ABRvS 200602678/1, 18 juli 2007 (Discountsupermarkt Leudal)

Essentie:

  • Als het aantal overschrijdingsdagen gelijk blijft maar de concentratie zwevende deeltjes in de buitenlucht toeneemt, is geen sprake van het gelijk blijven van de luchtkwaliteit.
  • Er kan niet gesaldeerd worden met een verbetering op termijn ten gevolge van autonome ontwikkelingen zoals schonere motoren en een lagere achtergrondconcentratie.

Toetsingskader: Besluit luchtkwaliteit 2005

Betreft: Besluit van gemeente Leudal (B&W) tot verlening van vrijstelling en een bouwvergunning voor het realiseren van een discountsupermarkt.

Relevante overwegingen:
2.4.3. Vast staat dat de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM10) in acht wordt genomen. Voorts is in het rapport van Peutz van 19 september 2005 (hierna: het rapport), dat hangende het beroep bij de rechtbank is uitgebracht en betrekking heeft op de gevolgen van de komst van de discountsupermarkt voor de luchtkwaliteit, ten aanzien van zwevende deeltjes geconcludeerd dat zonder de realisering van het bouwplan sprake is van een overschrijding van het aantal malen dat de 50 microgram per m³ als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie per kalenderjaar mag worden overschreden en dat de realisering van het bouwplan niet zal leiden tot een toename van dat aantal malen; het aantal dagen dat deze waarde wordt overschreden blijft 60 bedragen. Deze grenswaarde wordt derhalve bij het verlenen van vrijstelling niet overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van het Besluit luchtkwaliteit 2005 in acht genomen.

Het betoog van appellante dat het college zijn bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling in afwijking van het eerste lid van voornoemd artikel 7 kon uitoefenen, omdat is voldaan aan artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, van het Besluit luchtkwaliteit 2005, faalt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 5 april 2006 in zaak no. 200506157/1 (AB 2006, 183), bevat de tekst van het Besluit luchtkwaliteit 2005, noch de Nota van toelichting hierop enig aanknopingspunt voor het standpunt van appellante dat wordt voldaan aan artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, van het Besluit luchtkwaliteit 2005, wanneer het aantal dagen dat de vierentwintig-uurgemiddelde grenswaarde wordt overschreden, gelijk blijft. Bepalend is of de concentratie zwevende deeltjes in de buitenlucht ten minste gelijk blijft. Uit het rapport blijkt evenwel dat de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes op locatie 2 (korte afstand Kerkveldweg) toeneemt. Dat de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes niet wordt overschreden, doet hieraan, gelet op de tekst van het bepaalde onder a, van artikel 7, derde lid, van genoemd besluit, niet af. [...]
Het betoog van appellante dat sprake is van een verbetering van de luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onder b, van het Besluit luchtkwaliteit 2005, faalt evenzeer. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het rapport uitsluitend melding maakt van een verbetering van de luchtkwaliteit op termijn als gevolg van autonome ontwikkelingen, zoals schonere motoren en een lagere achtergrondconcentratie. Dergelijke ontwikkelingen kunnen, anders dan appellante betoogt, niet worden aangemerkt als effecten, als bedoeld in genoemd artikel 7, derde lid, aanhef en onder b.

Datum uitspraak:
18 juli 2007
Zaaknummer:
200602678/1
Vindplaats:
www.raadvanstate.nl

Uw onderwerpen