Bestanden bewerken

De gegevens van de monitoringstool kunt u bewerken. Dit kan in de kaart. En door bestanden te exporteren en na het bewerken weer te importeren. De bestanden kunt u ook gebruiken in de rekentool.

Gegevens bewerken

De gegevens van de monitoringstool kunt u bewerken en vernieuwen. U heeft daar een inlogaccount én wijzigingsrechten voor nodig.

Het wijzigen van gegevens kunt u doen in de kaart van de monitoringstool. Of door bestanden te exporteren en ze na bewerking weer te importeren.

3 manieren om gegevens te wijzigen

  1. De shapefiles kunt u voor alle wijzigingen gebruiken. Ook als u geen geografische wijzigingen heeft.
  2. De kaart van de monitoringstool gebruikt u als u maar een paar wijzigingen moet invoeren of controleren. Een aantal geografische wijzigingen kunt u ook in de kaart doen.
  3. De csv-bestanden gebruikt u als u geen geografische wijzigingen hoeft te doen. En u geen GIS-programma heeft.

Het wijzigen van gegevens gaat bij alle 3 methodes hetzelfde. U kunt de methodes ook door elkaar gebruiken.

Eigen kolommen wel verwijderen

Het is soms handig om tijdens het bewerken 1 of meer eigen kolommen toe te voegen. Maar vergeet die eigen kolommen niet te verwijderen als u de bestanden in de monitoringstool of rekentool importeert!

Bestanden van de monitoringstool

Voor het exporteren en importeren van gegevens gebruikt de monitoringstool verschillende bestanden:

Alle bestanden zijn in bestandstype puntkomma-gescheiden csv-bestand (*.csv) en een ESRI-shapefile (*.shp, *.dbf, *.shx). U kiest zelf welk bestandstype voor u het handigste werkt. De bestandstypen kunt u ook door elkaar gebruiken.

Spreadsheet bestandsindeling monitoringstool en rekentool (ods, 22 kB)

Bestandsindeling nieuwe Aerius Lucht Rekentool

Die vindt u op de website van AERIUS Lucht Rekentool 2019 en 2020.

Shapefiles en csv-bestanden bewerken

De shapefiles kunt u bewerken met een GIS-programma. Bijvoorbeeld ArcGIS (licentie) of QGIS (open source). De csv-bestanden kunt u het beste bewerken met een spreadsheetprogramma. Zoals Excel of OpenOffice Calc. U kunt het csv-bestand niet inlezen in Word of een tekstverwerkingsprogramma!

Werk zorgvuldig

Bedenk steeds goed welke waarde in een kolom mag of moet staan. Een spreadsheetprogramma of GIS-programma kan namelijk niet weten of de door u ingevoerde gegevens wel kloppen. Ze accepteren dus alle waarden die u invoert. Vooral in de csv-bestanden kunt u invoeren wat u wilt. Het gebruik van csv-bestanden is daarom extra foutgevoelig.

Valideren van de bestanden

Importeert u bestanden in de monitoringstool of de rekentool? Dan zal de tool de gegevens controleren (valideren). De tool kijkt of de gegevens aan de voorwaarden voldoen.

Foutmeldingen

De tool meldt het als er fouten zijn. De fouten en waarschuwingen staan in de bestanden. U ziet dan de toevoeging 'validated' in uw taak. Simpele fouten kan de tool soms zelf oplossen tijdens de validatie. De tool laat dit dan weten met een waarschuwing. De andere fouten moet u zelf oplossen. Doet u dat niet, dan heeft dit gevolgen voor het actualisatieproces. En ook voor het uiteindelijke rekenresultaat.

Tool kan niet alle fouten vinden

Goed om te weten: de tool kan niet alle fouten vinden. Hij merkt meestal wel dat er iets niet klopt en importeert dan helemaal niets. En doordat er veel verschillende oorzaken zijn voor fouten, geeft de tool vaak erg onduidelijke foutmeldingen. De ervaring van de helpdesk is dat dit komt doordat bestanden dan tóch niet aan de voorwaarden voldoen.

Controleren met de rekentool

De rekentool gebruikt dezelfde bestanden als de monitoringstool. U kunt uw bestanden daarom ook eerst controleren met de rekentool. Als de rekentool foutmeldingen geeft, hebben die verder geen gevolgen. De gegevens staan dan namelijk toch niet in de monitoringstool.

Controleren en helpdesk

Controleer bij foutmeldingen altijd eerst heel goed uw bestanden. Komt u er niets uit? Neem dan contact op met de helpdesk van InfoMil. Zij kunnen uw bestanden ook controleren en helpen het probleem op te lossen.

