UTR 15/1976 en UTR 15/2334, 22 januari 2016 (Milieuzone personenauto’s Utrecht)

Essentie: Bij het verkeersbesluit tot het invoeren van een milieuzone voor personenauto’s heeft de gemeente geen onevenredige belangenafweging gemaakt. De milieuzone maakt onderdeel uit van een groter maatregelenpakket om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het is niet nodig, dat elke afzonderlijke maatregel een groot effect heeft.

Toetsingskader: Wegenverkeerswet 1994, artikel 2

Betreft: Verkeersbesluit van de gemeente Utrecht (college van BenW) tot het plaatsen van waarschuwingsborden en verkeersborden voor een milieuzone voor personenauto’s

Relevante overwegingen:
20. Uit vaste rechtspraak van de ABRS - onder meer de uitspraak van 18 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX1845) - volgt dat, binnen het wettelijk kader voor een verkeersbesluit, zoals hiervoor omschreven, aan het bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Eveneens uit vaste rechtspraak van de ABRS - bijvoorbeeld de uitspraak van 10 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4475) - volgt dat een bestuursorgaan niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit hoeft aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994, worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
De rechter zal zich bij de beoordeling van een verkeersbesluit terughoudend moeten opstellen en moeten toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel sprake is van zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

40. […] De rechtbank heeft geen reden gevonden om te oordelen dat het verkeersbesluit blijk geeft van een zodanig onevenredige belangenafweging dat het in strijd moet worden geacht met de toetsingsmaatstaf genoemd in rechtsoverweging 20. Daarbij overweegt de rechtbank dat de effecten ervan op zichzelf wellicht marginaal zijn, maar dat de maatregel onderdeel is van een groter pakket aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit in Utrecht. De rechtbank ziet niet in waarom elke maatregel op zichzelf zou moeten leiden tot een in absolute termen significant groot effect.

Datum uitspraak:
22 januari 2016
Zaaknummer:
UTR 15/1976 en UTR 15/2334
Vindplaats:
www.rechtspraak.nl

Uw onderwerpen