Biomassa in het Activiteitenbesluit

In bepaalde gevallen is het verbranden van biomassa vergunningplichtig. Hieronder wordt uiteengezet wanneer er vergunningplicht geldt.

Volgens het BOR is het verstoken van biomassa in een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 15 MW niet langer vergunningplichtig. Ook het verbranden van houtpellets onder de 15 MW is niet langer vergunningplichtig. Dit is onafhankelijk van de vraag of houtpellets wel of geen biomassa zijn. Dit is geregeld door een wijziging van het BOR (wederom categorie 1.4) en is bedoeld om het gebruik van biomassa te stimuleren.

Biomassa kan ook een afvalstof zijn. Dit is wezenlijk voor het al dan niet vergunningplichtig zijn. Hiervoor zijn twee categorieën uit het BOR relevant, categorie 1.4 en categorie 28.

Artikel 5.15 AB regelt de werkingssfeer van paragraaf 5.1.2. In artikel 5.15 is het verstoken van biomassa die ook afval is uitgezonderd van paragraaf 5.1.2. Daarom valt het verstoken van afvalbiomassa onder het regime van paragraaf 3.2.1 bij een installatie onder de 15 MW. Voor deze installaties geldt geen vergunningplicht. Bij installaties tussen de 15 en de 50 MW moeten eisen in de vergunning opgenomen worden. Voor installaties groter dan 50 MW is paragraaf 5.1.1 van toepassing en geldt dus ook de vergunningplicht.

Het verbranden van afval is in beginsel vergunningplichtig, ook wanneer er sprake is van biomassa. (categorie 28.10). Biomassa kan afval zijn in de zin van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. In het BOR is er dus voor gekozen om het verbranden van biomassa die tevens afval is uit de vergunningplicht te halen voor zover er sprake is van een nuttige toepassing en het vermogen van de installatie maximaal 15 MW is. (28.10 sub 32) Het verbranden van afval dat geen biomassa is is verboden in inrichtingen type A of B. (artikel 2.14a AB)

Dit systeem leidt er dus toe dat het verstoken van afvalbiomassa onder hoofdstuk 3 valt maar dat de vergunningplicht voor installaties onder de 15 MW afhangt van het nuttig gebruik. Boven de 15 MW geldt nog steeds de vergunningplicht.

Voorbeeld:

Biomassa die geen afval is zoals schoon hout mag verbrand worden zonder dat er rekening gehouden hoeft te worden met nuttig hergebruik en nuttig warmtegebruik. Biomassa die wel afval is mag niet verbrand worden als nuttig hergebruik hierdoor belemmerd wordt en de warmte niet nuttig gebruikt wordt. Hier kan dan waarschijnlijk ook geen vergunning voor verleend worden want deze vergunning zou dan in strijd zijn met het Landelijk afvalbeheerplan en artikel 3.10n van het Activiteitenbesluit.

Samengevat:

Biomassa, afval en vergunningplicht

biomassa

Afval

Vermogen

Nuttig Gebruik

vergunning

regime

+

+

<15 MW

ja

nee

H3

+

+

<15 MW

nee

ja

H3*

+

+

>15 MW

Niet rel.

ja

Verg./5.1

+

-

<15 MW

Niet rel.

nee

H3

+

-

>15 MW

Niet rel.

ja

Verg

+

-

>50 MW

Niet rel

ja

Verg/5.1

-

+

Niet rel.

Niet rel.

ja

Verg./5.2

*niet mogelijk wegens strijd met het LAP

Er is sprake van nuttig gebruik wanneer de warmte toegepast wordt. Daarnaast is nog aangegeven dat de verbranding van biomassa die tevens afval is het nuttige hergebruik van materialen niet mag belemmeren. Momenteel zijn er geen uitspraken bekend waarin deze twee aspecten spelen.