Systematiek wegverkeerslawaai Wgh

Via hoofdstuk VI Zones langs wegen biedt de Wet geluidhinder vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen wegverkeerslawaai aan geluidsgevoelige bestemmingen. Hoofdstuk VI is van toepassing bij (art 73 Wgh):

  • de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen via een ruimtelijk besluit in de zone van een weg, dus ook hoofdwegen én geen 30 km/u-wegen
  • aanleg en wijziging van een weg, al dan niet in combinatie met een ruimtelijk besluit, die niet op de geluidplafondkaart staat en ook geen 30 km/u-weg is
  • saneringswoningen langs een weg die niet op de geluidplafondkaart staat

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op alle situaties. De onderstaande tabel geeft een wettelijk kader van wegverkeerslawaai.

Wettelijk kader van wegverkeerslawaai

Aanleg/wijziging
weg

Bouwen langs
een weg

Hoofdweg
(op geluidplafondkaart)

Wet milieubeheer
Hoofdstuk 11 Geluid

Wet geluidhinder
Hoofdstuk VI
Zones langs wegen

Andere weg
(geen 30 km)

Wet geluidhinder
Hoofdstuk VI.
Zones langs wegen

Wet geluidhinder
Hoofdstuk VI.
Zones langs wegen

30 km/u-weg en woonerf

Wet ruimtelijke ordening en Wabo

Wet ruimtelijke ordening en Wabo

Samenvatting systematiek wegverkeerslawaai Wgh

Langs een (toekomstige) verkeersweg ligt een planologisch aandachtsgebied (de zone). Binnen deze zone biedt de Wet geluidhinder in een aantal situaties bescherming aan geluidsgevoelige bestemmingen. Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde is 48 dB.

Door middel van een hogere waarde kan door het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare waarde. De hoogte van deze maximaal toelaatbare waarde is afhankelijk van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de ligging van de geluidsgevoelige bestemming in binnenstedelijk of buitenstedelijk gebied.

Op deze pagina wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:

Andere relevante onderwerpen (op andere webpagina's) zijn:

Meer informatie kunt u vinden in de vragen en antwoorden wegverkeerslawaai.

Reikwijdte en systematiek zonering

De bescherming van hoofdstuk VI Zones langs wegen is van toepassing bij (art. 73 Wgh):

  • de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (via een ruimtelijk besluit) in de zone van een weg (dus ook hoofdwegen én geen 30 km/u-wegen)
  • aanleg/wijziging van een weg (al dan niet in combinatie met een ruimtelijk besluit) die niet op de geluidplafondkaart staat (en ook geen 30 km/u-weg is)
  • saneringswoningen langs een weg die niet op de geluidplafondkaart staat

30 km/u-wegen en woonerven

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er geen zones gelden.

Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidsbelastingen boven de voorkeurswaarde. Dat kan wel voorkomen bij een klinkerweg of een weg met relatief veel verkeer. In de jurisprudentie is om deze reden bepaald dat een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met een verwijzing naar een goede ruimtelijke ontwikkeling.

Trams en metro's als wegen

Trams en bovengrondse metro's (voor zover niet opgenomen op de zonekaart spoorwegen) vallen sinds 1 juli 2012 expliciet onder hoofdstuk VI Zones van wegen.

Dit was al staande praktijk, maar is nu ook wettelijk geregeld door aanpassing van de definitie van de weg, de omvang van de zone en via het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de toetsing aan de Wgh wordt dan de geluidbelasting van de weg (inclusief de spoorweg) beoordeeld.

Omvang geluidszones

De geluidsimmissie van een verkeersweg is afhankelijk van het aantal rijstroken en ook van de aard van de omgeving. Daarom heeft een geluidszone langs een weg niet één standaardbreedte. In art. 74 Wgh wordt de omvang van de zone voor de verschillende situaties aangegeven.

