Achtergrond Ladder

Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. De Ladder stelt voorwaarden aan de toelichting bij een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving.

SER-ladder

De Ladder is gebaseerd op de zogenaamde SER-ladder, die een zorgvuldige verdeling van schaarse ruimte voor bedrijvigheid als doel had. Eind 2007 werd door de toenmalige ministers van VROM en EZ in een brief aan de Tweede Kamer geconstateerd, dat het voor een zorgvuldige planning van te herstructureren en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen wenselijk zou zijn de SER-ladder consequent toe te passen (Kamerstukken II 2007/08 31 200 XI, nr. 73).

Het doel was om te bevorderen dat bij de ruimtelijke planning van bedrijventerreinen consequent nut en noodzaak van de ontwikkeling ofwel de ruimtebehoefte in kaart werd gebracht, rekening houdend met de mogelijkheden van herstructurering en intensief ruimtegebruik. Begin 2008 werd vervolgens in overleg met het IPO en de VNG voorgesteld om de toepassing van de SER-ladder zowel voor het binnen- als buitenstedelijk gebied in nationale regelgeving te verankeren (Kamerstukken II 2007/08, 31 500 nr. 2). De reden was dat men een uniforme toepassing van het instrument wenselijk achtte. In de jaren erna werd het toepassingsbereik van deze Ladder verbreed naar andere stedelijke functies. Naar aanleiding van de motie De Rouwe (Kamerstukken II 2011/12, 32 660, nr. 37) werd met het oog op het tegengaan van winkelleegstand, de functie detailhandel aan de Ladder toegevoegd.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Ladder voor duurzame verstedelijking werd geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR ) (Kamerstukken II 2011/12, 32 660, nr. B/51.) als instrument voor het nationale belang 13. In de SVIR is dit belang beschreven in het bredere kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk moet maken en waarbinnen bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. De gebruiks-, toekomst- en belevingswaarden maken hier deel van uit.

Volgens de SVIR is vraaggericht programmeren en het realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio’s leefbaar te houden. Dit betekent ook dat overprogrammering en de negatieve ruimtelijke effecten van leegstand moeten worden voorkomen.

Goede ruimtelijke ordening

De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s.