Mantelzorg

Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen woonruimte te hebben. In bepaalde gevallen is het mogelijk om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen en te gebruiken voor het verlenen van mantelzorg.

Hoe werkt het onder de Omgevingswet?

Wat is huisvesting voor mantelzorg?

Mantelzorg vindt altijd plaats bij een bestaande woning. Het gaat om het gebruik van een bouwwerk voor mantelzorg. In de praktijk wordt wel gesproken over een “mantelzorgwoning”. Maar volgens de regels in het Besluit omgevingsrecht (Bor) is het geen extra woning.
De regeling maakt huisvesting in of bij een woning mogelijk. In of bij die woning mag u een ruimte maken voor de huisvesting van de mantelzorger of de zorgontvanger. In deze ruimte mag één huishouden van maximaal twee personen verblijven.

Dit blijkt uit de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor):

“Huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.”

Kan het vergunningvrij?

Het is mogelijk om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen en te gebruiken voor het verlenen van mantelzorg. Dit blijkt uit de regels voor het vergunningvrij bouwen en gebruiken van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw.  Deze regels staan in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.

Hieronder vindt u meer informatie over verschillende situaties.

Beschermingsniveau

Voor de bouw van nieuwe bouwwerken gelden dezelfde beperkingen als voor bouwwerken die niet voor mantelzorg gebouwd worden. Vergunningvrij bouwen is niet mogelijk binnen de veiligheidsafstanden van bedrijven. En voor de bescherming tegen bijvoorbeeld geur en geluid gelden dezelfde regels als voor de woning en de daarbij behorende bijgebouwen.

Bestaande woning

Aan het gebruik van een bestaande woning voor de huisvesting van mantelzorg stelt de regeling geen aanvullende eisen. Hier is sprake van een verhuizing van de mantelzorger of de zorgontvanger. Hierdoor verandert de gezinssituatie in de woning. De verhuizing moet u melden bij de gemeente.

Het gebruik kan wel afwijken van het bestemmingsplan. Omdat een woning meestal maar voor 1 huishouden is bestemd. Het  gebruiken van de woning voor mantelzorg is vergunningvrij.

Bestaand bouwwerk bij een woning

Voor het gebruiken een bestaand bouwwerk (aan-, uitbouw of bijgebouw) bij een woning voor mantelzorg heeft u geen omgevingsvergunning nodig. Dit staat in onderdeel 22 van artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht. Ook de verbouwing tot zelfstandige woonruimte kan zonder omgevingsvergunning. U moet daarvoor wel voldoen aan de voorwaarden van onderdeel 8 van artikel 3, Bijlage II Besluit omgevingsrecht.

Nieuwbouw of uitbreiden uitbouw, aanbouw of bijgebouw

Nieuwbouw of het uitbreiden van de uitbouw, aanbouw of bijgebouw kan soms zonder omgevingsvergunning. U moet daarvoor voldoen aan de voorwaarden van onderdeel 3 van artikel 2, én onderdeel 1 van artikel 3, van Bijlage II Besluit omgevingsrecht.

Voor het inrichten en gebruiken voor mantelzorg van de vervolgens bestaande uitbouw, aanbouw of bijgebouw bij een woning is geen omgevingsvergunning nodig. Dit staat in onderdeel 22 van artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht.

Tijdelijke aanbouw, uitbouw of bijgebouw

Binnen de bebouwde kom gelden dezelfde regels als hierboven aangegeven voor een nieuwe aanbouw, uitbouw of bijgebouw.
Buiten de bebouwde kom gelden afwijkende regels als de mantelzorg plaatsvindt in een verplaatsbare unit. Een unit met een oppervlakte van maximaal 100 m2 telt dan niet mee in de oppervlakte van vergunningvrij te bouwen aanbouwen, uitbouwen of bijgebouwen.

Dit blijkt uit artikel 7, onderdeel 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

Beëindiging van de mantelzorg

Als de noodzaak voor mantelzorg vervalt, moet u de huisvesting voor mantelzorg beëindigen. U moet het gebruik van het bouwwerk voor de mantelzorg weer terugbrengen naar de oorspronkelijke functie. U moet de voorzieningen die het gebruik als een zelfstandige woonruimte mogelijk maken weer verwijderen. In de meeste gevallen gaat het dan om een keuken en sanitaire voorzieningen.

Dit geldt alleen als het bouwwerk functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Bij een bijbehorend bouwwerk binnen 4 meter van de achtergevel is verwijdering van de voorzieningen niet nodig omdat het functioneel verbonden is met het hoofdgebouw. Het is niet mogelijk deze ruimte vervolgens als zelfstandige woonruimte te verhuren.

Andere regels door mantelzorg

Het verlenen en ontvangen van mantelzorg heeft ook gevolgen voor de toepassing van andere regels.
U kunt bijvoorbeeld te maken krijgen met een andere berekening van inkomens en toeslagen. Dit geldt voor de zorgverlener en de zorgontvanger.
Zie voor meer informatie de publicatie “mantelzorgwoningen, vragen en antwoorden” van de ministeries van VWS, BZK en IenM en de VNG. (Vereniging Nederlandse Gemeenten)

Brochure vergunningvrij bouwen

Meer informatie over vergunningvrij bouwen staat in de brochure Vergunningvrij bouwen van een bijbehorend bouwwerk.

Begrip: Onderdeel 3, artikel 2, Bijlage II Bor

Onderdeel 3. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

  1. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:

    1. 5 m,

    2. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en

    3. het hoofdgebouw,

  2. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:

    1. indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule:

      maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3;

    2. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,

  3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn,

  4. de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag,

  5. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte,

  6. de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:

    1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied,

    2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2,

    3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2,

  7. niet aan of bij:

    1. een woonwagen,

    2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning aangegeven termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben,

    3. een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf door één huishouden;

Begrip: Onderdeel 1, artikel 3, Bijlage II Bor

Onderdeel 1. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

  1. niet hoger dan 5 m,

  2. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn,

  3. de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag, en

  4. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

Begrip: Onderdeel 22, artikel 2, Bijlage II Bor

22. het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.

Begrip: Onderdeel 8, artikel 2, Bijlage II Bor

Onderdeel 8. een verandering van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

  1. geen verandering van de draagconstructie,

  2. geen verandering van de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering,

  3. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, en

  4. geen uitbreiding van het bouwvolume.