Zijn reducties van warmtewisselaars te combineren?

Vraag

In bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij staan op diverse plekken warmtewisselaars. Deze warmtewisselaars reduceren fijnstof of ammoniak. Kan een veehouder deze reducties combineren?

Antwoord

Ja, dit kan. Er zijn 4 typen warmtewisselaars die fijnstof reduceren:

  • 1 'gewone' warmtewisselaar (BWL 2012.03.V5)
  • 3 geavanceerde extra grote warmtewisselaars (BWL 2011.02.V5, BWL 2017.03.V2 en BWL 2018.05.V1).

De 'gewone' warmtewisselaar reduceert de fijnstofemissie met 13%. De geavanceerde warmtewisselaars zorgen voor een extra reductie van fijnstof ten opzicht van de 'gewone' warmtewisselaar.

In bepaalde gevallen en onder voorwaarden reduceren warmtewisselaars ook ammoniak. Het gaat dan om een combinatie van variant A of B van één van de bovenstaande fijnstofreducerende warmtewisselaars met het huisvestingssysteem BWL 2010.13 'Stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar'. Voor de ammoniakfactor maakt het niet uit of de veehouder de gewone of de geavanceerde warmtewisselaar gebruikt.

Let op:  De emissiefactoren voor ammoniak gelden uitsluitend voor de combinatie van variant A of B van de warmtewisselaars met huisvestingssysteem BWL 2010.13. Voor variant C van de warmtewisselaars in combinatie met BWL 2010.13 is geen reductie van de ammoniakemissie vastgesteld.

In de onderstaande tabel staan voorbeelden van de combinatie van het huisvestingssysteem BWL 2010.13 met twee warmtewisselaars. Een warmtewisselaar met 13% reductie fijnstof en een warmtewisselaar met 31% reductie fijnstof. In de tabel is de bijbehorende fijnstof emissiefactor uitgerekend.

combinatie warmtewisselaars met BWL 2010.13.V6: fijnstof emissiefactoren

Rav-code

BWL nummer

Ammoniak
emissiefactor(kg/dierpl/jaar)

Fijnstof
emissiefactor
(gram/dierplaats/jaar)

BWL 2012.03.V5 warmtewisselaar variant A of B met 13% reductie fijnstof
Rav-code E 7.7 (kippen)
of F 6.6 (kalkoenen)

BWL 2011.02.V5 warmtewisselaar variant A of B met 31% reductie fijnstof
Rav-code E 7.6 (kippen)
of F 6.5 (kalkoenen)

E 3.8

BWL 2010.13.V6

0,077

20

16

E 5.11

BWL 2010.13.V6

0,021

19

15

F 1.7

BWL 2010.13.V6

0,05

20

16

F 2.7

BWL 2010.13.V6

0,15

142

112

F 4.9

BWL 2010.13.V6

0,21

75

59

Voorbeeld: Toepassing bij vleeskuikens - systeem E 5.11

In de Rav en de fijnstof lijst staan:

  • E 5.11: stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V6) met een ammoniakfactor van 0,021 kg
  • E 7.6: warmtewisselaar variant A en B, 31% emissiereductie fijnstof (BWL 2011.02.V5)
  • E 7.7: warmtewisselaar variant A en B; 13% emissiereductie fijnstof (BWL 2012.03.V5)

Om als ammoniakemissiearm systeem in aanmerking te komen moet de veehouder bij een warmtewisselaar altijd het luchtmengsysteem toepassen. In de systeembeschrijving van het huisvestingssysteem BWL 2010.13 'Stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar' staat hoe dit moet. De minimaal geïnstalleerde capaciteit van de warmtewisselaar is bij dit systeem 0,35 m3 per dierplaats per uur voor vleeskuikens.

Als de veehouder voldoet aan de systeembeschrijving van E 5.11 (BWL 2010.13.V6), kunt u rekenen met een ammoniakemissie van 0.021 kg. De warmtewisselaar in E 5.11 is dezelfde als die in E 7.7. De warmtewisselaar E 7.7 heeft in de fijnstoflijst een fijnstofreductie van 13%, dus een factor van 19 gram (13% reductie van het traditionele systeem van 22 gram).

Als een veehouder in aanmerking wil komen voor zowel de reductie van ammoniak als de reductie van fijnstof moet de veehouder voldoen aan beide systeembeschrijvingen. Dus, zowel de systeembeschrijving van E 5.11 als de systeembeschrijving van de warmtewisselaar E 7.7. Het is van belang dat er interne luchtcirculatie aanwezig is (E 5.11 - BWL 2010.13.V6) en de warmtewisselaar aan blijft staan tot het eind van de productieperiode (E 7.7 - BWL 2012.03.V5).

De warmtewisselaar in E 7.6 is een verbeterde versie van een 'normale' warmtewisselaar. De eisen in deze systeembeschrijving zijn strenger dan die in de beschrijving van E 5.11 en E 7.7. Zo is de minimaal geïnstalleerde capaciteit voor vleeskuikens 1,0 m3 per dierplaats per uur en moeten de kanalen minstens 7 meter zijn.

Alleen als de veehouder voldoet aan deze en de andere voorwaarden van de systeembeschrijving van E 7.6, kunt u rekenen met een reductie van 31% op de fijnstofemissie. De fijnstoffactor wordt dan 15 gram (31% reductie van 22 gram). De ammoniakemissie is 0,021 kg.