Lozen op schoonwaterriool

Vooral in stedelijk gebied is lozen in bodem of oppervlaktewater niet altijd mogelijk. Overtollig schoon afvalwater, zoals afstromend hemelwater en grondwater voert men dan vaak af met een schoonwaterstelsel: hemelwater- of ontwateringsstelsel.

Door lozen in schoonwaterriool wordt het vuilwaterriool ontlast, overstorten voorkomen en de doelmatige werking van de zuivering niet belemmerd.  In de Wet milieubeheer worden de verschillende Soorten rioolstelsels genoemd voor het afvoeren van schoon water.

Algemeen verbod

Binnen de algemene regels is het lozen van afvalwater in een schoonwaterstelsel verboden behalve als het nadrukkelijk is toegestaan volgens artikel 2.2 van het Activiteitenbesluit.  Per lozingsactiviteit wordt het verbod om te lozen opgeheven.

Dat is bijvoorbeeld het geval voor afstromend hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, en grondwater. De voorwaarden die gesteld worden aan lozen in een schoonwaterstelsel zijn meestal hetzelfde als de eisen bij lozen in het oppervlaktewater. Logisch want veelal komen deze lozingen uiteindelijk ongezuiverd uit op een oppervlaktewater.

Maatwerk

Soms is een lozing binnen het Activiteitenbesluit niet geregeld. Het bevoegd gezag kan dan het lozen in een schoonwaterstelsel met een maatwerkvoorschrift volgens artikel 2.2. derde lid van het Activiteitenbesluit toestaan.

Verordeningsbevoegdheid

Ter invulling van de zorgplichten voor hemel- en grondwater kunnen de  gemeenten aanvullende regels stellen. Dit is de gemeentelijke verordeningsbevoegdheid en staat in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer.

Met deze bevoegdheid kan de gemeente ook bepaalde voorschriften in de algemene regels aanpassen, bijvoorbeeld artikel 3.2, lid 10 Activiteitenbesluit. Er hoeven dan niet telkens individuele maatwerkvoorschriften verleend te worden. Let wel, deze verordeningsbevoegdheid geldt alleen voor hemel- en grondwater.