OBM m.e.r. veehouderijen

Een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is nodig bij oprichten, wijzigen of uitbreiden van veehouderijen. Het gaat om die veehouderijen, die net onder de drempel voor de m.e.r.-beoordeling zitten.

Varkens in stal

Oprichting, wijziging of uitbreiding

Een OBM voor m.e.r. is nodig voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. Welke en hoeveel dieren, staat in artikel 2.2a lid 1 onder c tot en met i van het Bor. Deze aantallen zitten net onder de drempel van m.e.r.-beoordeling van kolom 2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Het gaat om paarden/pony's, schapen/geiten, vleesrundvee, pluimvee, mestvarkens, zeugen en gespeende biggen. In het overzicht drempels aantallen dieren staat voor welke en hoeveel dieren een OBM-m.e.r. nodig is. Bij vaak gestelde vragen over milieueffectrapportage vindt u wanneer een OBM-m.e.r. nodig is als er geen toename is van dieren maar wel een wijziging van een stal.

Toetsing belangrijke nadelige gevolgen

Het bevoegd gezag toetst de OBM-aanvraag alleen op het aspect "belangrijke nadelige gevolgen". De weigeringsgrond staat in artikel 5.13b lid 1 van het Bor.

Besluit het bevoegd gezag dat geen m.e.r. nodig is, dan wordt de OBM verleend. Is de conclusie dat wel een m.e.r. nodig is, dan wordt de OBM geweigerd. De veehouder moet dan een omgevingsvergunning milieu aanvragen en daarbij een m.e.r. voegen. Op OBM algemeen vindt u meer informatie over de procedure, de weigeringsgronden, intrekking en handhaving van de OBM.

In het juridische overzicht m.e.r.-OBM veehouderijen vindt u alle juridische informatie over deze OBM-m.e.r. bij elkaar.

Type B en type C

Een OBM-m.e.r. komt voor bij veehouderijen die type B-inrichtingen zijn. Dat komt door de gekozen aantallen: het maximum aantal dieren waarbij een OBM-m.e.r. nodig is, is ook de grens voor de vergunningplicht. Deze grens staat in categorie 8.3 van het Bor.

Voor een type C-veehouderijen kan ook een OBM-m.e.r. nodig zijn. Als het houden van de dieren onderdeel uitmaakt van de IPPC-installatie is geen OBM-m.e.r. nodig. In artikel 2.2a lid 9 van het Bor staat namelijk dat het eerste tot en met achtste lid van artikel 2.2a Bor niet van toepassing is als de activiteit deel uitmaakt van een IPPC-installatie. Het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een dierenverblijf maakt potentieel altijd deel uit van de IPPC-installatie voor het houden van dieren.

Samenloop met andere OBM's

Voor veehouderijen kan ook een OBM voor fijnstof nodig zijn. De aantallen dieren zijn bij OBM fijnstof hoger dan bij OBM-m.e.r.. Met andere woorden: er is eerder een OBM-m.e.r. nodig dan een OBM fijnstof.

Bij monovergisting van mest kan een OBM voor kleinschalige mestvergisting nodig zijn.