Standaardrekenmethoden

De Regeling beoordeling luchtkwaliteit noemt drie standaardrekenmethoden voor luchtkwaliteit. Een rekenmethode bestaat uit regels om de bijdrage van een bron aan de luchtkwaliteit te berekenen. Er zijn rekenmethoden voor wegen, snelwegen, punt- en oppervlaktebronnen. Hieronder staan de (links naar) beschrijvingen van de standaardrekenmethoden luchtkwaliteit.

Standaardrekenmethode 1

Rekenmethode 1 bevat de technische regels voor het berekenen van de luchtkwaliteit bij wegen in bebouwd gebied. Bij deze wegen is in de directe omgeving, binnen enkele tientallen meters afstand van de weg, bebouwing aanwezig is. De rekenmethode SRM1 staat in RIVM-rapport 2014-0127 (uit 2015).

Standaardrekenmethode 2

Rekenmethode 2 bevat de technische regels voor het berekenen van de luchtkwaliteit bij (snel)wegen. Snelwegen die door bebouwd gebied gaan, vallen deels ook onder SRM2. Als er voldoende afstand van een weg tot de bebouwing is, gebruik dan SRM2.
De rekenmethode SRM2 staat in RIVM-rapport 2014-0109 (uit 2015).

Standaardrekenmethode 3

Rekenmethode 3 is de methode van het Nieuw Nationaal Model (NNM). Het NNM bevat de technische regels voor het berekenen van de luchtkwaliteit van punt- en oppervlaktebronnen (bijvoorbeeld schoorstenen, stallen of kolenopslag). Het is een Gaussisch pluimmodel dat uur voor uur de concentratie berekent. De rekenmethode NNM staat op onze website.

Goedgekeurde rekenmethoden

In de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 staan de standaardrekenmethoden waarmee je de gevolgen van ruimtelijke plannen voor de luchtkwaliteit berekent. Door de Regeling beoordeling luchtkwaliteit is het toegestaan om een andere rekenmethode te gebruiken voor situaties die binnen of buiten het toepassingsbereik vallen van SRM1, SRM2 en SRM3. Voorwaarde is dat deze rekenmethode is goedgekeurd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Een overzicht van de goedgekeurde rekenmethoden is te vinden op de website van de rijksoverheid.


Uw onderwerpen