Welke eisen kan ik stellen aan een naverbrander?

Vraag

Welke eisen kan ik als vergunningverlener stellen aan een thermische naverbrander?

Antwoord

Eisen voor keuring en onderhoud en emissie-eisen.

De eisen voor keuring en onderhoud vloeien voort uit de Activiteitenregeling, artikel 3.7m.

In het Activiteitenbesluit zijn geen emissie-eisen voorgeschreven maar kunnen op basis van zorgplicht wel als maatwerkvoorschriften worden gesteld. Er zijn in het Activiteitenbesluit namelijk geen emissie-eisen gesteld voor naverbranders, maar ze vallen wel onder de werkingsfeer van paragraaf 3.2.1 van het Activiteitenbesluit. Ze beperken de uitstoot van koolwaterstof en geuremissies. Dit is een nuttige toepassing waardoor ze voldoen aan de definitie van stookinstallatie.

Het maatwerk kan emissie-eisen bevatten voor koolwaterstoffen, NOx en CO. Deze concentratie-eisen zijn gebaseerd op de actuele zuurstofconcentratie. Bij een voldoende hoge temperatuur, turbulentie en verblijftijd in de naverbrander zal een goede verbranding plaatsvinden. Lage restemissies zijn realiseerbaar waardoor de haalbare restconcentratie vaak lager is dan 50 mg/m3.

NOx-eis

De NOx-eis die in de vergunning kan worden opgenomen is afhankelijk van het type naverbrander. Ze zijn onder te verdelen in thermische en katalytische naverbranders. Beide typen naverbranders kunnen zijn uitgerust met recuperatieve of regeneratieve systemen. Bij een recuperatieve naverbrander varieert de NOx-emissie tussen de 40 en 200 mg/m3. Bij een regeneratieve (thermische) naverbrander varieert de NOx-emissie tussen de 20 en 50 mg/m3. De NOx-emissies van katalytische naverbranders zijn verwaarloosbaar.

CO-eis

De CO-emissie van een naverbrander is een indicatie voor de volledigheid van de verbranding en dus voor de restemissies aan koolwaterstoffen. De CO-emissie in het afgas is eenvoudiger (goedkoper) te meten dan de emissie van individuele koolwaterstoffen. Een CO-uitstoot tussen 50 en 100 mg/m3 is haalbaar.

Ter controle van de restemissie aan koolwaterstoffen kan zowel de temperatuur als de verblijftijd (gasdebiet) van de naverbrander als emissie relevante parameter (ERP) worden opgenomen. Voor thermische naverbranders kan de vuistregel worden gehanteerd dat de temperatuur hoger dan 850 oC moet zijn en de verblijftijd langer dan 1.5 seconde.

Meer informatie over naverbranders is te vinden in de factsheets luchtemissiebeperkende technieken.


Uw onderwerpen