Wie mag volgens de Waterwet toezicht houden en handhaven?

In de Waterwet is de opdracht tot bestuursrechtelijke handhaving gegeven. De bevoegdheid om uitvoering te geven aan deze opdracht heeft ook een wettelijke grondslag. Het toezicht op de naleving en handhaving van de Waterwet volgt uit de Waterwet, Awb, Provincie- of Waterschapswet.

Bestuursrechtelijke handhaving bestaat uit het houden van toezicht en het opleggen van sancties door een bestuursorgaan.

De verantwoordelijkheid voor de (bestuurlijke) handhaving van de Waterwet is geregeld in art. 8.1, eerste lid Waterwet. De beheerder heeft de taak gekregen 'zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens de hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 of krachtens artikel 10.1 Waterwet bepaalde'. De bevoegdheid tot handhaven volgt hiermee de organisatie van het Waterbeheer (minister van Infrastructuur en Waterstaat), in de praktijk RWS, en het dagelijks bestuur van een waterschap).

Naast de zorg voor de handhaving, heeft het bevoegd gezag ook de taak om gegevens te verzamelen en te registreren die van belang zijn met het oog op de uitoefening van de handhavingstaak, alsmede klachten te behandelen over de naleving (artikel 8.1 Waterwet, aanhef en onder b en c).

Op de hoofdregel zijn een aantal uitzonderingen.

  1. Het college van gedeputeerde staten (GS) is gelijk gesteld met de beheerder als het gaat om handhaving van grondwateronttrekkingen die vallen onder het bevoegd gezag van GS.
  2. De Waterwet kent een samenloopregeling in artikel 6.17 Waterwet. In situaties waarin sprake is van samenloop van bevoegdheden, haakt de toedeling van de handhavingsbevoegdheid aan bij de samenloopregeling voor vergunningaanvragen. Het vergunningverlenend bevoegd gezag is dan ook het handhavend bevoegd gezag.

Toezicht op de naleving

Bij het uitoefenen van toezicht controleert het bevoegd gezag een bedrijf of burger op het naleven van de voor hem geldende regels. De minister van Infrastructuur en Waterstaat, Gedeputeerde Staten en het dagelijks bestuur van een waterschap wijzen toezichthouders aan voor de naleving bij of krachtens wettelijk voorschrift uit de Waterwet. Dit is geregeld:

In titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (vanaf artikel 5:11 Awb) staan de bepalingen over het toezicht zelf, zoals het betreden van plaatsen, zaken onderzoeken en monsters nemen.

Van belang is het toezicht op de naleving van de Waterwet te onderscheiden van interbestuurlijk toezicht, geregeld in hoofdstuk 3 van de Waterwet.

Handhaving

De bevoegdheid om handhavend op te treden is geregeld in:

De handhavingsinstrumenten die mogen worden ingezet zijn toegelicht op de pagina ‘handhavingsinstrumenten’.


Uw onderwerpen

Zie Infomil

Zie Helpdesk Water