Nieuw systeem van stalbeoordeling veehouderij: continu meten

Het systeem van innovatieve proefstallen en emissiefactoren gaat op de schop. Een rapport van Rebel stuurt aan op een systeem met sensoren. Nieuws in Perspectief sprak erover met Jan van Bergen (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en Fred Stouthart (omgevingsdienst Zuidoost-Brabant). 'Dit is een serieuze zaak. Wij hebben de afgelopen maanden drie casussen rond luchtwassers gehad.'

Nederland kent veel intensieve veehouderijen en melkveehouderijen. Naast veel opbrengst gaat het ook met uitstoot gepaard, zoals geurstoffen, fijnstof, methaan en ammoniak. Ongeveer 86 procent van de ammoniakuitstoot in Nederland is afkomstig van landbouwbedrijven, uit veestallen en de aanwending van mest. Met allerlei technieken probeert de sector de uitstoot uit stallen te verminderen. Er is een procedure voor innovatieve nieuwe staltechnieken: 4 veehouders beproeven de techniek in een proefstal, wat een emissiefactor oplevert. Dat is de basis waarop andere veehouders blindvaren als ze stallen ermee uitrusten.

Al langere tijd is er kritiek op dit systeem. Vooral de complexiteit, het gebrek aan transparantie en de lange doorlooptijd van de beoordelingsprocedure frustreert de fabrikanten: het zou innovatie belemmeren. Zomer 2020 kwam er een rapport uit van Rebel: Een nieuw systeem van stalbeoordeling – Hoe verbeteren we het proces voor beoordeling van emissies in stallen? en de bijlage bij het rapport.

Jan van Bergen, beleidsmedewerker ministerie Infrastructuur en Waterstaat

Fred Stouthart, agrarisch adviseur omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Onder de maat

Jan van Bergen is beleidsmedewerker van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hij erkent de behoefte aan een makkelijkere procedure. 'Sneller innovaties op de markt krijgen én geborgde prestaties van systemen. Dat zijn de hoofddoelen.' Naast de kritiek op de stalbeoordeling was de aanleiding voor het Rebel-rapport een groot onderzoek naar luchtwassers. 'Een deel van de luchtwassers presteerde wat betreft geurreductie echt onder de maat', vertelt Van Bergen. 'Recent is uit een onderzoek van Wageningen University & Research, WUR, naar voren gekomen dat er ook wat betreft ammoniak twijfels zijn over de prestaties van een deel van de systemen.'

Fred Stouthart werkt als agrarisch adviseur bij de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. 'Ik krijg van toezichthouders signalen dat zij soms twijfelen aan de effectiviteit van de stalsystemen. Ondanks dat alles op papier klopt. In de praktijk zijn er vele faalfactoren. Neem bijvoorbeeld een overloopje dat ervoor moet zorgen dat het mestniveau laag blijft. Zo'n overloopje raakt snel verstopt; dan staat de mest tot aan het rooster en is het emitterend oppervlak te groot. Of neem een moderne lage-emissiestal waar een ander ventilatiesysteem werd geïntroduceerd. Dat verstoorde het mestgedrag totaal: de varkens poepten niet meer op de bedoelde plek, maar overal. Het hele idee van "keuken, slaapkamer en wc" raakte erdoor verstoord.'

Ammoniak en mest

Ammoniak (NH3) is een verbinding van stikstof en waterstof. Ammoniak ontstaat uit ureum in urine, een proces dat wordt versneld door het enzym urease in mest. Wanneer de veehouder urine en mest snel weet te scheiden en luchtdicht in een dichte opslag weet te krijgen, komt veel minder ammoniak vrij. Daar zijn systemen zoals mestpannen voor ontwikkeld. Er zijn ook luchtwassers, die de verontreinigde lucht zuiveren.

Verkeerde prikkels?

Het Rebel-rapport spreekt van verkeerde prikkels in het huidige systeem: als de veehouder eenmaal een omgevingsvergunning heeft, verdwijnt de prikkel om de emissies omlaag te krijgen. Stouthart nuanceert: 'Veehouders doen over het algemeen hun best. Omdat ze weten dat als hun emissies lager zijn, dat gezonder is voor hun dieren en ze daar op de een of ander manier profijt van zullen hebben.' Volgens Van Bergen is naast techniek ook het vakmanschap van de veehouder belangrijk. 'Er zijn proeftuinen geweest waarin een combinatie van managementaanpassingen wel twintig procent emissiereductie opleverde.'