Voor een weg, niet zijnde een auto(snel)weg, binnen de bebouwde kom:

  • bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter
  • bestaande uit een of twee rijstroken of een of meer sporen: 200 meter

Voor een weg buiten de bebouwde kom én voor een auto(snel)weg:

  • voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter
  • voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter
  • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter

Art. 74 Wgh spreekt over stedelijk en buitenstedelijk gebied en niet over binnen en buiten de bebouwde kom. Een zone van een auto(snel)weg is altijd buitenstedelijk ongeacht of de zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. In het bovenstaande zijn de definities uit de Wet geluidhinder verwerkt.

De zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone.

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen

Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming in de zone via een ruimtelijk besluit mogelijk wordt gemaakt, worden de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde in acht genomen. Dat is bepaald in:

Bij een vaststelling van een bestemmingsplan hoeven bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in de zone van bestaande wegen niet getoetst te worden (art. 76 lid 3 Wgh). Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing.

Akoestisch onderzoek

Bestemmingsplan
Bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan moet een akoestisch onderzoek worden ingesteld naar:

  • De geluidsbelasting van de weg bij woningen binnen de zone en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen zonder de invloed van maatregelen (art. 77 lid 1 onder a Wgh)
  • De doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarden (art. 77 lid 1 onder b Wgh)
  • De doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de hogere waarden, als wordt overwogen om hogere waarden vast te stellen (art. 77 lid 2 Wgh)

Omgevingsvergunning
Voor een omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo) zijn in de Wgh geen verplichtingen opgenomen voor een akoestisch onderzoek. Een akoestisch onderzoek is wel noodzakelijk als een overschrijding dreigt van de voorkeursgrenswaarde (art. 76a Wgh).

Gegevens
Bij hoofdwegen die zijn aangegeven op een geluidplafondkaart moet in het akoestisch onderzoek uitgegaan worden van de brongegevens uit het geluidregister. In de andere gevallen zijn de brongegevens opvraagbaar bij de wegbeheerder. Voor meer informatie zie de webpagina "Akoestisch rapport wegverkeerslawaai".

Beschermingsniveau
Het beschermingsniveau is geregeld in de Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder:

  • Voorkeursgrenswaarde 48 dB op een gevel van een woning (art. 82 Wgh)
  • Hoogst toelaatbare waarden voor woningen, zie tabel 1 (art. 83 Wgh)
  • Voorkeursgrenswaarde 48 dB voor andere geluidsgevoelige objecten (art. 3.1 Bgh)
  • Hoogst toelaatbare waarden voor andere geluidsgevoelige objecten, tabel 2 (art. 3.2 Bgh).
Tabel 1. Nieuwe woningen bij een weg

Categorie woningen

Maximale ontheffingswaarde

Aanwezige weg

Aanwezige auto(snel)weg

Woning

In stedelijk gebied 63 dB
(art. 83 lid 2 Wgh)
In buitenstedelijk gebied 53 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)

In buitenstedelijk1 gebied 53 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)

Agrarische woning2

In buitenstedelijk gebied 58 dB
(art. 83 lid 4 Wgh)

In buitenstedelijk1 gebied 58 dB
(art. 83 lid 4 Wgh)

Vervangende nieuwbouw3

In stedelijk gebied 68 dB
(art. 83 lid 5 Wgh)
Buiten de bebouwde kom 58 dB
(art. 83 lid 7 Wgh)

Binnen de bebouwde kom 63 dB
(art. 83 lid 6 Wgh)
Buiten de bebouwde kom 58 dB
(art. 83 lid 7 Wgh)

1 Voor woningen in een zone van een autosnelweg geldt altijd het beschermingsniveau voor buitenstedelijk gebied. Ook als de woningen binnen de bebouwde kom liggen. Dit volgt uit de definitie van stedelijk- en buitenstedelijk gebied in de Wgh
2 Ter plaatse noodzakelijk vanwege de uitoefening van een agrarisch bedrijf.
3 Vervangende nieuwbouw (nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en dienen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen). Voor vervangende nieuwbouw gelden de aanvullende eisen dat vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur óf een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.

