Lozen vanuit huishoudens

Alle lozingen vanuit particuliere huishoudens zijn geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens, (Blah). Het besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet. Het Besluit regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied.

Tegelijkertijd is de Regeling lozing afvalwater huishoudens van kracht geworden waarin doelvoorschriften worden uitgewerkt.

Werkingssfeer van het besluit

Alle lozingen vanuit particuliere huishoudens worden geregeld op grond van het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Voor lozingen vanuit particuliere huishoudens is dus nooit een individuele vergunning of ontheffing nodig. Het kan wel voorkomen dat soms maatwerk op de algemene regels nodig is.

De regels voor de indirecte lozingen, lozingen op rioolstelsels zijn gebaseerd op de Wm. De  regels voor directe lozingen op of in de bodem zijn gebaseerd op de Wet bodembescherming. De regels voor directe lozingen in het oppervlaktewater zijn gebaseerd op de Waterwet. Alleen voor deze laatste categorie is de waterbeheerder het bevoegd gezag. Voor indirecte lozingen en lozingen op of in de bodem is de gemeente het bevoegd gezag.

De regels in het besluit hebben betrekking op alle soorten afvalwater die bij particuliere huishoudens vrijkomen, zoals:

  • Afvalwater van het gebruik van toilet, keuken, badkamer; het huishoudelijk afvalwater
  • Afvloeiend hemelwater van daken van woningen en van het erf
  • Afvalwater van activiteiten rondom het huis; denk aan autowassen op de op eigen erf, schoonspoelen van de afvalcontainer en andere reinigingsactiviteiten rondom het huishouden
  • Overtollig grondwater dat wordt verzameld en geloosd om grondwateroverlast te voorkomen
  • Afvalwater dat vrijkomt bij het verversen van het privé zwembad.

In artikel 6 is een verbod opgenomen voor het gebruik van voedselvermalers bij lozing op vuilwaterriool. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de toenmalige Staatssecretaris nogmaals het belang van dit lozingsverbod aangegeven. Onder voedselvermalers worden niet de versnijdende pompen bedoeld die gebruikt worden bij aansluiting op een drukriolering. In dat geval vindt de versnijding namelijk plaats met het oog op de doelmatige werking van de riolering (geen verstopping) en niet om afvalstoffen in de riolering te brengen.

Afperking met andere besluiten

Zodra activiteiten niet meer van huishoudelijke aard zijn, is het Besluit lozing afvalwater huishoudens niet van toepassing. Dan geldt het Besluit lozen buiten inrichtingen. Om het verschil in werksfeer uit te leggen de volgende voorbeelden:

Het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) is van toepassing bij lozingen van:

  • werkzaamheden aan vaste objecten, zoals gevelreiniging en ramen wassen door een bedrijf
  • een bodemsanering of proefbronnering bij particuliere huishoudens het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing (artikel 2, vijfde lid, onder c en d, Besluit lozing afvalwater huishoudens)
  • een bedrijf dat de vuilniswagen volgt om de afvalcontainers op straat te reinigen moet  voldoen aan de regels volgens het Besluit lozen buiten inrichtingen
  • een bodem energiesysteem. Ook als  een bedrijf buiten het terrein van het huishouden werkzaamheden verricht voor dit huishouden

Besluit lozing afvalwater huishoudens van toepassing is wel van toepassing als iemand van het huishouden:

  • de ramen wast
  • afvalcontainer voor de deur reinigt, nadat die is geleegd in de vuilniswagen

Maatwerkmogelijkheden

Over het algemeen zullen lozingen vanuit particuliere huishoudens voldoen aan de algemene regels van het besluit. Slechts in bijzondere situaties zal individueel maatwerk nodig zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de lozing vanuit een huishouden plaatsvindt op een oppervlaktewater dat ten aanzien van lozingen bijzondere bescherming behoeft (artikel 11), of wanneer de lozing direct in het grondwater plaatsvindt (artikel 3).

Het besluit stelt dat men huishoudelijk afvalwater niet op of in de bodem of in het oppervlaktewater mag lozen, als er binnen 40 meter een vuilwaterriool is. Een tweede voorwaarde is dat men kan aansluiten op het riool of ander zuiveringtechnisch werk. In sommige gevallen is wel een vuilwaterriool aanwezig, maar is de capaciteit niet toereikend en dat betekent dat niet 'kan' worden geloosd op het riool.

Buitengebied

Met de Notitie afvalwater buitengebied (pdf, 54 kB) is voor de gemeente met name in het buitengebied de mogelijkheid geopend om in overleg met de betrokken provincie en het betrokken waterschap aan de zorgplicht voor inzameling en transport te voldoen door afvalwater op kleine schaal in te zamelen en te zuiveren.

Artikel 7, derde lid, en artikel 10, derde lid, biedt de mogelijkheid om binnen 40 meter van de riolering een directe lozing in de bodem of het oppervlaktewater toe te staan.

