Overdrachtslijnen bewerken

U kunt de gegevens in de Monitoringstool en Rekentool bewerken. Het handigste is daarvoor om de gegevens te exporteren, daarna te bewerken en vervolgens weer te importeren. Op deze manier kunt u vrijwel iedere gewenste verandering in voeren. De SRM1-overdracht tussen het wegsegment en het rekenpunt vindt plaats op overdrachtslijnen. De overdrachtslijnen zijn in het rekenpunten bestand opgenomen.

In de kaart kunt u ook nieuwe overdrachtslijnen toevoegen en bestaande overdrachtslijnen bewerken of verwijderen. De overdrachtslijnen van de monitoringstool kunt u alleen bewerken tijdens de actualisatieperiode én als u voldoende (wijzigings)rechten heeft. In uw taak in de NSL-Rekentool kunt u de overdrachtslijnen ook  bewerken, tenzij het een grootte rekentaak betreft.

Overdrachtslijn toevoegen

Als het punt langs of nabij een SRM1-weg ligt, is het nodig om een overdrachtslijn toe te voegen. U kunt langs wegen met gescheiden rijbanen voor elke rijbaan een overdrachtslijn toevoegen aan een rekenpunt.

  1. Selecteer het rekenpunt.
  2. Kies voor 'voeg overdrachtslijn toe'.

Schermafdruk_knoppen in de tabel. U kunt kiezen uit bewerken, verwijderen en voeg overdrachtslijn toe.

  1. Selecteer de weg waaraan u het rekenpunt wilt koppelen.

Onderin beeld vervangt het menu van de overdrachtslijn het menu van het rekenpunt.

Schermafdruk_tabel van de overdrachtslijn

  1. Vul het wegtype en de bomenfactor in. Corrigeer desgewenst de rekenafstand.
  2. Sla de overdrachtslijn op.

Bij het opslaan verschijnt de aangemaakte overdrachtslijn in beeld. Als u een andere afstand heeft ingegeven, dan verplaatst het rekenpunt automatisch naar de afstand die u heeft ingegeven.

Een overdrachtslijn toont altijd de kortste afstand tussen het rekenpunt en het wegsegment. Bij het aanpassen van de afstand verplaatst het punt zich in het verlengde van de overdrachtslijn.

Als een rekenpunt aan meer dan één weg is gekoppeld dan kunnen er problemen ontstaan als u de rekenafstand van één van de overdrachtslijnen aanpast. U ziet dan een overdrachtslijn die niet bij een rekenpunt uit komt. Haal in dat geval alle overdrachtslijnen van dit rekenpunt weg en begin overnieuw met het koppelen van het rekenpunt.

Meerdere overdrachtslijnen aan een rekenpunt

U kunt meerdere overdrachtslijnen aan een rekenpunt toevoegen. Dit is nodig in het geval van bijvoorbeeld een weg met gescheiden rijbanen. Tussen elke rijbaan en het rekenpunt voegt u een overdrachtslijn toe. U mag geen overdrachtlijnen aan een rekenpunt koppelen waarvan het wegvak niet de weg is waarlangs het rekenpunt ligt. Immers de SRM1 rekenmethode is alleen bedoeld voor berekenen van de luchtkwaliteit in een straat en niet op een kruispunt van wegen.

Tip voor afstand rekenpunt bij meerdere overdrachtslijnen
Maak altijd eerst de overdrachtslijn aan waarvan u de rekenafstand exact wilt bepalen. Dit is doorgaans het rekenpunt aan de rechterzijde van de weg. Dit rekenpunt heeft de kortste afstand tot de weg. Daarna maakt u de andere overdrachtslijn aan zonder de afstand te wijzigen.

Bestaande overdrachtslijn bewerken

  1. Selecteer de overdrachtslijn die u wilt bewerken
  2. Klik in de tabel onder de kaart op 'bewerken'
  3. Pas de bomenfactor, het wegtype en/of de afstand aan
  4. Sla de aanpassing op door in de tabel op 'opslaan' te klikken.

Behoud van rekenafstand

Bij het verplaatsen van een SRM1-wegsegment heeft u de keuze tussen 'behoud rekenafstand' of 'zonder behoud rekenafstand'.

  • Als u kiest voor het behouden van de rekenafstand, dan blijft de overdrachtslijn ongewijzigd tijdens het verplaatsen van het wegsegment. Het rekenpunt verplaatst mee met het wegsegment.
  • Zonder het behoud van de rekenafstand blijft het rekenpunt op de originele locatie liggen. De overdrachtslijn kan langer of korter worden als gevolg van de verplaatsing van het wegsegment.

De Monitoringstool en Rekentool past automatisch een correctie toe als de afstanden van een SRM1 overdrachtslijn niet juist zijn. De afstand moet liggen tussen de afstanden:

  • Voor alle SRM1-wegtypen is de minimale rekenafstand 3,5 meter.
  • Voor de wegtypen 2 en 3 is de maximale rekenafstand 30 meter.
  • Voor de wegtypen 1 en 4 is de maximale rekenafstand 60 meter.

Als de afstand kleiner is dan 3,5 meter of groter is dan 30 respectievelijk 60 meter, dan krijgt u een waarschuwing. De tool gebruikt voor de berekeningen vervolgens 3,5 meter of 30 respectivelijk 60 meter die past bij het wegtype.

Overdrachtslijnen verwijderen

U kunt de overdrachtslijnen ook verwijderen. Selecteer de overdrachtslijn(en) die u wilt verwijderen en kies vervolgens in het linkermenu voor 'verwijderen'.