Tabel 2. Nieuwe andere geluidsgevoelige objecten bij een weg

Andere geluidsgevoelige gebouwen

Hoogst toelaatbare waarde

Gebouwen in buitenstedelijk gebied

53 dB
(art. 3.2 lid 2 Bgh)

Gebouwen in stedelijk gebied

63 dB
(art. 3.2 lid 1 Bgh)

Geluidsgevoelige terreinen

53 dB
(art. 3.2 lid 1 Bgh)

Met een hogere waarde wijkt het bevoegd gezag af van de voorkeursgrenswaarde tot de hoogst toelaatbare waarde. Deze beoordeelt of én in hoeverre deze afwegingsruimte tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare waarde wordt gebruikt. In veel gevallen heeft het bevoegd gezag hiervoor een hogere waarde beleid opgesteld, zie ook de InfoMilfolder "Geluidbeleid Hogere Waarden (pdf, 1.6 MB)". In de meeste gevallen zal in het dichtbevolkte Nederland door het bevoegd gezag gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen.

Het bevoegd gezag mag hogere waarden slechts verlenen als toepassing van maatregelen ondoeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (art. 110a lid 5 Wgh). Om te bepalen of er sprake is van "overwegende bezwaren van financiële aard" mag het bevoegd gezag het doelmatigheidscriterium in de "Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen" gebruiken.

De aanleg van een nieuwe weg

Wanneer een nieuwe weg via een ruimtelijk besluit mogelijk wordt gemaakt, moeten de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde in acht genomen voor geluidsgevoelige bestemmingen in de zone (art. 76 Wgh bij bestemmingsplan, art. 76a Wgh bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo). Dit geldt niet voor een hoofdweg, woonerf of een 30 km/u-weg.

Akoestisch onderzoek

Bestemmingsplan
Bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een zone langs een weg moet een akoestisch onderzoek worden ingesteld naar:

  • De geluidsbelasting bij geluidsgevoelige objecten zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken (art. 77 lid 1 onder 1 Wgh);
  • De doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen die in aanmerking komen om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarden (art. 77 lid 1 onder 1 Wgh);
  • De doeltreffendheid van verkeersmaatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarden, als deze worden overwogen (art. 77 lid 2 Wgh).

Omgevingsvergunning
In de Wgh zijn geen verplichtingen opgenomen voor een akoestisch onderzoek voor een omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo). Een akoestisch onderzoek is wel noodzakelijk als overschrijding dreigt van de voorkeursgrenswaarde (art. 76a Wgh).

Beschermingsniveau
Het beschermingsniveau is geregeld in de Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder:

  • Voorkeursgrenswaarde van 48 dB op een gevel van een woning (art. 82 Wgh)
  • Hoogst toelaatbare waarden voor woningen, zie tabel 3 (art. 83 Wgh)
  • Voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor andere geluidsgevoelige objecten (art. 3.1 Bgh)
  • Hoogst toelaatbare waarden voor andere geluidsgevoelige objecten, zie tabel 4 (art. 3.2 Bgh).
Tabel 3. Aanleg van een weg

Categorie woningen

Hoogst toelaatbare waarde

Nog niet geprojecteerde woning

Woning in stedelijk gebied 58 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)
Woning in buitenstedelijk gebied 53 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)

Geprojecteerde woning

Woning in stedelijk gebied 58 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)
Woning in buitenstedelijk gebied 53 dB
(art. 83 lid 1 Wgh)

Reeds aanwezig of in aanbouw zijnde woning

Woning in stedelijk gebied 63 dB
(art. 83 lid 3 onder a Wgh)
Woning in buitenstedelijk gebied 58 dB
(art. 83 lid 3 onder b Wgh)

Tabel 4. Aanleg van een weg

Andere geluidsgevoelige gebouwen

Hoogst toelaatbare waarde

in buitenstedelijk gebied

58 dB
(art. 3.2 lid 1 Bgh)

in stedelijk gebied

63 dB
(art. 3.2 lid 1 Bgh)

Geluidsgevoelige terreinen

53 dB
(art. 3.2 lid 1 Bgh)

Met een hogere waarde wijkt het bevoegd gezag af van de voorkeursgrenswaarde tot de hoogst toelaatbare waarde. Deze beoordeelt of én in hoeverre deze afwegingsruimte tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare waarde wordt gebruikt. In veel gevallen heeft het bevoegd gezag hiervoor een hogere waarde beleid opgesteld, zie ook de infoMilfolder "Geluidbeleid Hogere Waarden (pdf, 1.6 MB)".

