Gegevens in de monitoringstool

Alle informatie in de monitoringstool staat in een centrale database. Dit zijn gegevens van wegen, verkeerscijfers, rekenpunten, gebieden en de formulieren. In de database staan ook algemene gegevens. Zoals meteo-informatie, achtergrondconcentratie en emissiefactoren.

Gegevens zijn gekoppeld aan een object

De gegevens in de monitoringstool zijn altijd gekoppeld aan een object. Dit geldt alleen niet voor de algemene gegevens.

Gegevens en objecten in de monitoringstool

Gegevens zijn openbaar

Iedereen kan de gegevens en de objecten bekijken op de kaart van de monitoringstool en exporteren in bestanden.

Monitoringsronde

Tijdens de monitoringsronde kan een vertegenwoordiger van de overheid zijn eigen gegevens wijzigen en vernieuwen.

Unieke identificatie en eigendomsgegevens

Alle objecten in de database hebben een uniek eigen identificatienummer. Het dataveld met het identificatienummer herkent u aan een 'id' in de naam. Zoals 'segment_id' en 'receptorid'.

Automatisch uniek identificatienummer

De monitoringstool geeft automatisch een uniek identificatienummer aan elk object. Het identificatienummer kunt u niet wijzigen. Wel mag u in uw bestanden een eigen nummering gebruiken. Bij het importeren vervangt de monitoringstool dit nummer door het identificatienummer van het systeem.

Alleen eigenaar kan object wijzigen

In de monitoringstool heeft ieder object een eigenaar. Ook de eigenaar heeft een identificatienummer. Dat staat in het veld 'overheidid' en 'overheid'. Alleen de eigenaar van het object kan de gegevens van dat object wijzigingen.

Overdracht wegen en objecten

Het is mogelijk dat u wegvakken en rekenpunten moet overdragen aan een andere wegbeheerder. Bijvoorbeeld door verandering van bestuurlijke grenzen of overdracht van wegen. Of u krijgt juist wegvakken en rekenpunten in beheer. Het overdragen van objecten verwerkt u samen met de vorige of de nieuwe wegbeheerder in de monitoringstool.

Kenmerken van wegen

In de monitoringstool staan de wegen waarvan de wegbeheerder de luchtkwaliteit moet of wil weten. Dit zijn meestal de grotere wegen met veel verkeer. De kenmerken van de weg en de omgeving zijn nodig voor het berekenen van de luchtkwaliteit. Dit zijn bijvoorbeeld de gemiddelde snelheid, afstand tot de bebouwing, hoogte van (geluids)schermen en de weghoogte.

Verkeersintensiteiten en congestie

Ook de verkeersintensiteit staat in de monitoringstool. Hiervoor zijn 4 voertuigcategorieën:

  • lichtverkeer of personenautoverkeer
  • middelzwaar verkeer
  • zwaar vrachtverkeer
  • openbaar vervoerbussen

Daarnaast heeft congestie (filevorming) invloed op de luchtkwaliteit. Hierdoor is de uitstoot namelijk hoger. En daardoor wordt de verkeersbijdrage van de weg hoger.

Reken- en toetspunten

De emissie (uitstoot) van de weg verspreidt zich over de omgeving en zorgt zo voor een concentratiebijdrage. De monitoringstool berekent de concentratie op rekenpunten. Dit gebeurt door de concentratiebijdrage op te tellen bij de achtergrondconcentratie.

De wegbeheerders hebben de meeste rekenpunten op een plek gelegd waar de luchtkwaliteit gemeten moet worden. Deze rekenpunten noemen we vaak toetspunten. Aan elk rekenpunt is informatie gekoppeld. Zoals XY-coördinaat, naam, type en toetsingsstatus.

Overdrachtslijnen

De overdrachtslijn is een virtuele verbindingslijn tussen een weg en een rekenpunt. Aan een overdrachtslijn is informatie gekoppeld over de omgeving tussen de weg en het rekenpunt. Zoals de bomenfactor en het wegtype. De overdrachtslijnen staan op de kaart van de monitoringstool.

Rekenmethode

Een overdrachtslijn heeft de gegevens voor het berekenen van het effect van de overdracht van de verkeersemissie naar het rekenpunt. Dit gebeurt met de standaard rekenmethode 1 (SRM1). De standaard rekenmethode 2 (SRM2) berekent geen overdrachtslijnen.

Geen eigen identificatienummer

Een overdrachtslijn heeft in de monitoringstool geen eigen identificatienummer. De identificatie is een combinatie van wegvak en rekenpunt ('segment_id' en 'receptorid').