Let op: Gebruik in de gegevens nooit een puntkomma (;). Ook niet in de teksten. De puntkomma is namelijk het verplichte scheidingsteken in het csv-bestand. Zet u toch een puntkomma in de gegevens? Dan wordt het bestand onleesbaar voor de monitoringstool en rekentool.

Bestandsformaat en kolomvolgorde moet kloppen

Niet alleen de gegevens in de bestanden moeten aan de voorwaarden voldoen. Ook het  bestandsformaat en de kolomvolgorde moeten kloppen. Anders is foutloos importeren niet mogeliljk.

Ook hierin is het csv-bestand gevoeliger voor fouten dan de shapefiles.

Zorg dat alles klopt

Wijzigt u bestanden? Zorg er dan voor dat de indeling, de kolomnamen én de kolomvolgorde helemaal kloppen. Anders meldt de tool meteen dat de gegevens niet aan de voorwaarden voldoen.

Maar soms voldoen de gegevens volgens de tool wel aan de voorwaarden. Terwijl er toch een fout in zit. Die herkent de tool dan niet. Als dat zo is, importeert u verkeerde gegevens in de monitoringstool of rekentool.

Het is daarom erg belangrijk dat u de bestanden goed controleert voordat u ze gaat importeren. Krijgt u foutmeldingen, dan ligt dat bijna altijd aan fouten in de bestanden.

De normale  en de compacte bestandsindeling

De normale bestandsindeling komt nog uit de tijd van de Saneringstool (2009). Een aantal kolommen van deze bestandsindeling is niet nodig in de monitoringstool en de rekentool. Daarom is Bureau Monitoring in 2016 gekomen met de compacte bestandsindeling. In deze bestandsindeling zitten alleen de kolommen die wel nodig zijn.

Bij geluidsschermen altijd normale bestandsindeling gebruiken

In de compacte bestandsindeling zitten geen kolommen voor het rekenen met (geluids)schermen. Wilt u berekeningen maken met de rekentool én de (geluids)schermen in uw bestanden? Dan moet u de normale bestandsindeling gebruiken. Daarin zitten deze kolommen wel.

De monitoringstool exporteert en importeert beide bestandsindelingen. Ze zitten als shapefile én als csv-bestand in de export-zipfile.

Bureau Monitoring adviseert om bij twijfel de normale bestandsindeling te gebruiken.

5 typen gegevens in de bestanden

  1. Identificatiegegevens
  2. Eigendomsgegevens
  3. Objectgegevens
  4. Geometriegegevens
  5. Het actieveld

Identificatiegegevens

Dit zijn nummers waarmee de monitoringstool de objecten herkent. U kunt deze gegevens niet wijzigen. En u heeft ook geen invloed op de nummering. Wel mag u in de bestanden uw eigen identificatiegegevens gebruiken. Als ze maar uniek zijn. Als u het bestand dan importeert, hernummert de monitoringstool de objecten. En geeft ze nieuwe of bestaande identificatienummers. De monitoringstool gebruikt hiervoor de geometrie van de objecten.

Eigendomsgegevens

De gegevens van de eigenaar van het object. Deze zijn alleen belangrijk voor de monitoringstool, dus niet voor de rekentool.

U kunt alleen objecten wijzigen als u de eigenaar bent. Moet u objecten overdragen? Of krijgt u juist nieuwe objecten in beheer? Dan volgt u de procedure voor het overdragen van wegen.

Objectgegevens

Dit zijn de gegevens die bij het object horen. Bijvoorbeeld de snelheid of intensiteit. Objectgegevens kunt u altijd wijzigen. Hier zijn wel eisen voor (zie spreadsheet bestandsformaat). Vult u verkeerde gegevens in, dan krijgt u foutmeldingen bij het importeren en gebruiken van de bestanden.

Geometriegegevens

Gaan over de locatie en de vorm van de objecten. Alle objecten moeten 2D single-geometriën zijn. De monitoringstool en rekentool werken niet met 3D en multi-geometriën.

Well Known Text

De geometrie staat in het csv-bestand als Well Known Text (wkt). Dit is een standaard uitwisselingsformaat voor geometrie. Het is een lijst met de X- en Y-coördinaten, met een komma ertussen. In theorie kunt u de wkt-geometrie in een csv-bestand veranderen. Maar erg praktisch is dat niet.

Wijzigen

Wilt u de geometrie wijzigen? Dan raden wij u aan om altijd de shapefiles en een GIS-programma te gebruiken. Sommige wijzigingen van de geometrie kunnen ook in de kaart van de monitoringstool.