Het bevoegd gezag mag hogere waarden slechts verlenen als toepassing van maatregelen ondoeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (art. 110a lid 5 Wgh). Om te bepalen of er sprake is van "overwegende bezwaren van financiële aard" mag het bevoegd gezag het doelmatigheidscriterium in de "Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder" gebuiken.

Aanleg van een weg zonder bestemmingsplanprocedure
Een weg kan pas worden aangelegd nadat de voorgeschreven procedure is doorlopen en aan de wettelijke grenswaarden (artikelen 79, 80 en 81 Wgh) wordt voldaan. Dit is bepaald in paragraaf 2 van afdeling 2 van hoofdstuk VI "Zones langs wegen"Wgh.

Hiermee is voorkomen dat voor een aanleg van een weg geen toetsing aan de Wet geluidhinder plaatsvindt als er geen bestemmingsplan aanwezig is en dus ook geen bestemmingsplanwijziging nodig is. Deze situatie komt niet vaak voor.

Op basis van de oude Wet op de ruimtelijke ordening was er geen verplichting om binnen de bebouwde kom een bestemmingsplan op te stellen. Met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (van 1 juli 2008) doet deze situatie vanaf 1 juli 2013 zich niet meer voor.

Wijziging (reconstructie) van een weg

Wijzigingen aan bestaande wegen kunnen invloed hebben op het akoestische klimaat van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming wordt geregeld in afdeling 4 "Reconstructies" van hoofdstuk VI "Zones langs wegen" Wgh.

De Wet geluidhinder treedt bij wijzigingen aan bestaande verkeerswegen onder twee voorwaarden in werking:

  • het betreft een fysieke wijziging aan de weg
  • door de wijziging is er in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen een significante toename is van de geluidsbelasting (2 dB toename). Deze laatste voorwaarde geldt per geluidsgevoelige bestemming

Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan is er sprake reconstructie in het kader van de Wgh en zal de geluidsbelasting op de woningen getoetst moeten worden aan de grenswaarden uit de Wgh.

Alleen bij een geluidsgevoelige bestemming waar sprake is van "reconstructie" moet er toetsing plaatsvinden aan het geboden beschermingsniveau van de Wet geluidhinder. Het kan dus voorkomen dat bij een wijziging van weg sommige woningen langs die weg wel en sommige woningen niet getoetst. Woningen die op de saneringslijst staan én nog niet gesaneerd zijn vallen niet onder reconstructie (art. 98 Wgh). Voor de woningen op de saneringslijst stelt de Minister zo nodig op basis van het voorgelegde saneringsprogramma maatregelen vast (art. 90 Wgh). Zie voor verder informatie onder het kopje "sanering".

Fysieke wijzigingen aan een weg
In de Wgh is niet uitputtend beschreven wat fysieke wijzigingen van een weg zijn. Voorbeelden van een fysieke wijziging aan een weg zijn:

  • wijziging van profiel, wegbreedte, hoogteligging of wegdek
  • wijziging van het aantal rijstroken
  • aanleg van kruispunten
  • aanleg van aansluitingen, op- en afritten
  • verwijdering, plaatsing of wijziging van verkeerstekens
  • verandering snelheidsregime

In de Wgh is wel aangegeven welke fysieke wijzigingen aan een weg niet leiden tot een reconstructie op basis van de Wet geluidhinder (art. 1b lid 5 Wgh):

  • een snelheidsverlaging (art. 1b lid 5 onder a Wgh)
  • de vervanging van een wegdeklaag door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking (art. 1b lid 5 onder b Wgh)
  • een snelheidsverhoging tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold vóór een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma om te voldoen aan de grenswaarden van luchtkwaliteit (art. 1b lid 5 onder c Wgh)

Significante toename
Er moet bij een fysieke wijziging van de weg onderzocht worden of de berekende geluidsbelasting vanwege de weg 2 dB toeneemt. Hieronder wordt verder ingegaan op welke waarden men moet vergelijken om te beoordelen of de geluidsbelasting toeneemt met 2 dB of meer.

