Ruimtelijke inpassing bedrijven

Ruimtelijke inpassing is een breed begrip. Het speelt op meerdere schaalniveaus.

Beleid

Bij nieuwe bedrijven en bedrijventerreinen of de uitbreiding daarvan is het provinciaal beleid van groot belang. In de Provinciale Structuurvisie en de Provinciale verordening staan het beleid en de regels waar de (uitbreiding van)  bedrijven en bedrijventerreinen aan moeten voldoen. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen beleid en staan er regels in het bestemmingsplan. De regels van de provincie zijn door vertaald in het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan

Past de ontwikkeling in het bestemmingsplan, dan is er geen ruimtelijke onderbouwing nodig. Wel kan er nog een Omgevingsvergunning bouwen of milieu nodig zijn. En moet de ontwikkeling voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit.

Past de ontwikkeling niet in het bestemmingsplan? Dan is een ruimtelijke onderbouwing nodig, die aantoont dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke inpassing is één aspect hiervan.

Ligging in stad en dorp

Op niveau van de stad of het dorp gaat het om de vraag of de locatie geschikt is. Blijkt uit het beleid van de provincie en gemeente dat (uitbreiding van) bedrijven mogelijk zijn?

Planlocatie

Op de locatie zelf is van belang of de omgeving last kan hebben van het bedrijf. Bijvoorbeeld door geluid, geurhinder of externe veiligheid. Als er voor het bedrijf nieuwbouw nodig is, dan moet deze nieuwbouw passen in de omgeving. Belangrijk hierbij zijn de bouwhoogte, afstand tot de bestaande bebouwing en de omvang van het gebouw. Maar bij inpassing gaat het er ook om dat geen verkeersoverlast ontstaat door aan- en afrijdend vrachtverkeer.

Daarnaast zijn de bouwstijl en het materiaalgebruik van belang. Dit zijn welstandsaspecten en hoeven niet in de ruimtelijke onderbouwing te staan. In de welstandsnota van de gemeente is aangegeven of er voor de locatie specifieke welstandseisen gelden.

Ruimtelijke onderbouwing

De ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van de nieuwbouw. Daarbij moet ook worden aangegeven of dit past in de omgeving en waarom dit past. Welstandsaspecten hoeven niet in de ruimtelijke onderbouwing te staan. Maar als de plannen passen in de welstandsnota is het goed dit te vermelden.