Ingrepen in de waterbodem

Baggeren van een watergang gebeurt meestal om de watergang op het gewenste profiel te brengen. Het gewenste profiel staat in de legger van de waterbeheerder. Maar baggeren kan  ook een 'saneringsmaatregel' zijn: het verwijderen van verontreinigde baggerspecie om de chemische of ecologische kwaliteit van het watersysteem te verbeteren.

De term saneren komt uit de Wet bodembescherming. Omdat die wet in de meeste gevallen niet van toepassing is op de bodem en oever van oppervlaktewaterlichamen, spreken we bij kwaliteitsmaatregelen in de waterbodem liever van een ingreep dan van een sanering.

De vraag of een ingreep in de waterbodem vereist is om de gewenste gebiedskwaliteit te bereiken, kan worden beantwoord met toepassing van de Handreiking Beoordelen Waterbodems (pdf, 1.2 MB). De gewenste gebiedskwaliteit is de vertaling van doelen en functies van een waterlichaam naar eisen voor de waterkwaliteit.

Projectplan

Als de watergang na de ingreep een andere vorm of afmetingen heeft dan de vorm en afmetingen die in de legger zijn opgenomen, is de ingreep een wijziging van het waterstaatswerk. De waterbeheerder moet dan een projectplan opstellen, waarin de ingreep is beschreven.
Zie ook in de rechterkolom op deze pagina: "Wijziging van een waterstaatswerk".

Erkende bodemintermediair

Op grond van hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit ("Kwalibo") moet bij de volgende werkzaamheden in het bodembeheer een erkende bodemintermediair worden ingeschakeld:

  • analyse voor onderzoek in het kader van een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam (de waterbodem)
  • milieukundige begeleiding die bestaat uit processturing bij een ingreep in de waterbodem, waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem de interventiewaarden overschrijdt
  • uitvoeren van een ingreep in de waterbodem, waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem de interventiewaarden overschrijdt

Erkende bodemintermediairs zijn te vinden op de site van RWS Leefomgeving.

Milieuhygiënische verklaring en melding

De kwaliteit van de opgebaggerde specie moet bekend zijn. Dit kan op grond van een partijkeuring, een bodemonderzoek of een bodemkwaliteitskaart. De eisen aan deze verklaringen zijn opgenomen in paragraaf 4.3 van de Regeling.
De milieuhygienische verklaring moet worden opgesteld door een erkende bodemintermediair.

Als de baggerspecie ergens anders wordt toegepast in een van de toegestande toepassingen als bedoeld in artikel 35 van het Besluit bodemkwaliteit, moet dat ten minste 5 dagen van tevoren worden gemeld. De melding kan worden gedaan via het Meldpunt bodemkwaliteit.

Werkplan en melding

Bij baggerwerkzaamheden treden altijd lozingen op, in de vorm van mors en vertroebeling. Voor dergelijke lozingen zijn algemene regels opgenomen in het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Als de verontreinigingen in de waterbodem de interventiewaarden overschrijden, moet voor het baggeren een werkplan worden opgesteld waarin maatregelen zijn opgenomen om het lozen zo veel mogelijk te beperken.

Baggerwerkzaamheden binnen inrichtingen, zoals bij jachthavens, gemeentelijke havens en visafslagen waren vergunningplichtig, terwijl baggerwerkzaamheden buiten de inrichting zijn geregeld in artikel 3.17 van het Besluit lozen buiten inrichtingen en daarmee onder algemene regels vallen. Per 1 januari 2016 zijn de baggerwerkzaamheden binnen inrichtingen ook vrijgesteld van de watervergunningplicht (artikel 3.6d Activiteitenbesluit).

Hetzelfde geldt voor andere werkzaamheden in het oppervlaktewater, die plaatsvinden door of vanwege de beheerder van dat oppervlaktewater in het kader van het beheer (artikel 3.6e Activiteitenbesluit), waarvoor in het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.18 is opgenomen. De formulering van de artikelen 3.6d en 3.6e van het Activiteitenbesluit is dan ook ontleend aan de tekst van het Besluit lozen buiten inrichtingen. In het tweede lid van artikel 3.6d Activiteitenbesluit ontbreekt alleen het woord «redelijkerwijs» dat in artikel 3.17 van het Besluit lozen buiten inrichtingen wel wordt gebruikt. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd, maar wordt aangesloten bij de formulering die in het Activiteitenbesluit gebruikelijk is.

Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat «andere werkzaamheden in het oppervlaktewater» uiteraard niet ziet op de aanleg of het wijzigen van rijkswaterstaatswerken als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet.

Baggerwerkzaamheden in rijkswateren moeten worden gemeld via het Omgevingsloket online. Bij de melding moet het werkplan worden meegestuurd als dat vereist is.
Baggerwerkzaamheden in regionale wateren zijn niet meldingplichtig als ze worden uitgevoerd door de waterbeheerder of worden uitgevoerd vanwege onderhoudsverplichting op grond een verordening van het waterschap. Op grond van art 78 van de waterschapswet.

Bevoegd gezag

De waterbeheerder is het bevoegd gezag voor het opstellen van een projectplan en voor de handhaving van het Besluit bodemkwaliteit (met betrekking tot waterbodems) en het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Ontheffing Wet natuurbescherming

In de waterbodem kunnen beschermde planten of dieren voorkomen, zoals de modderkruiper. Het is dan ook aan te raden om een gespecialiseerd bureau een inventarisatie te laten uitvoeren naar het voorkomen van beschermde soorten.

Indien beschermde soorten zijn aangetroffen, is in bepaalde gevallen een ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist.


Uw onderwerpen

Zie ook in het Handboek Water

Zie Rijksdienst voor Ondernemend Nederland