Bodemvoorschriften voor kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen (Monovergisting)

Voor een vergistingsinstallatie met de bijbehorende onderdelen (na-opslag, bewerken en opslaan van vergistinggas) moet een kwaliteitsverklaring worden afgeven door een deskundige. Het doel van de kwaliteitsverklaring is aan te geven onder welke voorwaarden de installatie de komende 15 jaar veilig kan worden gebruikt. De verklaring geeft aan hoe de installatie is uitgevoerd, maar ook hoe hij moet worden beheerd en onderhouden. De inhoud van de kwaliteitsverklaring moet zijn gebaseerd op de NTA 9766. De deskundige zal meestal de leverancier van de installatie zijn.

Het derde en vierde lid van artikel 3.102b van de Activiteitenregeling geven aan wat er moet gebeuren bij herkeuring van de installatie. Als de installatie onverhoopt buiten gebruik gesteld moet worden, bepaalt artikel 3.102d, zevende lid, wat er moet gebeuren.

De gaszak moet jaarlijks visueel geïnspecteerd worden. Een lek van de gaszak leidt tot drukverlies. De elektronische monitoring zou dat snel moeten signaleren. De jaarlijkse visuele controle is vooral bedoeld om slijtage of aantasting van de gaszak tijdig te signaleren, voordat een lek ontstaat. De visuele inspectie hoeft niet door een externe deskundige te worden gedaan.

De handelingen met dierlijke mest zijn bodembedreigend. Omdat het gaat om gesloten installaties is een vloeistofkerende vloer voldoende om een verwaarloosbaar bodemrisico te bereiken. De vul- en aftappunten moeten wel boven een lekbak zijn geplaatst. Als een deel van de installatie verdiept wordt aangelegd, moet de constructie vloeistofdicht zijn of aantoonbaar volgens BRL 2342 zijn aangelegd. Bij handelingen met dierlijke mest geldt de verplichting voor bodemonderzoek van artikel 2.11 van het Activiteitenbesluit niet.


Uw onderwerpen