Bedrijven

Bedrijven kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden.

Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de Handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG. Maar het is ook belangrijk rekening te houden met de omgekeerde werking, zodat bedrijven aan het Activiteitenbesluit kunnen blijven voldoen. U vindt hier informatie over:

Niet-wettelijke milieuzonering

Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Integrale milieuzonering houdt rekening met cumulatieve effecten. Bij ruimtelijke scheiding kan een uitwaartse of inwaartse zonering worden gehanteerd.
Door te zoneren kunnen milieuonderwerpen waaronder de aspecten geluid of geur indirect doorwerken in het bestemmingsplan. Milieuzonering is een ruimtelijk instrument voor het invullen en beheren van de ruimte. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende, vaak zich niet met elkaar verdragende, functies aangehouden. Vanwege dit ruimtelijk structurerend karakter kan een zonering in het bestemmingsplan juridisch worden vastgelegd. Zonering is vooral preventief van aard.

Handreiking bedrijven en Milieuzonering (VNG)

Voor milieuzonering is de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering een belangrijk standaardwerk. Ook op deze website wordt de VNG-publicatie vaak aangehaald.

De publicatie geeft voor vele bedrijfstakken en installaties aan:

  • welke milieuonderwerpen een rol kunnen spelen
  • welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing 'passend' zijn.

In de handreiking is een lijst opgenomen die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Het voordeel van het instrument is, dat het een integrale benadering geeft. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand. De VNG-publicatie is daarmee een onmisbaar hulpmiddel in de bestemmingsplanpraktijk.
Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van 'pseudo-wetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken (ABRvS 13 mei 1997, BR 1997, 830 én ABRvS 3 april 2001, JM 2001, nr. 85). Uit jurisprudentie (zaaknummer 200809208/1/R1) blijkt ook dat de bouwstenen (richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging) correct moeten worden toegepast. Wel moet gerealiseerd worden dat de handreiking ‘richtafstanden’ aangeeft. Er is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een grotere of kleinere afstand uitgegaan kan of moet worden.
De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een ‘rustige woonwijk’, maar een ‘gemengd gebied’. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt.
Bij een ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden (zie tabel). Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind.
Daarnaast onderscheidt de VNG-publicatie ‘functiemengingsgebieden’. Dit zijn bijvoorbeeld stadscentra, dorpscentra of winkelcentra. Als een gebied is aangewezen als functiemengingsgebied, dan kan de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor functiemenging worden toegepast. Hierbij is het beter mogelijk om menging van functies toe te staan.

In- en uitwaartse zonering

Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten.
Milieuzonering kan extra ruimte vragen, bijvoorbeeld voor externe veiligheid of luchtkwaliteit. Maar kan ook leiden tot een betere indeling van de ruimte en daarmee juist tot een zuiniger ruimtegebruik (bijvoorbeeld inwaartse zonering van een bedrijventerrein).

Uitgaan van planologische rechten

Bij het toepassen van zonering moet rekening gehouden worden met de planologische rechten. Dit betekent dat gemeten wordt vanaf de grens van de bestemming van het bedrijf en de bestemmingsgrens van de nieuwe gevoelige functie. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf / de gevoelige functie.

Omgekeerde werking

De omgekeerde werking speelt vooral bij bestemmingsplannen, die locaties voor recreatie, toerisme of woningbouw (een woonwijk of een ruimte-voor-ruimte-woning) vastleggen. Past een bouwplan niet binnen het bestemmingsplan (bijvoorbeeld vergroting van een bouwblok of woningsplitsing), dan kan de initiatiefnemer om afwijking van het bestemmingsplan vragen. Als de gemeente of provincie over de afwijking besluit, moet ze aantonen dat de plannen voldoen aan een goede ruimtelijke ordening - onder andere de toets op omgekeerde werking.
Niet alle milieuwetgeving werkt direct door in het bestemmingsplan. Dit is bijvoorbeeld het geval met het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder een veehouderij. Bedrijven moeten voldoen aan de eisen die hierin gesteld zijn. Om te bepalen of een bedrijf niet onevenredig in zijn belangen geschaad wordt, is het daarom van belang ook in beeld te brengen of het bedrijf door de nieuwe functies (zoals woningbouw) nog wel aan deze eisen kan voldoen. Dit noemen we omgekeerde werking.
Als het bouwblok al bestemd is en geen aanpassing van het bestemmingsplan nodig is, is geen toets op de omgekeerde werking nodig (en ook niet mogelijk).

Voorbeeld: een locatie heeft de bestemming woningbouw. Iemand vraagt een omgevingsvergunning voor bouwen aan. De milieutoets met de omgekeerde werking is niet meer nodig, en ook niet mogelijk. Deze toets is namelijk al gedaan bij het aanwijzen van de bestemming. Het bevoegde gezag moet de omgevingsvergunning bouwen verlenen, als deze past binnen het geldende bestemmingsplan.

Rekening houden met milieubelangen

Bedrijven hebben rekening te houden met de milieuwetgeving. Veel bedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit. Zwaardere bedrijven hebben een milieuvergunning.

Het Activiteitenbesluit bevat algemene milieuregels voor bedrijven. In het Activiteitenbesluit staan regels per soort milieubelastende activiteit (bijvoorbeeld metaalbewerking) en per soort milieubelasting (bijvoorbeeld geluid). Het gaat hierbij onder andere om normen en afstanden ten opzichte van gevoelige functies. Zo bevat het activiteitenbesluit bijvoorbeeld geurnormen voor dierverblijven. En gelden er vaste afstanden voor het opslaan van gevaarlijke stoffen.
Bedrijven hebben geen recht om geur te produceren tot de maximale norm. Maar als een geurgevoelige functie nabij een geur producerend bedrijf gerealiseerd wordt, moet wel beoordeeld worden of het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering belemmerd zal worden. Een van de aspecten hierbij is of het bedrijf nog aan het Activiteitenbesluit kan voldoen.

Sommige bedrijven hebben een milieuvergunning. In een milieuvergunning is aangegeven welke activiteiten een bedrijf mag uitvoeren en aan welke voorwaarden het bedrijf moet voldoen. Ook kan er in een milieuvergunning zijn aangegeven dat het bedrijf op een bepaald punt (ter plaatse van de dichtstbijzijnde gevoelige functie) aan bijvoorbeeld een geluid- of geurnorm moet voldoen.
Komt er een nieuwe gevoelige functie dichterbij, dan kan het bedrijf belemmerd worden in zijn bedrijfsvoering. Er moet voorkomen worden dat het bedrijf zijn vergunde activiteiten niet meer kan uitvoeren.