Asbest bij gemeentewerven, in tussenopslag en op stortplaatsen

Verwijderd asbest hoort eventueel via tussenopslag op de stortplaats terecht te komen. Meestal valt de (tussen)opslag van asbesthoudend afval onder het Activiteitenbesluit.

In afdeling 3.4 staan de eisen  gesteld aan het op- en overslaan van verwijderd asbest. De eisen gelden voor gemeentewerven (onderdeel a) en voor de tussenopslag bij asbestverwijderingsbedrijven (onderdeel b).

De eisen aan het verwijderen zelf staan in het Asbestverwijderingsbesluit en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Uit deze eisen volgt dat asbest op de verwijderingslocatie ook alleen in verpakking aanwezig mag zijn.

Eisen aan de op- en overslag bij gemeentewerven/milieustraten

De gemeentewerven en milieustraten vallen sinds 1 januari 2011 onder het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 3.54h en 3.54i geven  eisen die specifiek gelden voor de opslag van asbestbevattende afvalstoffen.

  • Het op- en overslaan van asbest geeft geen stofverspreiding die met het blote oog waarneembaar is.
  • Asbest is uitsluitend aanwezig in een container en verpakt in niet luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van voldoende dikte en sterkte.

De eisen voor het verpakken en opslaan  door een particulier op de locatie van verwijdering zijn gebaseerd op artikel 7 van het Asbestverwijderingsbesluit. Asbesthoudend afval mag hierdoor alleen verpakt bij de gemeentewerf aangeleverd worden.

Eisen aan de op- en overslag bij de verwijderingsbedrijven

Sinds 1 januari 2016 vallen asbestverwijderingsbedrijven onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De verplichting om een omgevingsvergunning milieu te hebben vervalt daarmee. Deze bedrijven moeten voldoen aan de milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Er is wel nog een OBM (Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets) nodig.

Het gaat hier om de locaties waar de tussenopslag van asbestbevattend afval van eigen werk plaatsvindt. Vaak wordt asbest afkomstig van kleine saneringen tijdelijk opgeslagen op het eigen terrein voordat het wordt afgevoerd naar de stortplaats. Er mag maximaal 50 ton opgeslagen worden. Boven deze hoeveelheid is alsnog een omgevingsvergunning nodig.

Er gelden de volgende voorwaarden:

  • Het op- en overslaan van asbest geeft geen stofverspreiding die met het blote oog waarneembaar is.
  • Asbest is uitsluitend aanwezig in een container en verpakt in niet luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van voldoende dikte en sterkte.
  • Als de inrichtinghouder asbest van verschillende saneringen samenvoegt in een container, legt hij per container vast van welke saneringen het asbest afkomstig is. De drijver van de inrichting bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar.

De eisen voor het verpakken en opslaan door een verwijderingsbedrijf tijdens de sanering volgen uit artikel 44 van bijlage 13A (behorend bij artikel 27) van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Eisen aan de opslag bij stortplaatsen

Voor zover het Activiteitenbesluit geen eisen stelt aan de opslag, gelden voor de opslag van asbesthoudend afval bij stortplaatsen de volgende eisen:

  • asbesthoudend afval niet mengen met ander afval
  • asbesthoudend afval zodanig afdekken dat er geen vezels kunnen vrijkomen
  • op de stortplaats mogen geen dingen gebeuren waarbij asbestvezels vrij kunnen komen
  • de stortplaats heeft een overzicht van de plekken waar asbesthoudend afval is gestort. Ook de manier waar op het afval is afgedekt -om verspreiding van vezels te voorkomen- is onderdeel van dit overzicht
  • de stortplaats mag asbesthoudend afval alleen storten in een specifieke cel die alleen bestemd is voor asbesthoudende afvalstoffen

Deze eisen gelden volgens artikel 6 van het Stortbesluit bodembescherming.
Naast de eisen aan de opslag worden vanuit arboregelgeving en Stortbesluit bodembescherming ook eisen gesteld aan de vakbekwaamheid van het bedrijf en aan de opleiding van medewerkers.

Algemene eisen opslag Asbestverwijderingsbesluit

Aan de opslag van asbesthoudende afvalstoffen stelt het asbestverwijderingsbesluit (artikel 7) de volgende eisen:

  • Asbesthoudende producten gescheiden houden van niet asbesthoudende producten.
  • Asbesthoudende producten verpakken in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en sterkte dat deze niet scheurt.
  • Verpakkingsmateriaal waarin asbesthoudende producten worden verpakt afsluiten en opslaan in afgesloten opslag.
  • Asbesthoudend materiaal dat niet verpakt kan worden, opslaan in een afgesloten container. (Deze container moet voorzien zijn van een niet-luchtdoorlatende zak om het materiaal in op te slaan.)
  • Asbesthoudend materiaal verpakt in niet-luchtdoorlatende folie moet voorzien zijn van stickers op basis van artikel 7 Productenbesluit asbest.
  • Het afval wordt binnen twee weken na verwijdering afgevoerd

Deze eisen gelden bij verwijdering "buiten beroep of bedrijf". Ze zijn dus van toepassing op particulieren die zelf asbest verwijderen. Particulieren mogen bepaalde strikt omschreven toepassingen zelf verwijderen na melding bij de gemeente. Vervolgens leveren zij dit in bij de gemeentewerf.


Uw onderwerpen

Paragraaf 3.4.11 Activiteitenbesluit

Artikel 3.54h

1 Deze paragraaf is van toepassing op het op- en overslaan van verwijderd asbest:

a. bij een inrichting waar uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de wet, of

b. dat afkomstig is van werkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft, in een hoeveelheid van ten hoogste 50 ton.

2 Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een verwijderd asbesthoudend product.

Artikel 3.54i

1 In het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt bij het op- en overslaan van asbest ten minste voldaan aan het tweede tot en met vierde lid.

2 Het op- en overslaan van asbest geeft geen stofverspreiding die met het blote oog waarneembaar is.

3 Asbest is uitsluitend aanwezig in een container en verpakt in niet luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van voldoende dikte en sterkte.

4 Als de inrichtinghouder asbest van verschillende saneringen samenvoegt in een container, legt hij per container vast van welke saneringen het asbest afkomstig is. De drijver van de inrichting bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar.

5 Het vierde lid is niet van toepassing op asbest dat is ingenomen bij een inrichting waar uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de wet.

Zie ook LAP3

In sectorplan 37 van LAP3 is het beleidskader uitgewerkt voor de afvalstroom asbest