In het geval er geloosd wordt op of in de bodem of in het oppervlaktewater, moet het afvalwater door en zuiveringsvoorziening (IBA) worden geleid. Bij lozingen op de bodem moet de  infiltratievoorziening voldoen aan de bijbehorende Regeling lozing afvalwater huishoudens. Het is op grond van het besluit toegestaan een andere voorziening te plaatsen als deze tenminste gelijkwaardig is. Dit is ter beoordeling van het bevoegd gezag.

Alleen voor lozingen in het oppervlaktewater bestaat de mogelijkheid (artikel 11, vierde lid) om, op verzoek van de lozer, tijdelijk met een niet-gelijkwaardige voorziening te volstaan. Het bevoegd gezag zal per individueel geval moeten beoordelen of dit niet tot ongewenste situaties leidt. Naar aanleiding van een kamervraag heeft de minister, in verband met de rioleringsproblematiek van de gemeente Moerdijk, een toelichting op deze mogelijkheid gegeven: Verslag van een schriftelijk overleg (dd. 13 februari 2008).  Op grond van het besluit moeten directe lozingen van huishoudelijk afvalwater worden gemeld (artikel 13). De meldingsplicht geldt uitsluitend voor de lozing van huishoudelijk afvalwater, dus niet voor hemelwater of overtollig grondwater.

Voor de aanwijzing van de wateren die ten aanzien van lozingen bijzondere bescherming behoeven wordt aangesloten bij het Activiteitenbesluit (artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b). In bijlage 2 van de Regeling bij het Activiteitenbesluit is een lijst opgenomen van wateren die ten aanzien van lozingen geen bijzondere bescherming behoeven, voor alle overige wateren geldt dit wel.

Voorbeeld:
Op grond van de zorgplicht moet een gemeente het huishoudelijke afvalwater van legale woonarken (die dus een vergunning hebben op grond van de Havenverordening en een plaats in overeenstemming met het bestemmingsplan) inzamelen, mits de riolering binnen een afstand van 40 meter ligt. De gemeente heeft geen zorgplicht voor het inzamelen van het afvalwater van woonarken die geen ligplaatsvergunning hebben. Een gemeente kan dan twee dingen doen: handhaven op basis van het bestemmingsplan of legaliseren. Legaliseren kan alleen als het bestemmingsplan dat toelaat.

Zorgplicht

Voor het lozen van het merendeel van de afvalwaterstromen vanuit huishoudens stelt dit besluit geen concrete voorschriften. Een lozing op het vuilwaterriool mag meestal zonder beperkingen plaatsvinden, alleen lozingen die schade aan het riool en de afvalwaterzuivering  brengen, zijn verboden.  Het verbod geldt ook als er onnodige nadelige gevolgen zijn voor de kwaliteit van de bodem en het oppervlaktewater. Dit komt tot uitdrukking in de «zorgplichtbepaling», opgenomen in artikel 4.

Vanuit de zorgplicht is het vanzelfsprekend dat handelingen worden nagelaten die uit oogpunt van de bescherming van het milieu ongewenst zijn. Hieronder een aantal voorbeelden:

  • lozen van olie/vet uit de frituurpan en wegwerpluiers; deze moeten als huishoudelijk afval worden afgevoerd
  • lozen van vochtig toiletpapier en allerlei andere schoonmaakdoekjes; deze moeten als huishoudelijk afval worden afgevoerd.
  • lozen van meer water dan dat normaal van een huishouden komt, hierdoor kan riool overstromen.

Op basis van de zorgplicht mag men verwachten dat het afvalwater op het juiste rioolstelsel wordt geloosd.

  • het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool,
  • het hemelwater wordt geloosd op het gemeentelijk hemelwaterstelsel.

Op basis van de zorgplicht kunnen maatregelen ook expliciet gemaakt worden als maatwerk.  De gemeente kan als maatwerkregel bij  huishoudens verplicht stellen dat het afvloeiend hemelwater moet worden afgekoppeld van het vuilwaterriool als er een andere lozingsroute beschikbaar is. Het is dan wel wenselijk dat daar een vastgesteld beleid aan ten grondslag ligt, bijvoorbeeld in het gemeentelijk rioleringsplan. Het heeft de voorkeur dat afkoppeling op vrijwillige basis plaats vindt.

Voorbeeld:
De beheerders van de vuilwaterriolen en zuiveringstechnische werken ondervinden in toenemende mate problemen als gevolg van deze lozingen. Vanwege de eigenschappen van het toiletpapier en de doekjes (behoud voldoende sterkte ook bij bevochtiging) kunnen deze leiden tot bijvoorbeeld verstoppingen in pompen of roosters bij de zuiveringstechnische werken. Hiermee wordt de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater nadelig beïnvloed. Het verhelpen van genoemde problemen leidt in de praktijk tot hoge kosten. De kosten die de overheid hiervoor moet maken worden via de rioolheffing en zuiveringsheffing weer bij de burger in rekening gebracht. Indien het vochtig toiletpapier en overige doekjes niet in het riool worden geloosd, worden vele problemen en kosten voorkomen.


Uw onderwerpen