Controle en handhaving

Het bevoegd gezag moet na het verlenen van de omgevingsvergunning controleren of de (geluids) voorschriften voldoende worden nageleefd. Dat kan met een geluidsmeting of een ander onderzoek. De handhaver kan als dat nodig is ook sancties opleggen (hoofdstuk 5 Wabo).

Algemeen

Bij het controleren en handhaven kijkt het bevoegd gezag of een vergunninghouder de geluidsvoorschriften naleeft.

Metingen en berekeningen moeten uitgevoerd worden volgens de in de vergunning voorgeschreven methode. Vaak zal dat de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 zijn. In deze handleiding staat onder welke omstandigheden welke meetmethode gebruikt mag worden. Hierbij moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van stoorgeluid en de (on-)nauwkeurigheid van metingen en berekeningen.

Aanpandigde woningen

Bij het controleren van voorschriften voor de geluidsbelasting in aanpandige woningen, is een meting in de woning meestal noodzakelijk. Aanpandige woningen zijn woningen die de scheidingsconstructie delen met de inrichting, bijvoorbeeld bovenwoningen. De geluidsbelasting in de woning is dan afhankelijk van zowel het zendniveau als de demping van lucht- en contactgeluid in de scheidingsconstructies.

De geluidsisolerende werking van een gevel vermindert sterk door fouten in de isolerende constructies, zoals:

  • het gebruik van niet elastische kit,
  • het bevestigen van objecten of constructies tegen buigslappe voorzetwanden (waarbij de wand wordt doorboord of contact gaat maken met de achterliggende muur),
  • het star ophangen van een luidsprekerbox aan het plafond.

Afhankelijk van de situatie is het mogelijk niveaus van 25 à 30 dB direct te meten in een woning. Bij muziekgeluid in de nachtperiode is het toegestane niveau vanwege de muziektoeslag vaak lager (rond 15 dB). Door achtergrondruis, van bijvoorbeeld een CV-pomp, is het meten van niveaus van 15 dB doorgaans niet mogelijk. Als een directe meting niet mogelijk is moet een alternatieve methode worden gehanteerd. Dit kan door eerst in de inrichting (het vertrek waar het geluid wordt geproduceerd) het optredende muziekniveau te meten. Daarna wordt (met een ruisbron of met de aanwezige geluidsinstallatie) de overdracht gemeten. Deze overdracht wordt hoofdzakelijk bepaald door de isolatiewaarde van de tussenliggende wand. Deze overdracht moet bij een nieuwe controle opnieuw worden bepaald.

In de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 staan de technische aspecten over het uitvoeren van metingen in woningen. Voor controlemetingen is altijd de medewerking van bewoners noodzakelijk. In de voorschriften is vaak opgenomen dat de geluideisen in een woning vervallen als bewoners geen medewerking aan metingen.


Uw onderwerpen

Wetgeving