ABRvS 200702844/1, 6 februari 2008 (Vrijstelling en bouwvergunning, Venray)

Essentie: Bij projectsaldering dienen voldoende waarborgen getroffen te worden voor de uitvoering van de met het plan samenhangende maatregelen.

Toetsingskader: Besluit luchtkwaliteit 2005

Betreft: Besluit van gemeente Venray (B&W) tot verlening van vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van vier gebouwen voor perifere detailhandelvestiging met bijbehorende infrastructuur

Relevante overwegingen:
2.3.2. Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld (uitspraak van 28 juni 2006 in zaak nr. 200504616/1) volgt uit artikel 7, derde lid, onder b, van het Blk 2005 dat van toepassing van die bepaling slechts sprake kan zijn bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof. Om te kunnen vaststellen of aan die voorwaarde is voldaan moet inzicht bestaan in de concentraties van de stof ter plaatse en de verbetering die daar tegenover wordt gesteld. Vervolgens moet om te kunnen beoordelen of kan worden gesproken van een per saldo verbetering van de luchtkwaliteit, worden bezien welk gewicht aan de verslechtering en de verbetering toekomt. Daarbij dient naast de concentratie in elk geval ook inzicht te bestaan in het gebied waarvoor een overschrijding is vastgesteld, het gebied waarop de verbetering betrekking heeft en het aantal blootgestelden dat door de verslechtering en de verbetering wordt geraakt. Voorts dient duidelijkheid te bestaan over het tijdstip waarop, of de termijn waarbinnen, de samenhangende maatregel wordt uitgevoerd en dienen waarborgen te worden getroffen opdat die maatregel daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Daarmee is niet uitgesloten dat ook andere factoren van belang kunnen zijn bij de weging van de verslechtering en verbetering.

2.3.3 [...] Het besluit van 11 april 2006, noch de notitie luchtkwaliteit, bevatten een beschrijving van de toename en de vermindering van de concentratie in het salderingsgebied van de hier relevante stoffen stikstofoxide en zwevende deeltjes (PM10). Een beschrijving van de autonome situatie die daarbij als uitgangspunt is genomen, ontbreekt eveneens. Voorts blijkt uit de aan het besluit van 11 april 2006 mede ten grondslag gelegde notitie luchtkwaliteit niet dat de situatie ter plaatse van de doorsteek is onderzocht. Verder ontbreken overwegingen met betrekking tot de wijze waarop bij de vaststelling van de maatregel rekening is gehouden met het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan een toename of vermindering van de concentratie van de relevante stoffen. Evenmin bevat het besluit een motivering met betrekking tot het tijdstip waarop of de termijn waarbinnen de maatregelen worden uitgevoerd en de waarborgen die getroffen worden, opdat die uitvoering verzekerd is. Gelet op deze tekortkomingen heeft de rechtbank op goede gronden overwogen dat onvoldoende is onderzocht of, uitgaande van de doorsteek als samenhangende maatregel, per saldo sprake is van een verbetering van de luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder b, van het Blk 2005.

Datum uitspraak:
6 februari 2008
Zaaknummer:
200702844/1
Vindplaats:
www.raadvanstate.nl