Bevoegd gezag

Deze pagina geeft aan wie bevoegd gezag is voor vergunningverlening en handhaving op regelgeving voor f-gassen en ozonlaagafbrekende stoffen.

Wm inrichtingen

Bij inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) is de gemeente of de provincie het bevoegd gezag voor zowel vergunningverlening als handhaving. Dit volgt uit artikel 18.2 lid 1 onder a1 van de Wet milieubeheer. Dit artikel verplicht het bevoegd gezag tot bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften die bij of krachtens de Wet milieubeheer zijn vastgesteld. De basis van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen is namelijk artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

Daarnaast is volgens artikel 18.2b Wet milieubeheer ook Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bevoegd gezag. ILT heeft vooral daar een taak waar het Wm bevoegd gezag niet bevoegd is. Het gaat hier om toezicht op activiteiten waarvoor geen vergunning of melding nodig is op grond van de Wet milieubeheer. Verder wordt de ILT betrokken bij complexe en buitenregionale zaken.

In de praktijk is de gemeente of provincie in eerste instantie bevoegd gezag bij Wm inrichtingen.

Activiteiten die niet onder Wm vallen

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is bevoegd gezag bij toezicht op activiteiten voor naleving op de ozon en f-gassenregelgeving waarvoor geen vergunning of melding op grond van de Wet milieubeheer (Wm) nodig is. Dit volgt uit artikel 18.2b van de Wet Milieubeheer.

Artikel 18.2b Wm wijst de Minister van Infrastructuur en Milieu aan als bevoegd gezag bij besluiten gebaseerd op onder andere artikel 9.2.2.1 Wm. Artikel 9.2.2.1 Wm is de basis van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen. De minister wijst vervolgens in het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving verschillende inspectiediensten aan om toezicht te houden op de naleving van de voorschriften die bij of krachtens de Wet milieubeheer zijn vastgesteld. De minister heeft ILT aangewezen voor toezicht op de naleving van ozon- en f-gassenregelgeving.

Activiteiten waarvoor geen vergunning of melding op grond van de Wet milieubeheer nodig is, zijn bijvoorbeeld:

  • examinering en diplomering van personen
  • keuringsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de bedrijfscertificering
  • onderhoudsbedrijven.
  • mobiele installaties op vaar- en voertuigen (in samenwerking met scheepvaartinspectie en politie)
  • productie, import en export
  • kritische en essentiële toepassingen (bijvoorbeeld laboratoria)

Certificeringsbedrijven controleren in eerste instantie de onderhoudsbedrijven; pas als die hun werk onvoldoende uitvoeren treedt ILT handhavend op.

Economisch delict

Overtreding van een voorschrift van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen is een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten (Wed). De rechtsbasis van genoemde algemene maatregelen van bestuur staat in artikel 1a, onder 1°, van de Wed. Dit artikel verwijst voor de strafbaarstelling naar voorschriften die bij of krachtens algemene maatregel als bedoeld in artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer zijn gesteld.

Warenwetbesluit drukapparatuur

Op koelinstallaties is het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing. De Arbeidsinspectie is hiervoor het bevoegde gezag. Aanbevolen wordt om met de Arbeidsinspectie een afspraak te maken over het doorgeven van signalen aan elkaar bij controle van koelinstallaties.