudend afvalwater vrijkomt.

Onderhoud

In het Activiteitenbesluit staat dat het onderhoud van de vetafscheider gebeurt volgens de normen NEN-EN 1825-1 en 2. Hierin staat dat de afscheider minstens één keer per maand moet worden:

  • geïnspecteerd
  • geleegd
  • schoongemaakt

Een bedrijf mag zelf het onderhoud uitvoeren. Dit betekent dat het bedrijf er voor moet zorgen dat de slibvangput en de vetafscheider tijdig worden geleegd en gereinigd. De inhoud van de slibvangput en vetafscheider mag het bedrijf met het bedrijfsafval afvoeren (via een erkende inzamelaar). Bij het legen van de vetscheider vindt ook controle plaats op technische gebreken. Die gebreken moeten zo snel mogelijk aanpakken.

Het bevoegd gezag kan deze 'leeg haal eis' overigens aanscherpen of versoepelen. Dit om de goede werking van de afscheider te waarborgen. Deze mogelijkheid staat in artikel 3.131, lid 4.

Wanneer een vetscheider echt geleegd moet staat in de NEN-EN 1825-1 en 2:

  • slibopvangruimte mag maximaal 50% gevuld
  • vetopslagruimte (tussen de schotten) mag maximaal 80% gevuld

De 80% vulling van de vetopslag komt in het algemeen overeen met een vetlaagdikte van ca. 16 cm. De fabrikanten bepalen deze grenzen per type vetafscheider.

Bij handhaving van vetafscheiders meet het bevoegd gezag de dikte van de vetlaag. Ook bekijkt men ter controle het logboek. Hierdoor krijgt men inzicht in de onderhoudsfrequentie van de afscheider. De vetlaagdikte en het logboek staan alleen niet in de huidige regelgeving.

De resultaten van het leeghalen en het onderhoud moet men vastleggen. Zo kan de inrichtinghouder deze twee zaken gebruiken als aanwijzing hoe hij het onderhoud uit moet voeren. Het overschrijden van deze grenzen geeft aan er geen goed onderhoud is.

Controlevoorziening

De vetconcentratie in het effluent van een afscheider kan men niet gebruiken, om de werking van een scheider te bepalen. De vetconcentratie is wisselend sterk en is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. De vetgehaltes in twee direct na elkaar genomen monsters kunnen sterk van elkaar verschillen. Zelfs als de vetafscheider/slibvangput:

  • goed gedimensioneerd zijn
  • recent schoongemaakt zijn

Een steekmonster geeft daarom geen juist beeld. Het nemen van een representatief monster vergt een onevenredige inspanning. Daarom heeft men gekozen om de 300 mg/l vet eis die in de 8.40-AMvB's stond te laten vervallen. Door het vervallen van de effluent eis vervalt ook de noodzaak van een controlevoorziening.

Aspecten bij eerste controle (bij oprichting of verandering van de inrichting of plaatsing van nieuwe afscheider):

  1. juiste dimensionering van de afscheider. In een rapport moet men vermelden waarom de geplaatste vetafscheider voor deze situatie geschikt is
  2. correcte plaatsing van de afscheider: juiste aansluiting van aan- en afvoerleidingen
  3. alleen afvalwater afkomstig van deze activiteit leidt men door de afscheider. Dus geen afvalwater van sanitair of regenwater via de afscheider lozen
  4. nieuw geplaatste vetafscheiders hebben een CE-markering. De ondernemer moet kunnen aantonen dat de vetafscheider voldoet
  5. regelmatig verwijderen van afgescheiden afvalstoffen en correcte afgifte. Volgens NEN-EN 1825-1 en -2 moet men de vetafscheider eens per maand legen. Op voorwaarde dat de goede werking gewaarborgd blijft mag dit met een lagere frequentie

Bij 1 t/m 4 is aandacht in de (ver)bouwfase van belang. De lozingssituatie moet in de bouwfase in de riolering tekening staan. Bouwinspectie kan men benutten in de vorm van een "wachtmoment" (bouwinspectie term). De plaatsing controleert men waarna de aannemer verder kan bouwen. De afscheider moet voldoen aan den NEN-EN1825-1 en voorzien zijn van een CE-markering. Ook moet een prestatieverklaring kunnen worden overlegd. Hiermee voorkomt men herstel van een foutieve installatie na de oplevering.

