Totaal stof

De in het Activiteitenbesluit opgenomen emissiegrenswaarden in de stofklasse S gelden voor totaal stof. Totaal stof bestaat uit grof stof en fijnstof. Het fijnstof is vooral van belang voor de volksgezondheid. De effecten van grof stof bestaan vooral uit de hinder doordat stof neerslaat buiten de inrichting.

Totaal stof

Totaal stof is de verzameling van al het zwevend stof, ongeacht de deeltjesgrootte. De in het Activiteitenbesluit opgenomen emissiegrenswaarden gelden voor totaal stof. Totaal stof bestaat uit grof stof en fijnstof.

Onder grof stof vallen de vaste zwevende deeltjes met een aërodynamische diameter groter dan 10 micron. De effecten van grof stof bestaan vooral uit de hinder doordat stof neerslaat in de leef- en woonomgeving.

Bij fijnstof gaat het om deeltjes met een aërodynamische diameter van ten hoogste 10 micron. Over het algemeen geldt dat hoe kleiner de deeltjes zijn, hoe dieper ze in de luchtwegen kunnen doordringen. Het fijnstof is vooral van belang voor de volksgezondheid.

Naast de categorie S kan zwevend stof ook ingedeeld zijn in de categorieën sO (vaste organische stoffen) en sA (vaste anorganische stoffen). De stoffen ingedeeld in de categorie sA worden als relatief gevaarlijk beschouwd. Vaste anorganische stoffen die als relatief ongevaarlijk worden beschouwd, zijn ingedeeld in de klasse S.

Bijlage 12 van het Activiteitenbesluit geeft per stof of stofgroep aan in welke klasse en stofcategorie deze valt. Zoeken met behulp van de stoffendatabase is ook mogelijk.

Totaal stof

Stofcategorie

Stofklasse

Grensmassa

stroom g/uur

Emissiegrenswaarde mg/Nm3

S

S

≥ 200

< 200

5

20

Sommatiebepaling van toepassing?

Op totaal stof is de sommatiebepaling van toepassing. Deze categorie kent maar één klasse. Hiervoor is dus alleen de sommatiebepaling binnen de klasse van toepassing.

Diffuse stofemissies

De emissiegrenswaarden in het Activiteitenbesluit voor stof zijn bedoeld voor zogenaamde gekanaliseerde emissies. Emissies via uitmondingen van afzuigpunten en dergelijke moeten worden gezien als gekanaliseerde emissies (puntbronnen). Voor diffuse stofemissies is een emissiegrenswaarde niet gebruikelijk. Het bevoegd gezag kan daarom op basis van artikel 2.7 in een maatwerkbesluit maatregelen vastleggen om diffuse stofemissies te beperken.

Maatregelen voor reduceren stofemissies uit puntbronnen

De emissiegrenswaarde van 5 mg/Nm3 is in de meeste gevallen haalbaar door toepassing van filtrerende afscheiders. Hieronder worden doekfilters, lamellenfilters en andere filtersystemen verstaan waarbij het afgas door een medium afgevoerd wordt. Ook kan mogelijk door de toepassing van een andere geschikte techniek of door optimalisatie van een andere techniek de emissiegrenswaarde van 5 mg/Nm3 worden gehaald.

Is toepassing van een filtrerende afscheider bij een bron niet mogelijk, dan geldt een emissiegrenswaarde van maximaal 20 mg/Nm3 in plaats van 5 mg/Nm3.

Toepasbaarheid filtrerende afscheiders

Het toepassen van filtrerende afscheiders is niet in alle gevallen direct mogelijk. In die gevallen kan voorbehandeling van de afgasstroom uitkomst bieden.

Toepasbarheid filtrerende afscheiders
Knelpunt Mogelijke oplossing
hoge temperatuur van het afgas koelen en voor zover mogelijk warmte hergebruiken
plakkerig stof precoaten filterdoek
hygroscopisch stof verwarmen filterdoekmateriaal
hoge vochtgehaltes in het afgas afgas drogen
kans op brandbare deeltjes in het afgas filter van onbrandbaar materiaal, of afstand tot het filter vergroten
kans op chemisch reactieve deeltjes in het afgas aanpassen procesontwerp, of chemische reactie gecontroleerd laten plaatsvinden
explosiegevaar explosieveilig uitvoeren van het filter
sterk wisselende condities van het afgas bijvoorbeeld in temperatuur: koelen of verwarmen

In het algemeen is toepassing van filtrerende afscheiders mogelijk als de ongereinigde massastroom (eventueel na voorbehandeling) aan de volgende condities kan voldoen:

temperatuur:

< 1000°C voor keramische filters

< 280 °C voor doekfilters

< 80 °C voor lamellenfilters

relatieve vochtigheid:

< 90 %

deeltjesgrootte (dp):

> 0,1 μm

Hierbij zouden de filters moeten voldoen aan de indicatieve specificaties die hieronder staan (NeR-stofonderzoek/Haskoning):

doekbelasting:

1-2 m3/(m2 x minuut) voor doekfilters

1,3 m3/(m2 x minuut voor lamellenfilters

filterweerstand (over het doek):

70-80 mbar voor fijne doekfilters

15-25 mbar voor grove doekfilters

2,5 mbar voor zeer grove doekfilters

40 mbar voor lamellenfilters

Soms is voorbehandeling nodig om filtrerende afscheiders te kunnen toepassen. Bij voorbehandeling (bijvoorbeeld koelen) zijn mogelijke neveneffecten een aandachtspunt. In de praktijk blijkt het optreden van één van de genoemde effecten afzonderlijk nog wel overkomelijk. Als meer van de genoemde effecten tegelijkertijd optreden is toepassen van filtrerende afscheiders niet altijd meer mogelijk.