Landbouw - Amvb's: Mestbassins aanleg en keuring
Inhoud pagina: Landbouw - Amvb's: Mestbassins aanleg en keuring
Vraag
Moet aanleg en keuring van een mestbassin/afdekking plaatsvinden door een gecertificeerd bedrijf?
Antwoord
Aanleg en vervanging mestbassin/afdekking
In het Besluit mestbassins is in bijlage I, voorschrift 1.3 en 1.4 opgenomen dat voldaan moet worden aan de bouwtechnische richtlijnen mestbassins. Een certificaat op grond van BRL 2342 is niet verplicht, maar als voor een mestbassin of afdekking een produktcertificaat is afgegeven op grond van BRL 2342 is dit een garantie dat het mestbassin/de afdekking aan deze richtlijnen voldoet. Een certificaat op grond van BRL 2342 geeft geen garantie voor de aanleg conform deze richtlijnen.Op de website van het KIWA vindt u een overzicht van KOMO-attesthouders volgens BRL 2342 (deze bedrijven hebben een certificaat voor het leveren van een bepaald type mestbassin/afdekking).
Nieuwe referentieperiode
Het Besluit mestbassins geeft voor de verschillende type mestbassins en de toegepaste materialen de toepasselijke referentieperiode aan. Een referentieperiode is het tijdsbestek waarbinnen de constructie moet blijven voldoen aan de gestelde eisen. Welke referentieperiode er precies op een bepaald bassin van toepassing is, moet blijken uit een door de installateur van het bassin verstrekte verklaring, waaruit blijkt dat het bassin zodanig wordt uitgevoerd dat aan het gestelde in de in bijlage I opgenomen voorschriften 1.3 en 1.4 wordt voldaan en welke referentieperioden van toepassing zijn (conform bijlage II onder 1e van het Besluit mestbassins).
Op grond van voorschrift 1.5 van het Besluit mestbassins dienen delen van de bouwconstructie alsmede de afdekking na afloop van deze referentieperiode te worden vervangen, tenzij uit een beoordeling blijkt dat er een volgend tijdsbestek van gebruik kan zijn. Deze beoordeling kan worden uitgevoerd:
- door of namens een door de Raad voor Accreditatie voor die controle erkende onderneming (o.a. KIWA)
- door of namens het bevoegd gezag, of
- door een door het bevoegd gezag geaccepteerde deskundige.
Als deze beoordeling uitwijst dat er een volgend tijdsbestek mogelijk is, dan moet een bewijs van deze beoordeling aan het bevoegd gezag worden overgelegd. Hierin moet dan voor de betreffende onderdelen een nieuwe referentieperiode zijn aangegeven.
Een geaccepteerde deskundige kan (hoeft niet) een bedrijf zijn dat door het KIWA gecertificeerd is op grond van BRL 2344 voor het adviseren van een nieuwe referentieperiode van een mestbassin. Bedrijven zijn gecertificeerd voor het keuren van één of meerdere typen mestbassins. Het is dus niet zo dat elk gecertificeerd bedrijf elk type mestbassin kan keuren. Op de website van het KIWA vindt u een overzicht van KOMO-procescertificaathouders volgens BRL 2344 (deze bedrijven zijn gecertificeerd voor het adviseren van een nieuwe referentieperiode).
Checklists
Voor alle typen mestbassins en afdekkingen zijn checklists opgesteld. Hier kan worden verwezen naar de brief aan het bevoegd gezag van de Minister van VROM van juli 2000 (BWL/20000069890). Er zijn checklists vastgesteld voor:
- ondergrondse mestopslagsystemen
- bovengrondse betonnen mestsilo's
- stalen mestsilo's
- houten mestsilo's
- foliebassins / mestzakken
- afdekkingen mestbassins
Deze checklists hebben alleen betrekking op mestbassins die tot stand zijn gebracht ná 1 juni 1987. Eén checklist gaat echter over mestsilo's die zijn gebouwd vóór 1 juni 1987 (de vergunningplichtige mestbassins), namelijk: bovengrondse mestsilo's van "Harde materialen" die zijn gebouwd voor 1 juni 1987.

