Goed woon- en leefklimaat

Goed woon- en leefklimaat geborgd als het gaat om geurhinder?

Het bevoegd gezag beoordeelt of sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de geplande geurgevoelige objecten. Dit doet het bevoegd gezag op basis van de verzamelde informatie over de geursituatie. Er zijn vier situaties mogelijk. De nieuwe ontwikkeling ligt:

  1. buiten de contouren van de planologische ruimte, maar binnen de contour van de milieuruimte
  2. binnen de contour van de planologische ruimte, maar buiten de contour van de milieuruimte
  3. buiten de contour van de planologische ruimte, maar binnen de contour van de milieuruimte
  4. binnen de contouren van de planologische ruimte en de milieuruimte

Onder milieuruimte valt de contouren zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit, de (considerans van het) maatwerkbesluit of vergunning en lokaal beleid. Onder planologische ruimte valt de richtafstanden zoals aangegeven in de vigerende bestemmingsplannen.

Figuur Planologische ruimte en milieuruimte

image014

In de eerste situatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat als het gaat om geurhinder. Het bevoegd gezag beoordeelt de geurhinder als aanvaardbaar en het plan kan ongewijzigd doorgaan. In de overige situaties kan het bevoegd gezag niet gelijk deze conclusie trekken. Onderzoek mogelijke oplossingen en weeg belangen af. In alle situaties geldt de kanttekening: hou rekening met cumulatie als dat aan de orde is.

Cumulatie

Mogelijk heeft het bevoegd gezag al rekening gehouden met cumulatie in de milieuruimte. Dan is dat in principe afdoende. Zo niet, dan beoordeelt het bevoegd gezag het aanvaardbaar hinderniveau rekening houdend met cumulatie. Het bevoegd gezag maakt deze beoordeling in het kader van het bestemmingsplan of de ruimtelijke onderbouwing. Het rekenen aan cumulatie is specialistenwerk. Hiervoor bestaan geen eenduidige regels.

De (considerans van het) maatwerkbesluit of vergunning geeft aan welke geurbelasting en/of geurhinder het bevoegd gezag aanvaardbaar vindt.

Bepaal of de nieuwe ontwikkeling iemand onredelijk in zijn belangen schaadt

Mogelijk moet het bedrijf aanvullende maatregelen treffen die verder gaan dan BBT. De nieuwe ontwikkeling schaadt het bedrijf dan in zijn belang. Deze kosten door de nieuwe ontwikkelingen kan het bedrijf verhalen op de grondeigenaar via een exploitatieplan.

Kosten nieuwe ontwikkelingen verhalen op grondeigenaar (exploitatieplan)

Stel dat de nieuwe ontwikkeling iemand in zijn belangen schaadt: de benadeelde. De benadeelde kan de kosten dan verhalen op de grondeigenaar. Dit staat in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Hiertoe stelt de planontwikkelaar een exploitatieplan op.

De kosten van maatregelen kunnen onderdeel zijn van de plankosten. Dit staat in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze kosten omvatten ook het beperken van milieuhygiënische contouren. De kosten van het verkleinen of zelfs wegnemen van geurcontouren kunnen dus onderdeel zijn van het exploitatieplan. Het Bro verplicht het opstellen van een exploitatieplan, behalve als de benadeelde de kosten anderszins kan verhalen. Bijvoorbeeld via een privaatrechtelijke overeenkomst.

Geen goed woon- en leefklimaat

Er is geen garantie op een goed woon- en leefklimaat wanneer het bevoegd gezag de geurhinder als onaanvaardbaar beoordeelt. De realisatie van de geurgevoelige projecten is dan niet mogelijk.

Voor het maken van een uitzondering moeten zeer zwaarwegende belangen aan de orde zijn. Dit zal om zeer bijzondere gevallen gaan, waar het bevoegd gezag alle belangen moet afwegen. Mogelijk kan het bevoegd gezag bijvoorbeeld de maatschappelijke functie van een nieuwbouwplan als zwaarwegend belang aanmerken. Wel moet het bevoegd gezag dan goed onderbouwen geen enkele andere plek een optie is voor het nieuwbouwplan. Deze motivatie komt in de plantoelichting.