Toepassing en opzet factsheets

De factsheets met basisinformatie over luchtemissiebeperkende technieken zijn een hulpmiddel om in specifieke situaties Beste Beschikbare Technieken (BBT) te bepalen. De beschreven nageschakelde technieken kunnen worden toegepast nadat eerst is gekeken of met procesgeïntegreerde maatregelen de belasting voor het milieu kan worden voorkomen of verminderd, bijvoorbeeld door het overschakelen op andere grondstoffen of recycling van emissiestromen. Indien dit niet haalbaar is, wordt gekeken naar de luchtemissiebeperkende technieken.

Na de eerste indicatieve selectie van technieken kunnen de betreffende factsheets worden opgezocht om de belangrijkste kenmerken van de technieken met elkaar te vergelijken en de toepassing in de betreffende situatie nader te bezien. Voor de techniek waar een voorkeur voor bestaat, kan een verdere uitwerking gewenst zijn, waarbij meer informatie nodig is dan in de factsheet staat vermeld. Op een dergelijk moment kan worden besloten verdere expertise of meer informatie te zoeken. Een voorbeeld hiervan is het berekenen van de kosteneffectiviteit (KE) van een techniek. In de factsheets is niet altijd voldoende informatie voorhanden om voor een specifieke situatie een KE-berekening volgens de NeR-methode 4.13 uit te voeren.

Hieronder wordt de opzet van de factsheets beschreven:

Titel/synoniemen
In de titel is als eerste een veelgebruikte naam voor de betreffende techniek weergegeven, vervolgens worden de in de praktijk gebruikte synoniemen genoemd.

Beknopte beschrijving
Hier wordt op hoofdlijnen de beschrijving van de techniek gegeven. Het principe waarop het afvangen van de componenten berust, wordt verduidelijkt aan de hand van een principeschema. Vaak wordt een wat uitgebreidere beschrijving gegeven door VITO.

Toepasbaarheid
Onder deze kop worden bedrijfssectoren genoemd waarin de technieken veel worden toegepast. De lijst is niet altijd uitputtend en toepassing van de techniek in andere sectoren dan genoemd is mogelijk.

Verder worden hier het rendement van de techniek, de restemissie en de kwaliteit van deze gegevens genoemd. De kwaliteit van de gegevens wordt onderverdeeld in drie categorieën:

  • Validatie kengetal 1 betekent geen validatie: de cijfers zijn niet onderbouwd met meetrapporten.
  • Validatie kengetal 2 betekent beperkte validatie: als meetgegevens niet direct aantoonbaar of voorhanden waren, bijvoorbeeld bij vermelding van metingen in een vergunning of metingen uitgevoerd door een niet gecertificeerd bureau.
  • Validatie kengetal 3 betekent gevalideerd: de cijfers zijn onderbouwd met minimaal één meetrapport.

Het rendement en de emissiegetallen die hier zijn gebruikt, zijn van de leveranciers afkomstig en/of van het bevoegd gezag. De waarden zijn doorgaans onder verschillende condities en in specifieke situaties verkregen en ze moeten dan ook als indicatief worden gezien. De randvoorwaarden en procescondities waaronder een techniek kan worden toegepast zijn zeer van belang en worden hier vaak als een brede range gegeven. De brede ranges zijn het gevolg van de vaak grote variatie van mogelijke toepassingen van een techniek. Meetwaarden zijn in principe gebaseerd op half-uursgemiddelde waarden zoals dat in de NeR wordt voorgeschreven.

Uitgebreide beschrijving
Sommige technieken lijken qua principe sterk op de omschreven techniek en kunnen gezien worden als een variant van deze techniek. In die gevallen worden zij in de factsheet als een variant genoemd en niet in een aparte factsheet opgenomen. De varianten zijn eenvoudig terug te vinden via de Index achter in dit document.

Kwalitatieve criteria voor ontwerp en onderhoud staan ook onder deze kop beschreven. De kwantitatieve informatie over onderhoud staat, indien beschikbaar, vermeld onder de financiële aspecten.

Tevens wordt er in de uitgebreide beschrijving ingegaan op de monitoring. Er wordt een korte beschouwing gegeven van de belangrijkste aandachtspunten. Monitoring is een zeer belangrijk en complex aspect van luchtemissiebeperkende technieken en de daarbij behorende emissies van reststoffen. Een verdere beschouwing van dit onderdeel valt dan ook buiten de reikwijdte van deze factsheets en hiervoor wordt verwezen naar de specifieke literatuur en wet- en regelgeving op dit gebied zoals de NeR en BEES.

Voor- en nadelen milieu
De voor- en nadelen die hier staan genoemd hebben betrekking op toepassing van de techniek in een “gemiddelde situatie”. In specifieke situaties zullen deze voor- en nadelen niet altijd allemaal van toepassing zijn. De ‘cross media effects’ (of afwenteleffecten) kunnen een belangrijk voor- of nadeel betekenen voor het milieu en worden om deze reden hier dan ook genoemd. Ook het gebruik van hulpstoffen, dat met de integrale afweging samenhangt, wordt hier genoemd omdat dat de keuze van een techniek behoorlijk (nadelig) kan beïnvloeden.

Financiële aspecten
De genoemde ranges geven een indicatie van de kosten. De exacte kosten hangen natuurlijk af van de specifieke condities, situatie (bestaande situatie of niet) en configuratie van de techniek. De kosten hebben betrekking op operationele kosten en investeringskosten. Deze kosten zijn weer verder op te delen, bijvoorbeeld in vaste, zoals onderhoud en bediening, en variabele operationele kosten, zoals gas, water en elektra en reststoffenverwerking (zie ook methodiek 4.13 uit de NeR). Operationele kosten in de factsheets zijn in principe al deze kosten, tenzij anders aangegeven. Er zijn zoveel mogelijk nuances meegenomen als er beschikbaar waren. Waar mogelijk zijn de personele kosten, of nutskosten (onder andere elektriciteit) expliciet opgegeven. De investeringskosten die genoemd zijn, hebben betrekking op de kale aanschaffingsprijs. Bijkomende en eenmalige investeringen kunnen, zeker in bestaande situaties, een veelvoud zijn van deze aanschaffingsprijs. In hoofdstuk 6 staan voorbeeldberekeningen van de kosteneffectiviteit van enkele technieken.

Informatiebron
Hier worden de belangrijkste referentiedocumenten genoemd die zijn gebruikt om de bestaande informatie (L26) te toetsen. Naast de onder deze kop genoemde documenten zijn vooral de leveranciers (doc, 26 kB) en het bevoegde gezag (doc, 39 kB) een belangrijke bron van informatie geweest voor dit onderzoek.