Geluid door buitenunits van warmtepompen en airco-installaties

In het Besluit van 3 juni 2020 tot wijziging van het Bouwbesluit 2012 (Staatsblad 2020, 189) staan nieuwe regels over de buitenunits van warmtepompen en airco-installaties. De regels zijn op 1 april 2021 in werking getreden (Staatsblad 2021, 12).

Aanleiding

Om te kunnen voldoen aan de toekomstige ambities voor aardgasloos bouwen en de eisen voor Bijna energieneutrale gebouwen (BENG) op grond van de richtlijn 2010/31/EU, worden warmtepompen steeds vaker toegepast. Het geluid van een warmtepompen kan leiden tot hinder bij omwonenden. In eerdere voorschriften in het Bouwbesluit 2012 was onvoldoende aandacht voor geluid door buiten opgestelde warmtepompen.

Situaties

De regels gelden alleen voor nieuw te plaatsen installaties bij woningen en zijn ter bescherming van woningen op hetzelfde en het aangrenzende perceel (zie het aansturingsartikel 3.7 Bouwbesluit). Voor buitenunits bij niet-woningen gelden al voorschriften op grond van het Activiteitenbesluit. De eist geldt op de perceelsgrens met een perceel waarop een andere woonfunctie staat of dat is bedoeld voor een andere woonfunctie.

Grenswaarden

Voor woningen op verschillende percelen bedraagt de norm 40 dB op de perceelgrens (artikel 3.8 lid 3 Bouwbesluit). Voor woningen op eenzelfde perceel zoals bij appartementen, is de norm ook 40 dB. Maar dan ter plaatse van een te openen raam of deur van een op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie (artikel 3.9 lid 3 Bouwbesluit).
Deze norm sluit aan op geluidseisen die volgen uit de milieu- en ruimtelijke ordeningsregelgeving. De HMRI is van toepassing voor de berekening van het geluid van de buitenunits.

Overgangsrecht

Voor dit besluit is geen specifiek overgangsrecht. Voor lopende procedures geldt het reguliere overgangsrecht uit hoofdstuk 9 van het Bouwbesluit 2012.