Startpunt reconstructie
Welke geluidsbelasting als precies als startpunt voor de berekening van de reconstructie moet worden beschouwd is afhankelijk van drie factoren:

  • de heersende geluidsbelasting op de geluidsgevoelige bestemming (in het jaar voorafgaand aan de reconstructie)
  • de voorkeursgrenswaarde van de geluidsgevoelige bestemming
  • of er in het verleden een hogere waarde is vastgesteld

Het startpunt bij de vaststelling van een reconstructie voor geluidsgevoelige bestemmingen is samengevat in tabel 5, art. 100 Wgh voor woningen en art. 3.3 Bgh voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen.

Tabel 5. Startpunt reconstructie geluidsgevoelige bestemmingen

Huidige akoestische situatie

Startpunt reconstructie

< 48 dB

48 dB

Een eerdere hogere waarde1 én heersende geluidsbelasting > 48 dB

Laagste waarde2

Geen eerdere hogere waarde3 én heersende geluidsbelasting > 48 dB

Heersende waarde

1 Hogere waarde vastgesteld bij of krachtens de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering, of de Spoedwet wegverbreding;
2 Laagste waarde van de heersende waarde of de eerder vastgestelde waarde;
3 Ingeval de weg op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was én de woningen en andere gevoelige gebouwen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren;

Toekomstige situatie
Bij de vaststelling van de geluidsbelasting van de gewijzigde weg voor de toekomstige situatie moet worden uitgegaan van:

  • de gewijzigde weg zonder eventuele maatregelen (zie art. 1 Wgh)
  • het maatgevende jaar (meestal het tiende jaar na wijziging)

Wel of niet een significante toename?
Uit het verschil tussen het startpunt van de reconstructie en de toekomstige situatie kan bepaald worden of er een significante toename is (2 dB of meer). De toetsing voor een significante toename kan beïnvloed worden door afronding. In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 zijn daarom regels gesteld voor de afronding in het kader van een reconstructie.

Beschermingsniveau
De hoogst toelaatbare geluidsbelasting is geregeld in:

Als vuistregel geldt dat de geluidsbelasting niet meer dan 5 dB mag toenemen op een geluidsgevoelig object door een reconstructie van een weg. Er kan onder voorwaarden een grotere stijging van de geluidsbelasting acceptabel zijn.

Woningen die op de saneringslijst staan én nog niet gesaneerd zijn vallen niet onder reconstructie (art. 98 Wgh) (zie voor verder informatie onder het kopje "sanering"). Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing (artikel 1b, lid 8 Wgh).

Besluiten
Een reconstructie van een weg kan in twee situaties voorkomen:

  • Voor een wijziging van een weg is een ruimtelijk besluit nodig als een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning tot afwijking van een bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo). De akoestische gevolgen voor bestaande woningen van de wijziging van een weg worden dan in die ruimtelijke procedure beschouwd.
  • De wijziging van de weg is mogelijk zonder aanpassing van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld bij een snelheidsverhoging. In een dergelijke situatie worden de akoestische gevolgen van de wijziging in een zelfstandig reconstructiebesluit beoordeeld art. 99 Wgh).

Sanering

Bij de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder waren er al geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen met een te hoge geluidsbelasting. Deze situatie is geregeld in afdeling 3. "Bestaande situaties" van hoofdstuk VI "Zones langs wegen".

Saneringssituaties zijn woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen die:

  • op 1 maart 1986 vanwege een toen bestaande weg een hogere geluidsbelasting dan 60 dB(A) of hoger hadden én
  • voor 1 januari 2007 zijn aangemeld op basis van art. 88 Wgh (woningen) of art. 3.6 Bgh (geluidsgevoelige gebouwen en terreinen)

Voor meer informatie over sanering in het kader van wegverkeerslawaai wordt verwezen naar de website van Bureau sanering verkeerslawaai.