Algemene regels

Naast de bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen door de provincie of het Rijk voorziet de wet in de bevoegdheid voor de provincies en het Rijk om door middel van een verordening respectievelijk een algemene maatregel van bestuur algemene of specifieke eisen te stellen aan ruimtelijke besluiten van lagere overheden of aan de kwaliteit van die beslissingen. In de meeste gevallen zullen deze eisen betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen, beheersverordeningen of omgevingsvergunning ruimte.

In overwegende mate zal het eisen betreffen die een ruimtelijk kwaliteitsniveau omschrijven waaraan bestemmingsplannen in het algemeen of bestemmingsplannen in nader aangeduide gebieden, op een daarbij te bepalen tijdstip moeten voldoen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om een eis dat gemeenten in een nader omschreven gebied de bestemmingsplannen in die zin moeten wijzigen dat bepaalde bestemmingen niet meer mogelijk zijn (bijvoorbeeld een verbod om in het stroomgebied van rivieren te bouwen). Een ander voorbeeld is een algemene eis met betrekking tot het in acht nemen van afstanden tussen concurrerende bestemmingen.

De vaststelling van algemene regels in een provinciale verordening of AMvB dient, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, tot borging van de provinciale - en nationale belangen. In de Wro is niet gedefinieerd wat dergelijke belangen precies omvatten.

Tegen de provinciale verordening en de AMvB kan op grond van artikel 8:2 Awb geen beroep worden ingesteld. Bij een besluit (bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan) op grond van de regels uit de verordening/AMvB kunnen deze regels (dus indirect) wel aan de orde worden gesteld in een beroep.

Dit alles wordt in afdeling 4.1 geregeld voor de provincie en in afdeling 4.2. voor het Rijk.