Rapporten Taskforce en WUR

Sleufvloer met dichte hellende vloerDe conclusie is dat het beter is om over te stappen op continumetingen met sensoren. De Taskforce versnelling innovatieproces stalsystemen zal er naar verwachting begin 2021 over rapporteren. Recent verscheen al een rapport van Wageningen University & Research (WUR). 'Het ministerie heeft de WUR gevraagd een validatieprotocol te maken om te kunnen werken met sensormetingen', zegt Van Bergen. 'Die sensoren zijn nieuw en moeten worden geijkt. Doen ze wat ze beloven? Sommigen zeggen: vergunnen op basis van continue sensormetingen, dat kan vandaag al. Anderen zeggen: dat duurt nog vijf jaar.'

Zak lucht of een sensor

Volgens Stouthart zijn voor ammoniak grote stappen gemaakt, maar ligt het voor geur lastiger. 'Bij het huidige proefstallensysteem haalt de onderzoeker een zak lucht uit de proefstal en legt die voor aan een geurpanel. De vergunning is onder andere daarop gebaseerd. Zo'n zak lucht is een mengsel van meer dan tweehonderd geurstoffen. Mensen kunnen die goed beoordelen, maar een sensor nog niet. Ja, de frisdrankindustrie maakt gebruik van geursensoren. Maar daar komt slechts één geurcomponent vrij.' Volgens Van Bergen zijn de geurnormen gebaseerd op piekbelastingen. 'Daar moet je met sensoren op kunnen inspelen. Dat vereist nog veel denk- en ontwikkelwerk.'

Innovatiepilot van start in 2021

In het kader van de Crisis- en herstelwet starten verschillende gemeenten in 4 provincies in 2021 de SLA-pilot Emissiereductie veehouderij, waarin onder meer het onderdeel is opgenomen om met proefstallen met sensoren te gaan werken. De innovatiepilot loopt vooruit op de mogelijkheden waar de sector nu technisch aan toe is, met als wettelijke basis de Crisis- en herstelwet. Bedoeling is ervaring opdoen en kinderziektes verhelpen.

Willy Wortel, leg uit

Stalvloer met cassettes en kleppenVan Bergen wil dat de fabrikant en de veehouder verantwoordelijkheid nemen voor de prestaties en het goede gebruik van emissiereducerende systemen. 'Het huidige beoordelingssysteem is bedoeld voor zekerheid over de prestaties vooraf. Met gebruik van sensoren is het de vraag hoe dat ook anders kan worden ingevuld.' Stouthart is voorzichtig. 'Ik zou daar toch zicht op willen hebben. Want het zijn innovatieve systemen. Als er iets misgaat, moet de gemeente de rommel opruimen.' Van Bergen: 'Ik vind net als Fred Stouthart dat de betrouwbaarheid van de technieken die straks kunnen worden gebruikt, goed geborgd moet zijn. Het verschil zit hem meer in de vraag of en door wie je elk systeem van tevoren nog laat testen voordat een veehouder het mag gebruiken.' Stouthart: 'Als een uitvinder met een totaal nieuw systeem komt, denk ik: "Willy Wortel, ik zou graag een uitleg willen hebben waarom jij denkt dat dit het ei van Columbus is." Ik zou die uitleg willen voorleggen aan deskundigen. Naarmate we met elkaar meer ervaring krijgen met emissiemetingen, zou je veehouders meer verantwoordelijkheid kunnen geven.'

'Het zijn innovatieve systemen. Als er iets misgaat, moet de gemeente de rommel opruimen'

Casussen rond luchtwassers

'Voorzichtigheid is inderdaad geboden', meent Van Bergen. 'Aanleiding is immers ook dat het mis is gegaan met een deel van de huidige technieken; dat wil je voorkomen. De Taskforce zal aangeven hoe het de borging van de prestaties wil regelen.' Volgens Stouthart is dat in het belang van de hele sector en de samenleving. 'Dit is een serieuze zaak. Wij hebben de afgelopen maanden drie casussen rond luchtwassers gehad waarbij bewoners zich afvragen hoe het met hun belangen zit. De veehouders hebben te goeder trouw geïnvesteerd, maar de bewoners zitten desondanks in de stank. De innovatiepilot gaat ons daar meer over leren.'

E-learning luchtwassers

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een e-learning ontwikkeld. Dit om de kennis van de toezichthouder en de veehouder over het functioneren van de luchtwasser te vergroten. De e-learning biedt praktische kennis over de standaardwerking van de luchtwasser, de meest voorkomende situaties in de praktijk en de geldende wet- en regelgeving. Meer informatie vindt u op de website van Kenniscentrum InfoMil.