Bij 4 en 5 is sprake van administratief toezicht, de ondernemer kan de benodigde documenten voor de CE-markering tonen. Dit geldt ook v.w.b. afvaldocumenten, eventuele instructie van personeel en borging daarvan in de organisatie.

Opmerking bij punt 4. Wanneer de ondernemer de benodigde documenten niet kan tonen, kan de ondernemer deze bij de leverancier of fabrikant opvragen. Ook de handhaver kan aan de leverancier of fabrikant vragen om gegevens over de CE-markering van de vetafscheider. Wanneer men deze documenten niet kan leveren voldoet de vetafscheider niet aan de NEN-EN 1825-1. Een strijdigheid met de NEN-EN 1825-1 kan men melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Aspecten bij herhaalde controles (goed beheer van de installatie):

  1. in de NEN-EN-1825 is als verplichting opgenomen dat men de afscheider eens per maand volledig leegt en op gebreken controleert. Dit kan men overigens met een maatwerkvoorschrift aanscherpen of versoepelen i.v.m. de afvalwaterkarakteristiek
  2. visueel: is de afscheider beschadigd of aangetast?
  3. fysieke controle: Meting sliblaag en vetlaag. Volgens de NEN mag de slibopvangruimte voor maximaal 50 % gevuld zijn. De vetopslagruimte (tussen de schotten) voor maximaal 80%, dit komt in het algemeen overeen met een vetlaagdikte van ca. 16 cm. Als men deze (ook door de fabrikant per type bepaalde) grenzen overschrijdt onderhoud men de afscheider niet goed

Bij  punten 1 en 2 is sprake van administratief toezicht, de ondernemer kan de benodigde documenten voor de CE-markering tonen. Dit geldt ook v.w.b. afvaldocumenten, eventuele instructie van personeel en borging daarvan in de organisatie.

Meting en monstername:

  • meting van de vetlaagdiktes kan bijvoorbeeld met een peilstok of laagdiktemeter
  • monstername is niet aan de orde: er is geen lozingseis van 300 mg/l meer van toepassing

Geuroverlast ten gevolge van het afvalwater

Het afvalwater van deze activiteit kan bij lozing op het vuilwaterriool over grote afstand geuroverlast veroorzaken door een stinkende riool. Op grond van van het Activiteitenbesluit, de zorgplicht, kan het bevoegd gezag eventueel bij maatwerk maatregelen voorschrijven om deze geuroverlast te beperken.

Opbouw inspectie

  1. Dossieronderzoek: gegevens afscheider bekend? Resultaten en afspraken eerdere controle(s)?
  2. Resultaten en afspraken eerdere inspecties
  3. Nieuwe afscheider: punten 1 t/m 4 "Aspecten bij eenmalige controle".
  4. administratieve controle:
  • is rapport over de vetafscheider beschikbaar?
  • gegevens afscheider: prestatieverklaring, CE-markering, dimensionering, leeftijd
  • eventueel meten van de vetlaagdikte
  • vetafval kan men ook met ander bedrijfsafval afgeven en er kan sprake zijn van ontdoen via route-inzameling. Dan is er geen afzonderlijke bon of nota
  • vraag naar borging onderhoud binnen bedrijf (wie regelt dit, is er een onderhoudscontract?)
  • check laagdikte vet (max. 16 cm) en vulling slibopvangruimte (max. 50 %). Deze normen hebben te maken met de eisen waaraan het product moet voldoen, opgesteld op basis van het ontwerp door de fabrikant. Dit i.v.m. het goed functioneren. Boven deze waarden kan de afscheider het afvalwater niet goed scheiden

Eventueel controleren of er sprake is van vetproblemen in die streng van het rioolstelsel van het vuilwaterriool bij de beheerder van het riool.


Uw onderwerpen