Gemeentelijk rioleringsplan

Op grond van artikel 4.22 Wm stelt de gemeenteraad een gemeentelijk rioleringplan (GRP) vast. Dit gebeurt telkens voor een door de raad vast te stellen periode. De gebruikelijke planperiode is 4 jaar, maar de wet laat gemeenten hierin vrij.

In de rol van waterbeheerder en zuiveringsbeheerder geldt een directe wettelijke verplichting tot afstemming tussen gemeente en betrokken waterschap. In dit afstemmingsproces is een belangrijke rol toebedeeld aan het GRP.

Wat staat er in het gemeentelijk riooleringsplan?

In het GRP wordt aangegeven waar welke voorzieningen staan. Of welke voorzieningen in de planperiode waar worden aangelegd. Het gaat om voorzieningen zoals gescheiden rioolstelsel, gemengd rioolstelsel of andere vormen van het opvangen en afvoeren van afvalwater en hemelwater.

Met de Wet gemeentelijke watertaken is artikel 4.22 Wet milieubeheer (Wm) per 1 januari 2008 gewijzigd. Nu staat er dat gemeenten in hun GRP ook nadrukkelijk aandacht moeten besteden aan de zorgplichten voor en na.

De Wet gemeentelijke watertaken (artikel IV) zegt dat het GRP moet voldoen aan het aangepaste artikel 4.22 Wm. Dit moest per 1 januari 2013, vijf jaar na het van kracht worden van het artikel.  Hier is vooral belangrijk wat er staat in artikel 4.22, lid 2 onder d: “de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten”. De memorie van toelichting over de wijziging van artikel 4.22 Wm uit de Wet gemeentelijke watertaken vindt u hier: Memorie van toelichting bij verbreed GRP. (pdf, 8.1 kB)

In veel oude GRP’s was weinig tot niets terug te vinden over: “de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten”. Meestal was de benodigde informatie er wel. Het stond bijvoorbeeld in:

Juist deze plannen of beleidstukken hebben geen wettelijke basis. Dus kan men er in de wetgeving niet naar verwijzen. Van belang is dan ook dat juist deze informatie direct gekoppeld wordt aan het GRP. Of dat het vastgestelde GRP er zelf naar verwijst.

Het GRP moet die informatie bevatten waarop de waterbeheerder de gemeentelijke lozingen, uit overstorten en hemelwaterriolen, kan toetsen. Het is dus niet nodig dat al deze informatie daadwerkelijk in het GRP zelf staat.

In de voorbereidingsfase van het GRP kan een waterbeheerder een gemeente over het plan adviseren (artikel 4.23 Wm). Het waterschap kan tot de conclusie komen dat de gemeente onvoldoende tegemoet komt aan de noodzakelijke wensen van de waterbeheerder. Dan kan het waterschap zich tot de provincie wenden en om een oordeel vragen. Opgemerkt moet worden dat de provincie een aanwijzingsbevoegdheid heeft als het gaat om het GRP.

Als het GRP onvoldoende inzicht heeft in de maatregelen die de gemeente gaat nemen is er kennelijk sprake van een niet adequaat GRP.  Hierop moet de waterbeheerder (een waterschap of Rijkswaterstaat) de gemeente aanspreken. Het GRP is namelijk een wettelijk verplicht plan, waar de Wet milieubeheer eisen aan stelt. Voor de toetsing van de inhoud van het lozingenbeleid in het GRP (met aanhangende en onderliggende documenten) kan de handleiding gemeentelijk lozingenbeleid voor afvalwater (pdf, 585 kB) geraadpleegd worden.

Begunstigers van de stichting Rioned kunnen de leidraad Riolering downloaden van de website van Stichting Rioned. In die Leidraad Riolering zijn modules opgenomen die een hulpmiddel vormen voor het opstellen van een GRP.

Huishoudelijk afvalwater en gemeentelijk rioleringsplan

In overeenstemming met de zorgplicht wordt in verreweg de meeste situaties inzameling, transport en zuivering van huishoudelijk afvalwater door of namens de gemeenten en waterschappen verzorgd. Daarnaast komt het ook voor dat huishoudens door locatie-omstandigheden niet op het openbaar vuilwaterriool zijn aangesloten. Het betrokken huishouden is in die gevallen zelf verantwoordelijk voor de juiste verwijdering van het huishoudelijke afvalwater.

Afvalwater dat vrijkomt bij gebruikelijke huishoudelijke activiteiten, wordt gezien als  huishoudelijk afvalwater. Zolang er sprake is van huishoudelijk afvalwater is er, geen noodzaak om aan die lozingen vanuit huishoudens in dit besluit regels te stellen. Op één regel na: het tegengaan van lozingen door versnijdende en vermalende apparatuur. De overheidsvoorzieningen waarin huishoudelijk afvalwater wordt gebracht zijn namelijk afgestemd op het inzamelen, transporteren en behandelen van dit soort afvalwater.

Lozen in het vuilwaterriool mag op voorwaarde dat men voldoet aan de zorgplichtbepaling. Daarin staat dat door de lozing geen schade aan het riool of achterliggende zuivering mag optreden. Dat houdt in dat men bijvoorbeeld eigenlijk geen hemelwater mag lozen op het vuilwaterriool. Het lozen van dit water vermindert namelijk de effectiviteit van een RWZI.

In het algemeen zal het afvalwater met een of meer van volgende kenmerken geen schade aanrichten:

  • afvalwater met een temperatuur die hoger is dan 30 oC
  • afvalwater waarvan de zuurgraad (pH) lager dan 6,5 of hoger dan 10 is
  • afvalwater dat brand- of explosiegevaar kan veroorzaken.

Buitengebied

Van de gemeentelijke zorgplicht tot het inzamelen van huishoudelijk afvalwater kan door de provincie aan de gemeente een ontheffing worden verleend. Dit kan op basis van de «Notitie afvalwater buitengebied». De ontheffing heeft betrekking tot:

  • een gedeelte van het grondgebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen of
  • een bebouwde kom van waaruit afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd

Via deze notitie is voor de gemeente de mogelijkheid geopend om op een alternatieve wijze aan de zorgplicht voor inzameling en transport te kunnen voldoen. Dit kan alleen na overleg met de betrokken provincie en het betrokken waterschap.

Handhaving gemeentelijk riooleringplan

Stel een gemeente voldoet niet aan wat er in het GRP staat. Dan handelt de gemeente in strijd met de voorschriften van het Besluit lozen buiten inrichtingen. En daarop kan vanzelfsprekend gehandhaafd worden door het waterschap.  En bij lozingen op rijkswateren door Rijkswaterstaat.

WVO-vergunning overstorten en hemelwaterriolen van rechtswege vervallen

Vergunningen die nog in het kader van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO) verleent zijn voor lozingen vanuit overstorten en hemelwaterriolen op het oppervlaktewater bestaan niet meer. Ze zijn van rechtswege vervangen door algemene regels. Deze verwijzen weer naar het GRP voor de maatregelen die de gemeente heeft genomen. Of nog gaat nemen om deze lozingen zoveel mogelijk te beperken.

Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat feitelijk het GRP de voormalige Wvo-vergunningen heeft vervangen. Tenminste als het gaat om overstorten en lozingen vanuit hemelwaterriolen. Dit is wettelijk vastgelegd in artikel 3.14 tot en 3.16 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (zie bij dit besluit).


Uw onderwerpen