Wegvakken bewerken

U kunt de gegevens in de Monitoringstool en Rekentool bewerken. Het handigste is daarvoor om de gegevens te exporteren, daarna te bewerken en vervolgens weer te importeren. Op deze manier kunt u vrijwel iedere gewenste verandering in voeren.

Voor relatief eenvoudige geografische bewerkingen kunt u de kaart van monitoringstool gebruiken. De wegvakken van de monitoringstool kunt u alleen bewerken tijdens de actualisatieperiode én als u voldoende (wijzigings)rechten heeft. In uw taak in de NSL-Rekentool kunt u de wegsegmenten ook  bewerken, tenzij het een grootte rekentaak betreft.

U kunt het volgende in de wegvakken aanpassen met de kaart:

Een weg verplaatsen en draaien

De optie 'aanpassen' start automatisch als u één weg selecteert. In het linker menu kunt u aangeven of u de rekenpunten mee wilt verplaatsen met de weg. U heeft hierbij twee mogelijkheden:

  • Met 'behoud rekenafstand' volgen gekoppelde rekenpunten het wegsegment. De overdrachslijn behoudt hierbij zijn lengte.
  • In de situatie 'zonder behoud rekenafstand' blijven de rekenpunten op de gekozen locatie liggen. De overdrachtslijn wordt langer of korter.

Verplaatsen

Met de stip in het midden van de geselecteerde weg kunt u de weg verplaatsen.

Klik met links op de stip en houdt deze knop ingedrukt terwijl u de weg naar de juiste locatie toe sleept door de muis te bewegen.

selecteer met de knop aanpassen. Kies voor behoud van rekenafstand.

Roteren

Voor roteren (draaien) gebruikt u nu het teken aan de onderzijde van de weg. De weg roteert rondom het gele punt in het midden van het wegsegment. Het draaiteken start altijd rechtsonder ten opzichte van de middenstip.

Let op:
De verplaatsing/rotatie is direct definitief en er is geen undo mogelijkheid.

Foutmelding dubbele wegen

Heeft u twee wegen op een identieke locatie ingevoerd? Dan geeft de Rekentool een foutmelding voor één van deze wegen. Het rekenhart van de Monitoringstool accepteert namelijk geen twee wegen met een identieke geometrie.

Na het verplaatsen van de dubbele weg blijft de foutmelding in de tabel staan. U verwijdert de foutmelding door de tabel onderin de kaart te bewerken en opnieuw op te slaan. Klik daarvoor eerst op 'bewerken' en daarna op 'opslaan' in deze tabel.

Een weg doorknippen

Met het knipfunctie wordt de weg gesplitst. Dit gebeurt in de volgende stappen:

  1. Selecteer alleen de weg die u wilt splitsen.
  2. In het menu aan de linker zijde verschijnt de optie ‘knippen’. Klik hierop.
  3. Klik kort naast de plek waar u de weg wilt splitsen.
  4. Er verschijnt een oranje lijntje tussen het startpunt en uw muis. Plaats dit lijntje over de locatie waarop u de weg wilt splitsen.
  5. Voltooi de knip met een dubbelklik van uw muis.

Knip-icoon en het lijntje dat op de kaart wordt getoond

  1. Bevestig in het popup menu dat u de weg door wilt knippen.

Na het knippen zijn het twee verschillende wegvakken geworden. U kunt nu de twee delen nu  verschillende kenmerken geven, zoals een andere snelheid of een andere intensiteit.

Is uw weg een SRM-1 weg? Voeg dan rekenpunten langs het wegvak toe en koppel deze met overdrachtslijnen aan het nieuwe wegvak.

Bewerkingen met behup van het NWB

U kunt de NWB-wegen voor twee zaken gebruiken: geometrie overnemen en NWB importeren.

  • Met overnemen neemt u de geometrie van het NWB over op uw eigen wegsegment. De weg behoudt hierbij de informatie die u al heeft ingevoerd.
  • Met NWB importeren voegt u wegvakken uit het NWB toe uw wegvakkenbestand vanuit het NWB. Deze nieuwe weg heeft alleen een geometrie, een segmentID en een naam. Alle overige informatie moet u zelf nog toevoegen.

Geometrie van NWB wegen overnemen

  1. Selecteer de weg waarvan u de geometrie wilt overnemen.
  2. Klik in de bovenste witte balk de 'segmenten' aan.
  3. Selecteer de optie NWB overnemen. In dit voorbeeld is de rekenafstand behouden.
    • Beslis of u de rekenpunten mee wilt verplaatsen, of dat deze op de huidige locatie blijven liggen. De optie ‘met behoud van afstand’ (linker menu) zorgt er voor dat de punten mee verplaatst worden. Deze punten blijven dan op dezelfde afstand van de weg liggen maar veranderen wel van plaats.
    • Als u de rekenpunten niet wilt verplaatsen kiest u voor de andere optie
  4. Selecteer de weg uit het NWB die de juiste ligging weergeeft met het gele bolletje aan uw muis.
  5. Bevestig dat u de weg over wilt nemen.

Het wegvak komt precies op de plek van het NWB te liggen. Alleen de geometrie is nu veranderd. Alle andere gegevens zijn behouden.

In de plaatjes is de werkwijze uitgebeeld, waarbij de oorspronkelijke weg een heel eind van de nieuwe NWB geometrie ligt. De weg verplaatst zich dan naar de aangegeven geometrie.

Nwb overnemen, de weg wordt verplaatst

Wegvakken uit het NWB importeren

U kunt ook wegvakken uit het NWB importeren en opnemen in uw eigen selectie van wegen. Dit is van toepassing in de Monitoringstool en in de Rekentool. De werkwijze is als volgt:

  1. Maak een export van de weggevens uit de Monitoringstool.
  2. Start met deze bestanden een berekening in de Rekentool. Let hierbij op dat u de optie "Rekenen zonder eerst bewerken" uit heeft staan.
  3. Zet tijdens de bewerkingsfase ("toon op kaart") de laag met NWB wegen aan. Deze staat onderin het filter (rechts).
  4. Selecteer de weg of wegen die u aan het model toe wilt voegen. Als u meerdere kaartlagen aan hebt staan, selecteer dan in de bovenste witte balk 'nwb'.
  5. In het linker menu verschijnt de optie ‘nwb importeren’. Klik hierop.
  6. Bevestig dat u de weg(en) wilt importeren.NwbIs uw weg een SRM-1 weg? Voeg dan rekenpunten langs het wegvak toe en koppel deze met overdrachtslijnen aan het nieuwe wegvak.
  7. Vervolg de rekentaak door aan de rechterkant van het scherm "Start rekentaak" te selecteren.
  8. Na afronding van de berekening kunt u de datasets (*.csv) voor segmenten en receptoren downloaden.
  9. Zoek in het segmentenbestand de toegevoegde wegen (waarschijnlijk onderaan) op. Bij deze wegen vult u de kolom met 'OverheidID' aan met de code voor uw overheid. In de kolom 'actie' vervangt u voor de nieuwe wegen de 'u' door 'i'
  10. De overige en invoerparameters kunnen hierin ook worden aangepast als dat nodig is, zoals intensiteiten.
  11. Het bestand opslaan (en samen met een rekenpuntenbestand aanbieden aan de MT als actualisatie actie).