200205666/1 Vlist

Onderwerp: Overbelaste situatie, dieren met vaste minimumafstanden en dieren met omrekeningsfactoren,  bestaande rechten, stankhinder

Inleiding:
Er is een vergunning verleend voor het veranderen van een mestvarkenstal in een pony- en schapenstal en voor het oprichten van pony-,  paarden- en schapenstallen.  De gemeente heeft als vaste bestuurspraktijk om stankhinder door pony's en paarden te voorkomen, dat er ten minste 50 meter tot het dichtstbijgelegen stankgevoelige object in acht moet worden genomen.

Afdeling:
Verweerders hebben zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit beschermingsniveau toereikend is. Uit de Richtlijn 1996moet worden afgeleid dat wanneer dieren worden gehouden waarvoor geen omrekeningsfactoren naar mestvarkeneenheden gelden - zoals bij pony's en paarden- en dieren aanwezig zijn waarvoor wel omrekeningsfactoren gelden - zoals bij schapen- de afstand van een stankgevoelig object voor ieder deel apart moet worden vastgesteld en beoordeeld.

Nu de afstand van de paardestallen tot het stankgevoelige object meer dan 50 meter bedraagt, wordt voor wat betreft de vergunde paarden voldaan aan de door verweerders gehanteerde vaste bestuurspraktijk.

De pony's voldoen hier niet aan. Nu in de Richtlijn 1996 voor pony's geen omrekeningsfactoren zijn genoemd, is voor de omvang van de bestaande rechten naar het oordeel van de Afdeling bepalend het precieze aantal pony's dat eerder is vergund. Het aantal pony's en de afstand is ten opzichte van de eerder vergunde situatie niet gewijzigd. Er is hier geen reden om met toepassing van artikel 8.4 in samenhang met afdeling 8.1.2 van de Wm de voorschriften aan te scherpen dan wel de vergunning (gedeeltelijk) te weigeren.

Met de vergunde schapen wordt niet voldaan aan de minimaal aan te houden afstand op grond van de Richtlijn 1996. Nu het aantal mestvarkeneenheden niet toeneemt en ook de afstand tot het dichtstbijgelegen stankgevoelige object ten opzichte van de eerder vergunde situatie niet is gewijzigd, is er ook hier geen reden om  de voorschriften aan te scherpen dan wel de vergunning (gedeeltelijk) te weigeren.

Datum uitspraak:
9 april 2003
Zaaknummer:
200205666/1
Vindplaats:
niet gepubliceerd
Instantie:
gemeente



Richtlijn 1996

Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996