OBM fijnstof veehouderijen

Een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) voor fijnstof is nodig bij oprichten of uitbreiden van veehouderijen met bepaalde dierenaantallen. Het gaat om die veehouderijen, waarvoor niet bij voorbaat is te voorspellen, of een oprichting of uitbreiding geen of weinig effect heeft op de luchtkwaliteit.

Kip

Oprichting en uitbreiding boven bepaalde dieraantallen

De drempels voor het aantal dieren staan in artikel 2.2a lid 4 onder a Bor. Bij vleesrundvee, varkens en pluimvee is een OBM fijnstof nodig bij bepaalde aantallen dieren. Bij de andere diercategorieën is alleen een OBM fijnstof nodig, als er ook dieren van een andere hoofdcategorie worden gehouden (combinatieregeling).

In ons overzicht drempels aantallen dieren staat op een rij voor welke en hoeveel dieren een m.e.r.-OBM nodig is.

Toetsing op fijnstof

Het bevoegd gezag kan de OBM alleen weigeren vanwege fijnstof. De weigeringsgrond staat in artikel 5.13b lid 6 Bor.

Besluit het bevoegd gezag dat de aanvraag voldoet aan één of meer luchtkwaliteitscriteria, dan verleent ze de OBM fijnstof. Is de conclusie dat de aanvraag niet voldoet, dan moet de OBM worden geweigerd. Op die locatie is deze oprichting of uitbreiding niet mogelijk. Op onze onze subsite OBM algemeen vindt u meer informatie over de procedure, de weigeringsgronden, intrekking en handhaving van de OBM.

In ons juridische overzicht m.e.r.-OBM veehouderijen vindt u alle juridische informatie over deze fijnstof-OBM bij elkaar.

Type B en type C

Alleen type B-inrichtingen hebben te maken met een OBM fijnstof vanwege het houden van landbouwhuisdieren.

Bedrijven die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben (inrichtingen type C), hebben nooit een OBM fijnstof nodig. Dit volgt uit de aanhef van artikel 2.2a lid 4 Bor: "Als categorieën activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de wet, wordt tevens aangewezen: (...)."

Als een veehouderij vanwege de landbouwhuisdieren een IPPC-installatie is, dan is geen OBM fijnstof nodig. Dat volgt specifiek uit artikel 2.2a lid 9 Bor.

Bij type C-inrichtingen gaat de toets aan fijnstof dus altijd via de omgevingsvergunning milieu. De reden hiervan is dat de beoordeling van luchtkwaliteit bij een inrichting met omgevingsvergunning milieu altijd moet plaatsvinden voor de hele inrichting.

Samenloop met andere OBM's

Voor veehouderijen kan daarnaast een OBM voor milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig zijn. De aantallen dieren zijn bij OBM fijnstof hoger dan bij 'm.e.r.-OBM'. Met andere woorden: er is eerder een 'm.e.r.-OBM' nodig dan een OBM fijnstof.

Vindt er monovergisting van mest plaats, dan kan een OBM voor kleinschalige mestvergisting nodig zijn.