Lozen naar de bodem

Lozen op of in de bodem is vooral geregeld met de drie lozingsbesluiten: het Activiteitenbesluit voor inrichtingen, het Besluit lozing afvalwater huishoudens voor particuliere huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen voor de overige lozingen.

Bij Wabo vergunningplichtige activiteiten worden lozingen op of in de bodem geregeld in de omgevingsvergunning. De algemene voorwaarde van het besluit is dat de lozing op de bodem niet direct in het grondwater mag plaats vinden. Stoffen moeten eerst door de bodem en of de ondergrond kunnen sijpelen, voordat ze de kans krijgen in het grondwater terecht te komen.

Het gaat om:

  • het Activiteitenbesluit voor inrichtingen
  • het Besluit lozing afvalwater huishoudens voor particuliere huishoudens
  • het Besluit lozen buiten inrichtingen voor de overige lozingen.

De gemeente is bevoegd gezag voor bodemlozingen. De van toepassing zijnde maatregelen staan in het gemeentelijk rioleringsplan. Soms heeft de provincie een rol in het kader van de provinciale milieuverordening. Dat gaat bijvoorbeeld om waterwingebieden voor drinkwaterbereiding.

Lozingsverbod

Bodemlozingen zijn in beginsel verboden behalve als dit uitdrukkelijk via algemene regels of een vergunning is toegestaan:

Ontheffing lozingsverbod

Hemel- en grondwater

Afstromend hemelwater van eigen terrein, zowel van burger als bedrijf, moet bij voorkeur op eigen terrein in de bodem gebracht (zorgplicht hemelwater). De voorkeursvolgorde geeft ook voor hemel- en grondwater aan om dit zoveel mogelijk terplekke in het milieu (terug) te brengen.

De algemene regels staan deze bodemlozing ook toe. De voorwaarde is (zorgplicht) wel: zorg dat het hemel- en/of  grondwater niet onnodig verontreinigd raakt.

Andere activiteiten met bodem lozingen

De systematiek is bij alle drie de algemene regels gelijk. In het eerste lid van artikel 2.2 van het activiteitenbesluit en Blbi en in artikel 2 van het Blah, zijn de  activiteiten genoemd waarbij bodemlozingen zijn toegestaan.

De besluiten bieden de mogelijkheid om bij maatwerkvoorschrift:

  • lozingen op de bodem toe te staan
  • lozingen direct in het grondwater toe te staan
  • de mogelijkheid om voorwaarden aan deze lozingen te stellen, om het milieu te beschermen.

Zonder vergunning mag men geen grondwater onttrekken of water infiltreren. Dit staat in de Waterwet (artikel 6.4 en 6.5) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.2, lid 2). Ook dient men zich onder meer te houden aan de zorgplicht uit de Wet Bodembescherming (Wbb) artikel 13. Dit betekent dat verontreiniging of aantasting van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen.

Meer informatie over grondwater onttrekken of infiltreren is te raadplegen via de pagina grondwater onttrekken of infiltreren.

Bevoegd gezag is het waterschap, gemeente of provincie of een combinatie daarvan. Dit is afhankelijk van het type grondwateronttrekking en of sprake is van belangen van meerdere overheidsorganen. In dat geval beslist het hoogste gezag of zoals besloten tussen bevoegde gezagen. Bij lozingen door inrichtingen volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), kan een ander overheidsorgaan zijn aangewezen als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning.

Meer informatie over de bevoegdheid voor lozingen op bodem en grondwater is te raadplegen via de pagina Lozingsroutes en bevoegd gezag.

Voor bedrijven die een omgevingsvergunning nodig hebben, kan het Wabo bevoegd gezag daarin een lozing op de bodem toestaan.

De samenhang tussen bodembescherming en lozen op het oppervlaktewater

In de besluiten zijn de regels voor bodembescherming afgestemd op de regels voor direct lozen in oppervlaktewater of bodem. Zo is het lozen van afvloeiend hemelwater in oppervlaktewater en bodem zonder voorschriften toegestaan. Behalve als dit afvloeiende hemelwater afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

De overweging hierachter is als volgt. Als er een bodembeschermende voorziening nodig is, dan kan het afvloeiende hemelwater kennelijk verontreinigd worden. En daardoor is ongezuiverd lozen niet acceptabel. Als er geen bodembeschermende voorziening nodig is, is er kennelijk geen gevaar voor bodemverontreiniging. Dan kan men dus ook zonder zuivering hemelwater lozen in het oppervlaktewater.


Uw onderwerpen