Overige aspecten

Afdeling 5.1.5 is vooral gericht op de emissies van stookinstallaties gestookt op niet standaard brandstoffen. Andere milieuaspecten kunnen ook een rol spelen bij de vergunningverlening.

Keuring en onderhoud

De keuringsplicht geldt alléén voor stookinstallaties die standaard brandstoffen verstoken. Een stookinstallatie gestookt op niet standaard brandstoffen wordt dus niet gekeurd door een SCIOS gecertificeerd bedrijf. De inrichtingshouder is verantwoordelijk voor de goede werking van de stookinstallatie.

Geurhinder

Het voorkomen van geurhinder is niet geregeld in het Activiteitenbesluit. Het is wel mogelijk om op basis van zorgplicht maatregelen op te leggen om geurhinder tegen te gaan. Met het opleggen van maatregelen op basis van zorgplicht wordt terughoudend omgegaan.

Het komt voor dat er geuroverlast is terwijl een stookinstallatie voldoet aan de eisen welke aan de emissies zijn gesteld. Artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit geldt als vangnet voor activiteiten zonder geurvoorschriften, maar waar wel sprake is van geurhinder. De op te leggen maatregelen zijn extra eisen als maatwerk bij het besluit.

Verwaarloosbaar bodemrisico

In hoofstuk 5.1.5  zijn geen eisen opgenomen ter bescherming van de bodem. Toch kunnen regels gelden om de bodem te beschermen. De kans op bodemverontreiniging moet verwaarloosbaar zijn. Deze regels staan in het Activiteitenbesluit en de ministeriële regeling.

Een voorbeeld van een bodembeschermende voorziening is het vullen of legen van een stookinstallatie met een vloeibare brandstof boven een bodembeschermende voorziening.

Beheer van afvalwater

Het lozen van het spuiwater van de stoomketel of condensaat van de rookgassen vindt plaats op een vuilwaterriool. Dit komt omdat spuiwater meestal hogere concentraties mineralen bevat.

In het geval dat het condenswater schoon is, kan lozen op de bodem of oppervlaktewater worden toegestaan. Dit is een afweging dat het bevoegd gezag moet maken. De lozing wordt in de vergunning geregeld.


Uw onderwerpen