Bevoegd gezag

Deze pagina geeft aan wie bevoegd gezag is voor vergunningverlening en handhaving op regelgeving voor F-gassen en ozonlaagafbrekende stoffen.

Inhoud van deze pagina

Toelichting op Wet Milieubeheer

De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergun­ningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen.

De Wet milieubeheer zal over een aantal jaren opgaan in de Omgevingswet. In de Omgevingswet worden meer dan 20 wetten, 120 AMvB’s, honderden regelingen en 40 planvormen op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water geïntegreerd.

Wm inrichtingen

Volgens de Wet milieubeheer (Wm) is bij inrichtingen de gemeente of de provincie het bevoegd gezag voor zowel vergunningverlening als handhaving. Dit volgt uit artikel 18.2 lid 1 onder a1 van de Wet milieubeheer. Dit artikel verplicht het bevoegd gezag tot bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften die in de Wet milieubeheer zijn vastgesteld. De basis van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen is namelijk artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

Daarnaast is volgens artikel 18.2b Wet milieubeheer ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bevoegd gezag. De ILT heeft vooral daar een taak waar het Wm bevoegd gezag niet bevoegd is. Het gaat hier om toezicht op activiteiten waarvoor geen vergunning of melding nodig is volgens de Wet milieubeheer. Verder wordt de ILT betrokken bij complexe en buitenregionale zaken.

In de praktijk is de gemeente of provincie in eerste instantie bevoegd gezag bij Wm inrichtingen.

Activiteiten die niet onder Wm vallen

De ILT is bevoegd gezag bij toezicht op activiteiten voor naleving op de ozon en F-gassenregelgeving waarvoor geen vergunning of melding volgens de Wet milieubeheer (Wm) nodig is. Dit volgt uit artikel 18.2b van de Wet Milieubeheer.

Artikel 18.2b Wm wijst de minister van Infrastructuur en Milieu aan als bevoegd gezag bij besluiten gebaseerd op onder andere artikel 9.2.2.1 Wm. Artikel 9.2.2.1 Wm is de basis van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen. De minister wijst vervolgens in het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving verschillende inspectiediensten aan om toezicht te houden op de naleving van de voorschriften die in de Wet milieubeheer zijn vastgesteld. De minister heeft de ILT aangewezen voor toezicht op de naleving van ozon- en F-gassenregelgeving.

Activiteiten waarvoor geen vergunning of melding nodig is

  • examinering en certificering van personen
  • certificerende instanties die verantwoordelijk zijn voor de bedrijfscertificering
  • onderhouds- en installatie bedrijven
  • mobiele installaties op vaar- en voertuigen (in samenwerking met scheepvaartinspectie en politie)
  • productie, import en export
  • kritische en essentiële toepassingen (bijvoorbeeld laboratoria)

Certificeringsinstanties controleren in eerste instantie de onderhouds- en installatie bedrijven. Pas als die hun werk onvoldoende uitvoeren, treedt de ILT handhavend op.

Economisch delict

Overtreding van een voorschrift van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaag afbrekende stoffen is een economisch delict volgens de Wet op de economische delicten (Wed). De rechtsbasis van genoemde algemene maatregelen van bestuur staat in artikel 1a, onder 1°, van de Wed. Dit artikel verwijst voor de strafbaarstelling naar voorschriften die bij of krachtens algemene maatregel als bedoeld in artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer zijn gesteld.

Warenwetbesluit drukapparatuur

Op koelinstallaties kan het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing zijn. De Inspectie SZW is hiervoor het bevoegde gezag.