200204460/1 Maasdriel

Onderwerp: minimumafstanden, paarden, stankhinder

Inleiding:
Een vergunning voor een koetserij met 9 paarden op 25 meter van een woning is geweigerd. Volgens appellant zit de koetserij er al 40 jaar en worden er al 20 jaar paarden gehouden. De gemeente stelt zich in het besluit op het standpunt dat blijkens vaste jurisprudentie een afstand van 50 meter nodig is en dat nu de afstand 25 meter is, de vergunning moet worden geweigerd.

Afdeling:
De Afdeling vindt dit onvoldoende gemotiveerd. In het algemeen mogen bestuursorganen een vaste bestuurspraktijk hanteren die er op neerkomt dat een vaste afstand van minimaal 50 meter nodig is. Dit betekent niet dat het verlenen van een vergunning voor een inrichting waarin niet aan de afstand van 50 meter wordt voldaan, nooit mogelijk is. Bepalend is de vraag of het bestuursorgaan zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat vergunningverlening zal leiden tot onaanvaardbare stankhinder. Voorts dienen bestuursorganen bij het ontbreken van een vaste bestuurspraktijk hun beslissing te voorzien van een deugdelijke motivering. In dit geval had de gemeente geen vaste bestuurspraktijk gehanteerd. Zij heeft niet voldoende gemotiveerd waarom een afstand van 50 meter noodzakelijk was en heeft verder nagelaten te onderzoeken of voorschriften konden worden verbonden. Het besluit is onvoldoende gemotiveerd.

Datum uitspraak:
12 februari 2003
Zaaknummer:
200204460/1
Vindplaats:
niet gepubliceerd, Journaal Milieu Agrarische Sector 2003-3/66
Instantie:
gemeente