Maatregelen

Bij nieuwe ruimtelijke plannen moet aangetoond worden dat er sprake is van een aanvaardbare akoestische kwaliteit. Om dit te bereiken zijn soms maatregelen nodig.

Voor het aspect geluid wordt er onderscheid gemaakt in de volgende type maatregelen:

  • Bronmaatregelen (bijv. aanpassing verkeersintensiteiten weg)
  • Overdrachtsmaatregelen (bijv. afschermende bebouwing)
  • Maatregelen bij de ontvanger (bijv. dove gevel bij woningen).

Vooral bij de motivering voor de hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder is deze indeling gebruikelijk.

Bronmaatregelen

Beperking van de productie van geluid heeft natuurlijk de voorkeur. Het geluid wat niet of minder wordt gemaakt veroorzaakt geen of minder hinder.

Bronmaatregelen bij infrastructuur

Het is sterk afhankelijk van de type bron of er bronmaatregelen mogelijk zijn en of deze in een specifiek bestemmingsplan toepasbaar en afdwingbaar zijn. Zo zijn stille vliegtuigen, stille treinen, raildempers maatregelen die buiten de scoop van een bestemmingsplan vallen.

Bronmaatregelen die binnen de reikwijdte van een bestemmingsplan kunnen vallen zijn:

  • vastleggen van de verkeersbestemming
  • vastleggen van de as van de weg
  • vastleggen van het aantal rijstroken
  • terugdringen van verkeersintensiteiten, door een strenger parkeerregime
  • gebruik van stil asfalt.

Bronmaatregelen bij bedrijven

Bij het bestemmen van bedrijven kan men denken aan de volgende maatgelen :

  • Lage geluidemissie via toestaan bedrijven met een lage milieucategorie
  • (zeer) beperkte bestemmingsomschrijving (bv. type horeca: geen (live) muziek, geen feesten en partijen, beperkte openingstijden)
  • beperken overdracht geluid binnen het bedrijf door slim situeren van bouwblokken t.o.v. gevoelige bestemmingen (zie ook: Maatregelen in de overdracht)
  • slim situeren van laad- en losplaats.

Belangrijk bij het vastleggen van dergelijke maatregelen is de gemotiveerde ruimtelijke relevantie van de maatregel.

Als de maatregelen via het ruimtelijk spoor onvoldoende oplossing bieden, zijn aanvullende maatregelen via het milieuspoor mogelijk. Deze maatregelen in het milieuspoor worden genomen voor de vaststelling van het ruimtelijk besluit (bijv. vaststelling bestemmingsplan).

Maatregelen in de overdracht

Overdracht (het dempend of versterkend effect tussen bron en ontvanger) is een belangrijke factor in de uiteindelijke geluidbelasting op gevoelige bestemmingen. Overdrachtsmaatregelen, zoals geluidsschermen, kunnen de effecten van een geluidsbron sterk inperken.

Door een slimme situering van bepaalde bestemmingen (bijvoorbeeld kantoren) langs drukke wegen, kan door de afschermende werking voor andere geluidsgevoelige bestemmingen een goed akoestisch woon- en leefklimaat gecreëerd worden. Bij ruimtelijke plannen is het daarom aan te bevelen om al in een vroeg stadium het aspect geluid in de planvorming te betrekken. In relatief kleine plannen of in een dynamische omgeving met veel geluidsbronnen is deze benadering vaak niet mogelijk. Naast het gebruiken van de afschermende werking van andere gebouwen kan ook heel gericht via geluidsschermen de overdracht van geluid beperkt worden.

Maatregelen bij de ontvanger

Bij maatregelen bij de ontvanger kan gedacht worden aan:

  • Loggia
  • Geluidscherm aan gevel (vlies, of raam)
  • Indeling van de woning (slaapkamer aan minst belaste zijde)

Een andere mogelijkheid is de dove gevel (een wettelijke mogelijkheid in situaties waarbij de Wgh van toepassing is, waardoor er geen toetsing plaats hoeft te vinden). Bij geluidgevoelige bestemmingen met een hoge geluidbelasting is vaak ook het aanbrengen van (extra) geluidsisolatie aan de gevel nodig. Dit wordt voor situaties waarvoor de Wgh geldt geregeld via het Bouwbesluit. Vanuit het gemeentelijk geluidbeleid is in aanvulling op bovenstaande vaak een stille of geluidluwe zijde vereist.