Categorie woningbouwlocaties

Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan, in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is.

NIBM-grens woningbouwlocaties  (voorschrift 3A.2):
3% criterium:
≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg
≤ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling

Een project dat omvangrijker is dan deze grenzen, is in beginsel IBM. Dan kan het project mogelijk nog doorgang vinden volgens de regels voor IBM-projecten (zie 'Bepaling concentratietoename (stap 4)' . Ook kan een dergelijk project alsnog NIBM zijn. Dan moet met berekeningen aannemelijk gemaakt worden, dat de toename als gevolg van het project maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde is (zie ook 'Bepaling NIBM').

Netto aantal woningen

Het begrip ‘netto’ aantal woningen vraagt wat uitleg. De toelichting bij de Regeling NIBM zegt hierover het volgende:

“Het ‘netto’ begrip bij woningbouwlocaties houdt in dat bij uitbreiding of wijziging van bestaande woningbouwlocaties, of bij bouw die bestaande bouw vervangt (na sloop, renovatiebouw of vernieuwbouw) alleen de netto toename van het aantal woningen ten opzichte van de eerdere of bestaande situatie in aanmerking wordt genomen.”

Het gaat dus om het aantal woningen dat er (netto) bij komt, vergeleken met de eerdere situatie.

Voorbeeld
Een woningbouwcorporatie gaat een naoorlogse wijk herstructureren. Daarbij worden 1.200 galerij- en portiekwoningen gesloopt. In de wijk zullen 2.000 woningen nieuw gebouwd worden. Het netto aantal woningen binnen dit totale project is dan 800.

Ontsluitingswegen en gelijkmatige verkeersverdeling

Het begrip ‘ontsluitingsweg’ speelt een belangrijke rol bij de bepaling, of een woningbouwproject binnen de grenzen van de Regeling NIBM valt. De ontsluiting van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bepaalt immers in grote mate of er luchtkwaliteitknelpunten zullen optreden. Het aantal verkeersbewegingen per ontsluitingsweg bepaalt de bijdrage aan de luchtverontreiniging.

Het Besluit NIBM geeft de volgende definitie van het begrip ‘ontsluitingsinfrastructuur’:

“infrastructuur, voor zover deze geheel of hoofdzakelijk wordt of zal worden gebruikt voor de ontsluiting van een bedrijfslocatie, inrichting, kantoorlocatie of woningbouwlocatie”.

De invulling van het begrip ontsluitingsweg is af te leiden uit bovenstaande definitie. ‘Hoofdzakelijk’ kan worden gelezen als: meer dan 50%.

De Regeling NIBM stelt het aantal woningen dat NIBM is afhankelijk van het aantal ontsluitingswegen. Bij 2 ontsluitingswegen zijn meer woningen mogelijk dan bij 1 ontsluitingsweg. Het maximum aantal woningen ligt wel vast: ook als er meer dan 2 ontsluitingswegen zijn, ligt de NIBM-grens op 3000 woningen.

Bij een project van maximaal 3.000 woningen, vereist de Regeling NIBM een ‘gelijkmatige verkeersverdeling’ over de (minimaal) twee ontsluitingswegen. De toelichting bij de Regeling NIBM geeft geen informatie over de invulling van dit begrip in de praktijk. Het bevoegd gezag zal zelf moeten onderbouwen, wanneer zij een bepaalde verkeersverdeling redelijkerwijs nog als gelijkmatig beschouwt. Een (aannemelijke) verdeling van 60/40 lijkt daar nog aan te beantwoorden.

Voor zowel de bepaling van het aantal ontsluitingswegen bij een project, als bij de beoordeling van een gelijkmatige verkeersverdeling is de spreiding van het verkeer op aansluitende wegen relevant. Het gaat immers om de luchtkwaliteit langs de weg met de meeste verkeersemissies door het project.

plaatje_nieuw_4_2 Voorbeeld
Een woningbouwproject voor 1.800 nieuwe woningen ontsluit zich via 3 wijkontsluitingswegen. Er is sprake van een ongelijkmatige verkeersverdeling: 10% via de noordzijde, en 90% via de zuidzijde (‘gelijkmatige’ verdeling over deze 2 wegen: 40% en 50% van het totale verkeer). Aan de zuidzijde voegt het verkeer zich weer samen op een hoofdontsluitingsweg, in dezelfde rijrichting. Het is dan in de geest van de Regeling NIBM om dit project als IBM te beschouwen: 1.800 woningen en 2 ontsluitingswegen (effectief), maar met een ongelijkmatige verkeersverdeling (10 en 90%).