Mest en ruimtelijke planvorming

Boeren gebruiken mest om hun akkers en weilanden te bemesten. Het gebruik van dierlijke mest is wettelijke beperkt, omdat te veel mest slecht is voor het milieu. Boeren moeten daarom een deel van de mest die overblijft (mestoverschot) laten verwerken. Hiermee wil de overheid het mestoverschot verder terugdringen. Dit betekent dat meer dan vroeger de ruimtelijke inpassingen van handelingen met mest in de ruimtelijke ordening aan bod komt. Bij mest en ruimtelijke ordening kan onderscheid gemaakt worden tussen de opslag van mest en handelingen met mest.

Het opslaan van mest en handelingen met mest kunnen effect hebben op de omgeving. Het gaat hierbij onder andere om ruimtelijke inpassing en om overlast die kan ontstaan vanuit geur en ammoniak. Bij vergisting van mest zijn ook geluid en externe veiligheid van belang.

Hier wordt voorlopig alleen informatie gegeven over de opslag van mest en mestvergisting. Andere handelingen met mest blijven buiten beschouwing.

Mest

Ruimtelijke inpassing opslag mest en mestvergisting

Opslag vaste mest

Opslag drijfmest/digestaat

Mono-vergisting

Co-vergisting

Meer informatie

Dossier Mest

koe

Meer specialistische informatie vindt u op onze pagina Mest onder Landbouw.