Is het inwendig reinigen van tankwagens altijd vergunningplichtig?

Vraag

Is elke inrichting die tanks of tankwagens inwendig reinig vergunningplichtig?

Antwoord

Nee. Onder het Activiteitenbesluit wordt alleen de reiniging van tanks en vaten toegestaan binnen de inrichting waar ze óf geladen óf gelost zijn. En dan alleen voor zover ze beladen waren met niet-gevaarlijke stoffen. (Zie Besluit omgevingsrecht, Bijlage I categorie 28.3g en 28.11b.)

In bijlage I, categorie 25.2, van het Besluit omgevingsrecht wordt een aantal inrichtingen voor het reinigen van vaten en dergelijke aangewezen als vergunningplichtige activiteit (inrichting type C).

Categorie 25.2 luidt:
25.2. Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen voor het inwendig reinigen van:
a: van buiten de inrichting afkomstige gebruikte drukhouders, insluitsystemen, ketels of vaten
b: mobiele tanks, tankwagens, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen, preparaten of producten zijn vervoerd
c: mobiele tanks, tankwagens, tank- of bulkcontainers die niet in de inrichting zijn geladen of gelost.

Het gaat hier om het inwendig reinigen van vaten en transportmiddelen. Er zijn gespecialiseerde bedrijven die vaten of tankwagens van derden reinigen. Hierbij kan het zijn dat de residuen in vaten of tanks afval zijn. Bovendien blijkt dat in die gevallen de controle op emissies heel belangrijk is. Deze gespecialiseerde bedrijven vallen niet onder het Activiteitenbesluit.

Tankauto’s zijn in te delen in drie groepen:

  1. chemicaliën en chemische producten
  2. voedingsmiddelen
  3. overig (bv. kunststofparels of mest)

Als een bedrijf tankwagens van derden reinigt zijn de productrestanten afvalstoffen. Het bedrijf is daarmee een afvalverwerker. Als het om tankwagens met restanten van chemicaliën of chemische producten gaat, gaat het zelfs om gevaarlijk afval.

Een bedrijf dat alleen tankwagens schoonspuit en het schoonmaakwater opslaat tot het wordt afgevoerd valt niet onder een IPPC-categorie. Schoonspuiten is namelijk een fysische handeling. En een fysische handeling is niet een van de onder IPPC categorie 5.1, 5.2, 5.4 en 5.6 vermelde behandelingen.

Bij de grotere bedrijven kan het ook gaan om reiniging van het schoonmaakwater in een eigen waterzuivering. Op dat moment speelt ook de hoeveelheid afvalwater een rol bij het bepalen of er sprake is van een IPPC-installatie (meer dan 10 ton gevaarlijk afval per dag). Als het afvalwater wordt afgevoerd naar een andere zuiveringsinstallatie is de vraag of er sprake is van een IPPC-installatie pas daar aan de orde.

Het afvalwater van de reiniging van vaten of tanks waarin gevaarlijke stoffen vervoerd zijn kan zelfs gevaarlijk afval zijn. Om die reden blijft ook die reiniging vergunningplichtig.