Leggers
Handboek water
Inhoud pagina: Leggers
In artikel 5.1 van de Waterwet wordt de beheerder verplicht een zogenaamde legger bij te houden, waaruit de normatieve toestand van de beheersobjecten in geografisch, morfologisch en hydrologisch opzicht kenbaar is. Dat wil zeggen dat in de legger moet worden omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. De legger wordt regelmatig geactualiseerd, bijvoorbeeld naar aanleiding van de aanleg van nevengeulen of de verdieping van een vaarweg. De normatieve situatie is dan immers gewijzigd.
De Waterwet introduceert zowel voor waterstaatswerken onder rijksbeheer als voor overige waterstaatswerken de verplichting tot het vaststellen van een legger. Tot nu toe bestond deze verplichting alleen voor primaire waterkeringen op basis van de Wet op de waterkering.
Voor regionale wateren is de legger tevens een belangrijke indicatie van de grens van oppervlaktewaterlichamen. Voor rijkswateren zijn deze grenzen vastgelegd op de kaarten bij de Waterregeling, maar voor regionale wateren bestaan zulke kaarten niet. Deze grenzen zijn onder meer bepalend voor de vraag of handelingen op een bepaalde plaats onder de watervergunningplicht vallen, en of de grond tot de landbodem of de waterbodem behoort (zie ook Verontreiniging bodem en oever ). Hierbij moet wel steeds bedacht worden dat de feitelijke situatie "in het veld" uiteindelijk doorslaggevend is en niet de normatieve situatie in de legger. Sommige wateren hoeven immers niet op de legger te worden opgenomen (zie: Vrijstelling leggerplicht), terwijl het natuurlijk wel oppervlaktewaterlichamen in de zin van de Waterwet zijn.
De legger zoals deze beschreven is in de Waterwet is, anders dan de onderhoudslegger van waterschappen op grond van artikel artikel 78 van de Waterschapswet, niet bedoeld om onderhoudsverplichtingen van derden in vast te leggen. De Waterwet-legger is primair een technisch instrument voor en door de beheerder als concretisering van de vorm, ligging, constructie en afmeting van een waterstaatswerk. De legger van artikel 78 Waterschapswet bevat een bundel beschikkingen, waarmee aanwonende van wateren publiekrechtelijke onderhoudsverplichtingen kunnen worden opgelegd. Beide leggers kunnen in de uitvoering wellicht worden gecombineerd, mits in het oog wordt gehouden dat het om twee verschillende instrumenten gaat die aan afzonderlijke wettelijke voorschriften dienen te voldoen.
Belang voor bergingsgebieden
De legger is in het bijzonder van belang bij de aanwijzing van bergingsgebieden. Wanneer een bergingsgebied ruimtelijk is aangewezen op basis van de Wet ruimtelijke ordening, is ook opname in de legger een vereiste, wil het een bergingsgebied zijn in de zin van de Waterwet.
Vrijstelling leggerplicht
In artikel 5.1, lid 3 van de Waterwet is voorzien in de mogelijkheid een vrijstelling te geven van de leggerverplichtingen. Deze verplichting, zoals het geven van de normatieve beschrijving van het profiel van ‘de bak' van een oppervlaktewaterlichaam, zou onevenredig belastend voor de beheerder zijn waar het gaat om omvangrijke wateren. Denk hierbij aan de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer, maar ook bij vrij meanderende wateren. Ditzelfde bezwaar geldt vanwege het grote aantal ook voor regionale wateren die op basis van de indeling naar functie voor het watersysteem niet behoren tot de belangrijkere categorieën. Deze vrijstelling van de leggerplicht is voor de betreffende rijkswateren opgenomen in artikel 5.1 van het Waterbesluit en voor regionale wateren in de provinciale waterverordening. Bij de Invoeringswet Waterwet is de waterbeheerders een termijn van drie jaren geboden om de leggers vast te stellen. Deze periode geldt niet voor primaire waterkeringen, waarvoor immers al een leggerplicht was opgenomen in artikel 13 van de Wet op de waterkering (dd. 20-12-2009).
Tevens is de waterbeheerders bij de Invoeringswet Waterwet een termijn van drie jaren geboden om de onderhavige leggers vast te stellen. Deze periode geldt niet voor primaire waterkeringen, waarvoor immers al een leggerplicht was opgenomen in art. 13 Wet op de waterkeren

