Slotbepalingen

In hoofdstuk 10 van de Waterwet is de implementatie van internationale regelgeving, zoals de kaderrichtlijn water, geregeld, alsmede de instelling van de Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving en de periodieke evaluatie van de Waterwet.

Uitvoeringsregels bij AMvB

Artikel 10.1 Waterwet regelt dat bij of krachtens AMvB nadere regels kunnen worden gesteld. Deze regels mogen betrekking hebben op de uitvoering van internationale verplichtingen of het bevorderen van de goede uitvoering van de wet.

Deze bepaling is vooral handig bij de uitvoering van internationale verdragen en Europese richtlijnen. Artikel 10.1 Waterwet voorziet in een algemene grondslag om regels bij AMvB te stellen, zodat niet steeds een wetswijziging nodig is voor doorwerking van bindende verplichtingen.

Implementatie Kaderrichtlijn Water en andere Europese richtlijnen

Artikel 10.2 Waterwet ziet op een wijziging van Europese richtlijnen en de betekenis daarvan voor de Waterwet. Zo zal een wijziging van bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. Dit is alleen anders wanneer bij ministerieel besluit een ander tijdstip wordt vastgesteld. Het artikel is van toepassing op alle krachtens de Waterwet te implementeren Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water.

Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving

Tot 1 juli 2014 gaf artikel 10.3 Waterwet plaats aan de Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving (CAW). Per die datum is dit onafhankelijk juridisch adviesorgaan dat regering en parlement adviseerde over de waterregelgeving opgeheven. De opheffing houdt verband met de ontwikkeling van de Omgevingswet waardoor afzonderlijke sectorale adviescommissies niet langer te rechtvaardigen zijn. Indien er toch advisering nodig is, zal de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, als algemeen adviesorgaan van het ministerie, de minister kunnen adviseren. De voormalige CAW-leden blijven daarnaast ook beschikbaar. Ten slotte kan de minister altijd ad hoc adviezen inwinnen bij specifieke
deskundigen, ook met betrekking tot water.

Evaluatie Waterwet

Volgens artikel 10.4 Waterwet zal de wet in ieder geval binnen vijf jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd, dus vóór 22 december 2014. Vanwege de ontwikkeling van de Omgevingswet wordt de evaluatie beperkt tot een tweetal specifieke onderwerpen: a) de praktijk van de vergunningverlening en hierbij horende adviesrol bij zogenoemde indirecte lozingen en b) de praktijk van het grondwaterbeheer,
in het bijzonder de bevoegdheidsverdeling en samenwerking tussen provincies en waterbeheerders bij grondwateronttrekkingen en hiermee verband houdende infiltraties.


Uw onderwerpen