Geometrie is deel van de identificatie

De monitoringstool gebruikt de geometrie ook voor identificatie van een object. Importeert u bestanden en zit de geometrie van een object al in de monitoringstool? Dan gaat de monitoringstool er vanuit dat het om hetzelfde object gaat.

Actiekolom

Is voor het vernieuwen van de gegevens in de monitoringstool. De actiekolom geeft per regel een actie aan.  Er zijn 3 verschillende acties:

  • 'i' (insert). Deze regel wordt als een nieuw record cq nieuw object toegevoegd.
  • 'u' (update). De gegevens van deze regel vervangen de bestaande gegevens.
  • 'd' (delete). Het object van deze regel wordt verwijderd uit de monitoringstool.

Actiekolom geldt niet voor de rekentool

De rekentool doet niets met de actiekolom. Want de rekentool gebruikt alle regels in de berekening. Het maakt dus niet uit wat er in de actiekolom staat.

Verwijder daarom alle regels met een 'd' (delete) in de actiekolom, als u een berekening wilt maken met de rekentool.

Wegvak of rekenpunt verwijderen uit de monitoringstool

Wegvakken, overdrachtslijnen en rekenpunten kunt u uit de monitoringstool verwijderen. Dat doet u door in de actiekolom een 'd' te plaatsen.

Wegvak met overdrachtslijn verwijderen

Is het wegvak gekoppeld aan een rekenpunt? Dan zorgt het verwijderen van het wegvak voor een fout in de overdrachtslijn. Het bijbehorende rekenpunt krijgt dan een foutmelding. Dit voorkomt u door ook een 'd' in de actiekolom van het rekenpuntenbestand te zetten. Dat doet u bij het rekenpunt met hetzelfde segment_id als het wegvak.

Overdrachtlijn verwijderen

Een overdrachtslijn verwijdert u door een 'd' te plaatsen in de actiekolom. Dat doet u bij de overdrachtslijn met hetzelfde segment_id als het wegvak. Rekenpunten met meer overdrachtslijnen hebben ook meer regels in het rekenpuntenbestand.

Rekenpunt verwijderen

Wilt u een rekenpunt helemaal verwijderen? Dan moet u in alle regels van het rekenpunt een 'd' opnemen in de actiekolom. Hier moet in elk geval ook een regel bij zijn waarin het segment_id leeg is. Is zo'n regel er niet? Maak dan een kopie van 1 van de andere regels van dit rekenpunt. En maak daarin de segment_id leeg.

Wegvak of rekenpunt toevoegen

Het toevoegen van wegvakken en rekenpunten is vrij simpel. U maakt een extra regel aan in het bestand. Bijvoorbeeld door een andere regel te kopiëren. Daarna verandert u de geometrie naar de juiste geometrie van het wegvak of rekenpunt dat u wilt toevoegen. U geeft het wegvak of rekenpunt een nummer (1 of groter) dat in uw bestanden uniek is. In de actiekolom zet u een 'i' (insert). Dan weet de monitoringstool dat dit een nieuw wegvak of rekenpunt is.

Voor het toevoegen van overdrachtslijnen is een aparte pagina.

Ligging van de weg of rekenpunt aanpassen

Het wijzigen van de geometrie van een weg of rekenpunt in de monitoringstool is niet zo simpel. Het toevoegen van een 'u' (update) aan de actiekolom is dus niet genoeg.

3 stappen nodig

  1. Kopieer de regel van de objecten waarvan u de geometrie wilt wijzigen.
  2. Plaats in de originele regel een 'd' in de actiekolom.
  3. Verander in de kopie van de regel de geometrie. En zet een 'i' in de actiekolom.

Door stap 2 verwijdert de monitoringstool het wegvak of rekenpunt. Door stap 3 herkent de monitoringstool het wegvak of rekenpunt met de nieuwe geometrie als nieuw object. De monitoringstool voegt dit nieuwe object dan toe aan de database. Het wegvak of rekenpunt krijgt van de monitoringstool een nieuw uniek segment_id of een nieuw uniek receptorid.

Zijn er overdrachtslijnen tussen de weg en een rekenpunt? Dan veranderen die automatisch mee. Als u de segment_id en receptorid maar niet verandert.

Voor de rekentool kunt u de geometrie gewoon aanpassen

Wilt u de bestanden voor de rekentool gebruiken? Dan kunt u de geometrie gewoon aanpassen en een berekening uitvoeren. De Rekentool maakt misschien wel nieuwe segment_id en receptorid nummers aan.