Toevoegen van een overdrachtslijn

Het toevoegen van een overdrachtslijn tussen 1 weg en een rekenpunt is niet heel ingewikkeld. Maar er zijn ook wegen met 2 afzonderlijke wegvakken met een middenberm ertussen. In dat geval moet u per rekenpunt ook 2 overdrachtslijnen maken. Dus 1 aan elke weg.

Maatregelen

Het doel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiervoor hebben de NSL-partners afspraken gemaakt over maatregelen. De maatregelen staan in de monitoringstool als gebieden. De maatregelgebieden beschrijven het effect van de maatregel in dat gebied. Dit kan bijvoorbeeld een milieuzone zijn. Of schoner openbaar vervoer.

Schalingsfactor per maatregelgebied

Per maatregelgebied geldt voor iedere voertuigcategorie een schalingsfactor voor de emissie. De monitoringstool corrigeert de berekende verkeersemissie met deze schalingsfactor. Bij overlappende gebieden kiest de monitoringstool automatisch de hoogste (ongunstigste) schalingsfactor.

Milieuzones en generieke schalingsfactoren

Voorheen kon u in het maatregelenbestand aangeven of u de generieke factoren wilde gebruiken. U hoefde dan geen eigen schalingsfactoren in te vullen.

Vanaf 1 januari 2020 is deze functie niet meer beschikbaar. De kolom 'generiek' in het maatregelenbestand wordt door de tool niet meer uitgelezen. U moet nu altijd zelf schalingsfactoren in het maatregelenbestand invullen. U kunt daarbij de schalingsfactoren voor milieuzones gebruiken die het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend heeft gemaakt. Maar u mag ook uw eigen schalingsfactoren invoeren.

Schone bussen

Als u een maatregelgebied voor schoner openbaar vervoer heeft, dan kunt u de schalingsfactoren bepalen met de bussenknop. Met deze spreadsheet berekent u simpel de schalingsfactoren per rekenjaar.

Maatregelgebied in de monitoringstool

U mag een maatregelgebied in de monitoringstool alleen gebruiken als uw maatregel is aangemeld en opgenomen in het NSL.

Maatregelgebied in de rekentool

In uw eigen berekeningen met de rekentool mag u zoveel maatregelgebieden beschrijven als u zelf wilt.

Geometrie van de correctiegebieden

Vroeger werkten de monitoringstool en de rekentool ook met multipolygonen als maatregelgebied. Sinds 1 januari 2020 kan dit niet meer. De tools accepteren nu alleen nog maar polygonen als maatregelgebied.

Correctiegebieden

Met een correctiegebied kunt u informatie met een hogere nauwkeurigheid gebruiken binnen de monitoringstool. Dit is nodig als een rekenpunt niet past binnen het bereik van SRM1 of SRM2. De informatie kan komen van metingen in het veld of van windtunnelonderzoek.

Correctie altijd gekoppeld aan 1 rekenpunt

Sinds 1 januari 2020 is een correctiegebied altijd gekoppeld aan 1 rekenpunt. Het koppelen van een gebied aan meerdere rekenpunten is niet meer mogelijk. U moet nu ook altijd de 'receptorid' voor het correctiegebied invullen.

Geometrie van de correctiegebieden

Vroeger werkten de monitoringstool en de rekentool ook met multipolygonen als correctiegebied. Sinds 1 januari 2020 kan dit niet meer. De tools accepteren nu alleen nog maar polygonen als correctiegebied.

Rekenresultaten

De rekenresultaten bestaan uit de concentratie op de reken- en toetspunten. Tijdens het rekenproces worden ook tussenresultaten opgeslagen. 1 van de tussenresultaten bestaat uit de berekeningen volgens SRM1 en SRM2. Met de tussenresultaten kunt u de rekenresultaten controleren en fouten opsporen.

Resultaten rekentool

In mei 2020 is de NSL Rekentool vervangen door de Aerius Lucht Rekentool. De rekenresultaten van de Aerius Lucht Rekentool worden niet opgeslagen in de database van de monitoringstool.

Nieuwe kolomnamen rekentool

In de Aerius Lucht Rekentool zijn de kolomnamen van de data anders. De namen zijn nu internationaal (Engels) en langer. Daardoor zijn de veldnamen beter te begrijpen. Maar hierdoor kloppen de resultaatbestanden van de rekentool niet meer met de kolomnamen van de monitoringstool. In de spreadsheet van de bestandsindeling staat een vertaaltabel.

Algemene gegevens

De algemene gegevens staan ook in de database. Zoals meteo-informatie, achtergrondconcentratie en emissiefactoren. Bureau Monitoring kan deze gegevens in de database bewerken en aanpassen.

Iedereen kan de gegevens van de objecten bekijken en exporteren. De algemene gegevens kunt u niet in de monitoringstool bekijken. Daarvoor gaat u naar de Invoergegevens voor berekening luchtkwaliteit op de website van de Rijksoverheid.