BBT-conclusie stof

In de Beste Beschikbare Technieken-conclusies intensieve veehouderij is een conclusie opgenomen over stof. Met stof wordt hier zowel grof stof als fijnstof bedoeld.

In BBT 11 staat dat het gebruiken van één of een combinatie van de genoemde technieken de BBT zijn om stofemissies van een stal te verminderen. Dit betekent dat in alle stallen emissiereducerende maatregelen getroffen moeten worden.

Dit kunnen ook andere technieken zijn dan genoemd in BBT 11. In de algemene overwegingen staat: "De technieken die in deze BBT-conclusies worden opgesomd en beschreven, zijn prescriptief noch limitatief. Er mogen andere technieken worden gebruikt die ten minste een gelijkwaardig niveau van milieubescherming garanderen."

Welke maatregelen in een specifiek geval als BBT kunnen worden aangemerkt, moet per geval worden beoordeeld.

Kostenafweging

Het lijkt logisch om in Nederland uit te gaan van de technieken die op de fijnstoflijst staan. Er zitten grote verschillen tussen de emissiereducerende werking van de verschillende maatregelen en de hoogte van de kosten van de genoemde maatregelen. Per vergunning zal beoordeeld moeten worden wat in redelijkheid te verplichten is.

Voor de verschillende technieken is per diercategorie berekend wat de kosteneffectiviteit (pdf, 213 kB) is. Dit zijn de jaarlijkse kosten per jaarlijks vermeden kilogram fijnstof. Het gaat dan om de jaarlijkse kosten voor rente, afschrijving en onderhoud en exploitatiekosten (energieverbruik, zuur en afvoer spuiwater bij luchtwassers).

De investeringskosten en exploitatiekosten per dier van een techniek zijn te vinden in KWIN veehouderij 2018-2019. Deze kosten zijn gebaseerd op een bepaalde omvang van een stal. Voor kleinere stallen kunnen de kosten hoger zijn, voor grotere stallen lager. Ook kan het zijn dat het in oude stallen technisch ingewikkeld is om een techniek in te bouwen.

Een techniek kan ook op andere vlakken kosten besparen of juist meer kosten genereren. De strooiselschuif zorgt bijvoorbeeld voor minder grondeieren en daardoor voor minder arbeidskosten. Een warmtewisselaar bespaart meestal energie en kan het leefklimaat verbeteren. Het inbouwen van warmtewisselaars in bestaande stallen geeft meerkosten van circa 25%.  De droogfilterwand neemt bij inbouw stalruimte in of er is een aanbouw nodig (dit is meegenomen bij de investeringskosten). Dit is niet nodig voor de nokvariant.


Uw onderwerpen