Lozingsvoorschriften tandheelkunde

Bij de activiteit 'Tandheelkunde' in het Activiteitenbesluit gaat het minimaliseren van de lozing van kwikhoudend afvalwater. Bij tandheelkundige ingrepen gebruiken tandartsen kwikhoudend amalgaam of composiet als vulmateriaal. Sommige tandartsen passen zelf geen amalgaamvullingen meer toe maar patiënten hebben deze vullingen nog wel. Bij het plaatsen van nieuwe kwikhoudend amalgaam vullingen kan het amalgaam in het afvalwater terecht komen. Dit kan ook bij het verwijderen en of vervangen van vullingen met kwikhoudend amalgaam. Daarom zijn deze voorschriften van toepassing op alle tandartspraktijken.

Tandartspraktijken kunnen ook gevestigd zijn binnen andere inrichtingen. Denk aan verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Een zelfstandig tandtechnische laboratorium is geen tandarts praktijk.

Tandtechnische laboratoria

De voorschriften in § 3.8.1 van het Activiteitenbesluit zijn in het algemeen niet van toepassing op tandtechnische laboratoria. Bij tandtechnische laboratoria werkt men niet met amalgaam. Men werkt wel met gips.

Gips (calcium-sulfaat) lost gedeeltelijk op in water. Daarom kan de concentratie sulfaat hoger zijn (tot 1100 mg/l) dan de referentiewaarde van 300 mg/l onopgeloste stoffen. Deze waarde hanteren rioolbeheerders bij de beoordeling van het doelmatig beheer van afvalwater. Met een bezinkselafscheider kan men gips gedeeltelijk uit het afvalwater halen.

Voor gipslozingen staan in het Activiteitenbesluit geen specifieke voorschriften. Voor deze lozingen geldt wél de algemene zorgplicht. Daarmee kan men een maatwerkvoorschrift voorschrijven op grond van artikel 2.1 lid 2 sub o.

Maatregelen om de sulfaatconcentratie te verlagen vallen echter op basis van de kosten niet binnen de stand van de techniek. Over de problematiek van sulfaatlozingen in de riolering is een 'vraag en antwoord' beschikbaar.

tandartspraktijkVindplaats

De voorschriften voor het lozen van afvalwater afkomstig van tandheelkundige bewerkingen staan in § 3.8.1, artikel 3.154 van het Activiteitenbesluit.

Voor deze activiteit heeft men alleen de lozing op het vuilwaterriool geregeld. Voor lozingen in de bodem of in een hemelwaterriool moeten initiatiefnemers een maatwerkvoorschrift op basis van Artikel 2.2 Activiteitenbesluit aanvragen.

Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is in dat geval bevoegd gezag. Afhankelijk van de keur kan dit met een reguliere vergunning (korte procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht).

In de oorspronkelijke tekst van het Activiteitenbesluit is een nota van toelichting (pdf, 27 kB) opgenomen.

BBT

In de tandheelkunde gebruikt men sinds 1830 amalgaam voor het vullen van gaatjes en kiezen. Voor Amalgaam bestaan tegenwoordig alternatieven zoals bijvoorbeeld keramiek en composiet. Sommige tandartsen passen zelf geen amalgaamvullingen meer toe, terwijl hun patiënten deze wel kunnen hebben.

Amalgamen worden gemaakt uit twee componenten:

  • een poeder van een tin-zilververbinding (Ag3Sn) en
  • (meer dan 50%) kwik, de vloeistof.

In de tandartspraktijk komt een belangrijk deel van het amalgaam, en dus ook het kwik, in het spoelwater terecht. Een amalgaamafscheider (NEN-EN-ISO 11143) is de best beschikbare techniek (BBT) voor het zuiveren van amalgaamhoudend afvalwater. Dergelijke amalgaamafscheiders hebben een afscheidingsrendement van tenminste 95%.

Verboden en voorwaarden

Lozen mag alleen op het riool. Voordat het afvalwater uit een tandartspraktijk in het vuilwaterriool komt, moet dit door een Amalgaamafscheider. Deze moet voldoen aan voldoen aan de NEN-EN-ISO 11143. Alle andere lozingsroutes zijn in beginsel verboden.

Amalgaam is gevaarlijk afval en moet als zodanig aan een erkende inzamelaar worden afgegeven.

Lozingsnormen voor afvalwater gelden op moment dat afvalwater vrijkomt.  Verdunnen van afvalwater is in strijd met een algemeen beginsel van de Wet milieubeheer artikel 10.29a : het beperken van het gebruik van grondstoffen (in dit geval water).

Voor het verlenen van vergunningen is een instructieregel hiervoor opgenomen in artikel 5.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (BOR).

In de lozingenbesluiten is het verbod tot verdunnen opgenomen in artikel 2.2a van het activiteitenbesluit of 2.3 Besluit lozen buiten inrichtingen. Uit oogpunt van doelmatigheid kan dit aangepast worden, bijvoorbeeld omdat het afvalwater door eenzelfde zuiveringsvoorziening kan worden geleid.

Als een bedrijf een lozingsnorm overschrijdt dan  moet dat bedrijf het productieproces aanpassen of het afvalwater (voor)zuiveren voor een lozing.

De genoemde lozingsvoorwaarden voor vuilwaterriool gelden voor het gemeentelijk riool maar ook voor een particulier stelsel. Daarbij maakt het niet uit of het particuliere stelsel aansluit op het gemeentelijk riool of direct aansluit op een afvalwaterzuiveringsinstallatie. De lozingsvoorwaarden zijn namelijk bedoelt voor en de bescherming van het milieu, de waterzuivering én het rioolstelsel.

Controleaspecten

  1. voldoet de amalgaamafscheider  aan NEN-EN-ISO 11143?
    1. minstens 1 x per jaar geleegd / onderhouden (eis NEN-EN -ISO norm).
    2. Correcte afgifte inhoud van de afscheider en overig medisch afval aan een erkende inzamelaar voor gevaarlijk afval (VIHB lijst).

Uw onderwerpen