Gevoelige functies geluid in de RO

Bij het aspect geluid in het ruimtelijk spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder maar ook tegen gezondheidseffecten door geluid. In de ruimtelijke ordening wordt voor functies deels bescherming tegen geluid geboden door de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet Luchtvaart en deels door de Wro/Wabo (in het kader van een goede ruimtelijke ordening).

NB. De gevoelige functies/bestemmingen in relatie tot de Wet luchtvaart worden hier niet besproken omdat deze in eerste instantie relevant zijn bij de vaststelling van een luchthavenindelingsbesluit (zie voor meer informatie Geluid gereguleerd in de Wet Luchtvaart).

Wet geluidhinder

De Wgh biedt het kader voor de bescherming van geluidsgevoelige gebouwen én geluidsgevoelige terreinen tegen het geluid van de volgende geluidbronnen:

  • wegverkeer (niet 30 km wegen),
  • spoorwegen en van
  • gezoneerde industrieterreinen.

De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:

  • woningen
  • onderwijsgebouwen
  • ziekenhuizen
  • verpleeghuizen
  • verzorgingstehuizen
  • psychiatrische inrichtingen
  • kinderdagverblijven.

De geluidsgevoelige terreinen:

  • woonwagenstandplaats
  • bestemde ligplaats voor woonschepen.

Voor meer informatie zie "Geluidsgevoelige functies in het kader van de Wgh".

De hierboven genoemde gebouwen en terreinen worden in het bestemmingsplan weergegeven als de bestemmingen woningen, maatschappelijke voorzieningen, e.d. (met de bijbehorende doeleindenomschrijvingen). De grens van de bestemming is maatgevend, niet het gebouw of object.

Een goede ruimtelijke ordening

In situaties waarop de Wgh niet van toepassing is (bijvoorbeeld rond 30 km wegen of bij bedrijven die niet op Wgh-gezoneerd bedrijventerrein liggen) vind de bescherming tegen geluid via de invulling van "een goede ruimtelijke ordening" plaats (Wro/Wabo).

In de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009), die bij de afweging van geluid van bedrijven vaak wordt gebruikt, wordt de term milieugevoelige functie gehanteerd. Als voorbeelden staan daarin woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfrecreatie genoemd.

Bij de afbakening van geluidsgevoelige functies die niet door de Wgh worden beschermd kan in eerste instantie worden aangesloten bij de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen van de Wgh. Ook voor andere functies kan, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een zeker mate van bescherming tegen geluid nodig zijn. Voorbeelden hiervan zijn begraafplaatsen en recreatiewoningen. Als voorbeeld hiervan kan de uitspraak ABRvS d.d. 29 februari 2012, nr. 201002029/1/T1/R2

201002029/1/T1/R2 dienen over recreatiewoningen:

"Niet in geschil is dat de in het plan voorziene 350 recreatiewoningen weliswaar geen bescherming genieten ingevolge de Wet geluidhinder, maar dat dit niet betekent dat de recreatiewoningen in het geheel geen bescherming tegen geluidhinder toekomt. Gezien het feit dat de toegekende bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie" onder andere nachtverblijf toestaat, is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven in de recreatiewoningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt daarom aan de recreatiewoningen een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe."

Uit deze uitspraak blijkt dat in principe "elke situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven" als geluidgevoelig beschouwd kan worden. Dit betekent overigens niet dat deze situaties meteen grondig beschouwd dienen te worden of een hoog beschermingsniveau tegen geluid verdienen. Het geeft wel aan dat de motivering "een functie is niet geluidgevoelig" een te magere motivering is.