Anorganische stoffen

Anorganische stoffen

Anorganische stoffen zijnstoffen zonder koolstof-waterbinding in hun structuur (dus geen C-H-binding). Anorganische stoffen zijn verder onderverdeeld in stofvormige anorganische stoffen (sA) en gas- of dampvormige anorganische stoffen (gA). Bijlage 12 van de Activiteitenregeling geeft een overzicht in welke klasse anorganische stoffen vallen. Zoeken met behulp van de stoffendatabase is ook mogelijk.

Anorganische stoffen

Stofcategorie

Stofklasse

Grensmassa stroom (g/uur)

Emissiegrenswaarde (mg/Nm3)

sA

sA.1

0,25

0,05

sA.2

2,5

0,5

sA.3

10

5

gA

gA.1

2,5

0,5

gA.2

15

3

gA.3

150

30

gA.4

2.000

50

gA.5

2.000

200

De emissiegrenswaarden in klasse sA.3 zijn in principe haalbaar met filtrerende afscheiders (zie ook webpagina voor totaal stof). Vaste anorganische stoffen die als relatief ongevaarlijk worden beschouwd, zijn ingedeeld in de klasse S.

Sommatiebepaling van toepassing?

Op de stofvormige anorganische stoffen is de sommatiebepaling van toepassing.

De sommatiebepaling geldt niet voor gasvormige anorganische stoffen (categorie gA). Er zijn grote verschillen in chemische en fysische eigenschappen tussen de verschillende gasvormige stoffen in de categorie gA. Hierdoor is het in de praktijk vaak niet mogelijk om de emissies van verschillende stoffen in klasse gA gelijktijdig in dezelfde reinigingsinstallatie af te vangen. Daarom vindt beoordeling van deze stoffen en de benodige bestrijdingsmaatregelen afzonderlijk per stof plaats.

Klasse gA.4: SO2

Klasse gA.4 is een speciale klasse voor SO2. Bij een emissievracht van 2 kg/uur of meer geldt een emissiegrenswaarde van 50 mg/Nm3. Bij een hoge ongereinigde emissievracht kan de grenswaarde van 50 mg/Nm3 soms moeilijk haalbaar zijn. Vooral als er sprake is van ongunstige neveneffecten van emissiebeperkende maatregelen. In dat geval kan het bevoegd gezag via artikel 2.7 per maatwerk gemotiveerd afwijken van de emissiegrenswaarde uit artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit.

Bij toestaan van een hogere emissiegrenswaarde moet de toegepaste reinigingstechniek wel een hoog rendement hebben van tenminste 95%. Een emissiegrenswaarde hoger dan 200 mg/Nm3 is nooit BBT. Vastlegging van een rendementseis in een maatwerkbesluit betekent dat bij controle van de emissiegrenswaarde ook altijd de concentratie in het ongereinigde rookgas moet worden bepaald.

Klasse gA.5: NOx

Klasse gA.5 is een speciale klasse voor NOx. Bij een emissievracht van 2 kg/uur of meer geldt een emissiegrenswaarde van 200 mg/Nm3. Deze emissiegrenswaarde is in alle gevallen technisch haalbaar door toepassing van nageschakelde technieken (SCR of SNCR). In veel gevallen is het ook haalbaar door procesgeïntegreerde maatregelen zoals 'low NOx branders'. Daar waar het voor de lokale luchtkwaliteit nodig is een strengere eis te stellen kan het bevoegd gezag dat via een maatwerkvoorschrift doen.

Ammoniak

Voor nieuwe installaties geldt zowel bij SCR als SNCR dat de ammoniakemissie kan worden beperkt tot onder 5 mg/Nm3. Voor bestaande SCR en SNCR installaties kan bij optimalisatie van de NOx emissie een NH3 emissie van 5 mg/Nm3 onhaalbaar blijken te zijn. Ammoniak valt in de klasse gA.3 met een emissiegrenswaarde van 30 mg/Nm3.

Koolmonoxide: niet ingedeeld in een klasse

Koolmonoxide is een zeer toxische stof die op basis van toxicologische eigenschappen in de klasse MVP1 thuis hoort. Het is ook een reactieve stof, die met zuurstof reageert tot koolstofdioxide. De halfwaardetijd voor koolmonoxide in de buitenlucht is 5 - 6 uur. Hierdoor is koolmonoxide relatief kort aanwezig in de atmosfeer. Dit is de reden dat koolmonoxide niet is ingedeeld in een klasse.

Koolmonoxide ontstaat bij onvolledige verbranding. Koolmonoxide is eenvoudig te meten. De normstelling gebruikt koolmonoxide daarom als indicator voor een goede verbranding.

Voor koolmonoxide geldt een luchtkwaliteitseis (Wet milieubeheer, titel 5.2) van 10 mg/m3 als acht-uurgemiddelde. Het kan zijn dat het bedrijf zoveel koolmonoxide emitteert, dat dit leidt tot overschrijding van de luchtkwaliteitseis voor de buitenlucht. In dat geval treft het bedrijf maatregelen om de emissie van koolmonoxide te beperken. Als er sprake is van kortdurende piekemissie kan het bevoegd gezag ook uitgaan van een 99,9-percentiel uurgemiddelde concentratie van 25 mg/m3. De te gebruiken rekenmethoden om te toetsen aan de luchtkwaliteitseis staan in de Handleiding Rekenen aan Luchtkwaliteit.

Toelichting 99,9-percentielwaarde koolmonoxide

Vanaf 13 december 2000 is een EU-norm van kracht (EU, 2000). Deze EU-norm hanteert een grenswaarde van 10 mg/m3 voor het voortschrijdend 8-uursgemiddelde. Vanaf 1 januari 2005 moet aan deze grenswaarde worden voldaan. Deze norm komt overeen met een 98-percentielwaarde van 3600 ug/m3 (Jaaroverzicht Luchtkwaliteit, RIVM Rapport 680704011/2010). Tot die tijd werd voor CO het volgende normen stelsel gehanteerd:

  • 98-percentiel van 6 mg/m3 (8 uurgemiddelde) en
  • 99,9-percentiel 40 mg/m3 (1 uurgemiddelde)

Op basis van de verhouding tussen de 98- en 99,9-percentielwaarden van de oude norm is voor de toetsing aan piekemissie de 99,9-percentielwaarde van 15 mg/m3 afgeleid (3,6/6*40=24 afgerond naar 25).

Respirabel silica (kwarts)

In de Activiteitenregeling is respirabel silica ingedeeld in de stofklasse sA.2. Vezels zijn uitgesloten bij deze stofklasse.

Silica (kwarts) komt vrij bij veel bewerkingen van zandhoudend materiaal. Voorbeelden van bewerkingen zijn stralen van steen, slijpen van beton en malen. Voor respirabel kwarts geldt een lage OELwaarde (Occupational Exposure Limits) van 0,075 mg/m3 (tijdgewogen gemiddelde over 8 uur). Om deze waarde op de werkplek te halen past het bedrijf puntafzuiging nabij de bron of een hoge ventilatievoud toe.

Uitgangspunt is dat het bedrijf voldoet aan de emissiegrenswaarde van artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit als:

  • het bedrijf een hoge ventilatievoud toepast, en
  • de werkplek voldoet aan de grenswaarde (voorheen MAC-waarde, zie website van de SER)

Controle door meten van de emissie is dan niet meer nodig.

Als het bedrijf puntafzuiging nabij de bron toepast kan het gehalte aan kwarts en andere silicaten in het afgas hoger zijn dan de emissiegrenswaarden. In dat geval is een nageschakelde stofafscheiding en controle door meting wel nodig.