Vermogensgrenzen

Grote stookinstallaties hebben een nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer. Het kan hierbij ook gaan om een groep van kleinere stookinstallaties die gezamenlijk een vermogen van 50 MW of meer hebben.

In de meetverplichtingen voor het toetsen van de emissiegrenswaarden wordt in bepaalde gevallen een onderscheid gemaakt tussen grote stookinstallaties tot 100 MW en installaties met een vermogen van 100 MW of meer.

Optellen vermogens

Een grote stookinstallatie is een stookinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer, ongeacht het toegepaste brandstoftype (Activiteitenbesluit, artikel 1.1). Het kan daarbij gaan om een groep van kleinere stookinstallaties die gezamenlijk een thermisch vermogen van 50 MW of meer hebben. Voor deze sombepaling gaat het dan om stookinstallaties vanaf een vermogen van 15 MW, waarvan de afgassen via één schoorsteen worden of zouden kunnen worden afgevoerd (Activiteitenbesluit, artikel 5.1, lid 2).

Onderscheid meetverplichting tussen 50 en 100 MW en groter of gelijk aan 100 MW

Voor de controle op het voldoen aan de emissie-eisen worden voor grote stookinstallaties in de Activiteitenregeling milieubeheer meetverplichtingen opgelegd. In de eisen, wordt in een aantal gevallen een onderscheid gemaakt tussen grote stookinstallaties tot 100 MW en stookinstallaties met een vermogen vanaf 100 MW, voor deze laatste groep geldt veelal de verplichting tot continu meten.

Voor de groep tot 100 MW geldt alleen een verplichting voor periodieke metingen. Daaraan zijn met de laatste wijziging van de Activiteitenregeling wel de voorwaarde verbonden. Uit geregistreerde emissie relevante parameters moet blijken dat de emissiereductietechnieken continu in bedrijf zijn en de emissies nooit hoger zijn dan de emissie-eisen (Activiteitenregeling art 5.3, lid 2).